Traditie & Gebruiken

Bergen in vlammen

Tekst: Emely Nobis / Beeld: Frits Roest

Elk jaar in juni verandert de dalketel van ­Ehrwald, Lermoos en Biberwier in een nachtelijke kunstgalerie dankzij grote, gedetailleerde vuurmotieven op de omringende ­bergtoppen. De zonnewendevuren van de Tiroler Zugspitz Arena zijn Unesco Werelderfgoed.

Als de kortste nacht van het jaar nadert, begint het bij Erich Steiner en zijn team van de Verein Bergfeuer Ehrwald te kriebelen. Tegelijk met tal van andere groepen zijn ze dan druk doende met de voorbereidingen voor de jaarlijkse bergvuren op de steile rotsen en kammen van Zugspitze, Grubigstein, Sonnenspitze en andere bergen rondom de dalketel Ehrwald-Lermoos-Biberwier.

Mooiste en ergste moment

Ontstoken worden de vuren altijd op de eerste zaterdag na midzomernacht 21 juni. Aan het begin van de avond stroomt het Ehrwalder Moos dan vol met toeschouwers die een plekje zoeken bij de feesttent, op bankjes bij graanschuren, op balkons van vakantiewoningen of simpelweg ergens gaan staan of zitten op de grasvelden van de uitgestrekte dalketel. Zodra het begint te schemeren, zien ze overal op de berghellingen rondom reusachtige, driedimensionale vuursculpturen ontstaan: edelweiss, adelaar, moeder met kind, kruis, hert, hart… Omdat er voor elk motief tot wel zevenhonderd vuurpunten met fakkels moeten worden aangestoken, duurt het een tijdje voordat zichtbaar wordt wat elk beeld precies voorstelt. Zo wordt de spanning opgebouwd en hebben de gasten iets te raden. Steiner: ‘Als dan overal op de bergen vuren branden en we vanuit het dal het signaal krijgen dat de motieven super zijn, voelen we een ongelooflijke opluchting en euforie. Het is een extreem emotioneel moment. Tegelijk realiseer ik me dan altijd dat we nu weer 365 dagen moeten wachten om dat gevoel opnieuw te krijgen. Het mooiste en het ergste moment liggen dus heel dicht bij elkaar.’

Bruno de beer

Ontwerp voor Bruno

Zonnewendevuren zijn er in heel Tirol, maar die van de Tiroler Zugspitz Arena hebben inmiddels cultstatus. Dat is te danken aan de unieke ligging (nergens anders heb je vanuit het dal zo’n 360-graden panorama) en aan de omvang van het gebeuren. Elk jaar maken meer dan dertig groepen (met elk tussen de tien en veertig leden) een eigen, vaak spectaculaire vuursculptuur tot wel driehonderd meter hoog. Dát het zo groot werd, verklaart Steiner simpelweg uit onderlinge competitie. ‘Het begon met een paar groepjes die elkaar na afloop in de kroeg tegenkwamen en dan best brutaal uitdaagden en provoceerden, met als gevolg dat we het allemaal het jaar erna nog perfecter, professioneler en sensationeler wilden doen. Dat is een beetje uit de hand gelopen.’

Terwijl de bergen slechts één avond per jaar in brand staan, raken de verantwoordelijke teams al maanden eerder in vuur en vlam. Het belangrijkste discussiepunt: Wat laten we dit jaar zien? Steiner: ‘Omdat iedere groep z’n motief tot op het laatst strikt geheim houdt, kwam er in verleden wel overlap voor. Inmiddels maken de chefs van de groepen daarom globale afspraken, bijvoorbeeld of het een christelijk motief wordt of iets uit flora, fauna of de actualiteit.’

Is het motief eenmaal gekozen, dan wordt er een gedetailleerde werktekening op schaal gemaakt. Om ervoor te zorgen dat de beelden vanuit het dal bezien herkenbaar zijn, moeten ze op de berg namelijk juist worden uitgerekt al naar gelang het verloop van het terrein: ‘Als je dat niet goed doet, kan een adelaar er van beneden uitzien als een papegaai.’

Bovendien moet er rekening worden gehouden met oneffenheden door rotsen, kloven en gaten. ‘Het is de kunst en ervaring van de bergvuur­mannen dat ze weten hoe je de hoogtelijnen meer of minder moet uitrekken om optisch te compenseren voor zulke obstakels.’

De uitdaging om telkens weer iets nieuws en spectaculairs te verzinnen is groot. ‘Tot het een keer misgaat en een motief zo complex is en zo veel lijnen heeft dat niemand meer ziet wat het moet voorstellen. Dan doen we het jaar erna weer een stapje terug onder het motto: Weniger ist mehr.’

Met evenveel trots als afgrijzen denkt Steiner terug aan 2006. Zijn groep had het motief van dat jaar, een auerhoen, al volledig uitgewerkt en alle materiaal ingekocht toen een bruine beer (Bruno) in het grensgebied van Duitsland en Oostenrijk voor veel publiciteit zorgde. ‘De woensdagavond voor het bergvuur was er een feest en om twee uur ’s nachts, toen al de nodige alcohol was gevloeid, riep iemand: “Waarom vuren we Bruno de beer niet?” Iedereen stemde voor; wij als bestuur werden helemaal gek. Dat kan toch niet, zo op het laatste nippertje. Toch is het ons gelukt om in een paar dagen tijd Bruno te ontwerpen en het was fantastisch, een geweldig succes. Helaas is Bruno zelf een paar dagen later neergeschoten.’

Bijna-catastrofes

Sinds 2010 zijn de bergvuren van de Tiroler Zug­spitz Arena onder de officiële benaming ‘Ehrwalder Bergfeuer’ opgenomen in de Unesco-lijst van immaterieel cultureel werelderfgoed. Het initiatief hiervoor kwam van Erich Steiner, die in het dagelijks leven accountant is. Dat Unesco de aanvraag honoreerde, aldus Steiner, had ook te maken met de aandacht die de verschillende vuurgroepen in de regio besteden aan het doorgeven van de traditie aan nieuwe generaties. ‘Belangstelling is er genoeg. Onze vereniging heeft zelfs een tijdlang een opnamestop gehad, maar de afgelopen jaren zijn er weer achttien jongeren bij gekomen. Het is belangrijk dat de ouderen zich langzaam een beetje terugtrekken en de verantwoordelijkheid overdragen.’

Werken op de hellingIedereen mag vanaf zijn of haar 14de bij een vereniging solliciteren. Na drie jaar opleiding valt het besluit of diegene mag blijven. Daarna duurt het nog jaren voordat een nieuwkomer zelfstandig kan werken en beslissingen mag nemen. Steiner: ‘Je moet niet alleen leren hoe het technisch werkt. Je moet vooral goed kunnen samenwerken, persoonlijke gevoeligheden wegstoppen en honderd procent betrouwbaar zijn. Wat we doen is niet ongevaarlijk.’

Ze werken immers op zo’n 2000 meter hoogte op steil, rotsachtig terrein. Sommige vuurpunten kunnen alleen hangend aan een touw worden aangebracht. Een foute stap en een steen rolt weg, maakt andere stenen los en die sleuren weer hele zakken met materiaal mee of verwonden mensen. Steiner: ‘Tijdens het vuren staan we over het hele terrein verspreid en zien of horen we niets, dus je moet extreem gedisciplineerd zijn en elkaar blind kunnen vertrouwen. Alcohol is dan sowieso taboe. We moeten na het vuren immers ook nog in het donker te voet weer afdalen, want fakkels of zaklampen zijn vanuit het dal te zien en zouden dus het plaatje verstoren. Ik heb zelf een keer mijn voet verstuikt tijdens het vuren. Omdat het nacht was, kon er geen reddingshelikopter komen. Mijn teamgenoten hebben me toen in toerbeurten op hun rug naar beneden moeten dragen, waarbij de bagage van mij en mijn dragers over de anderen werd verdeeld. Dat is niet alleen fysiek zwaar, maar ook voor henzelf enorm riskant. Als het groepsproces dan niet functioneert, kan zoiets fataal aflopen.’

Dat is nog nooit gebeurd: ‘Gelukkig, want dan wordt het nooit meer zoals het was.’ Blessures en zelfs bijna-catastrofes zijn er wel geregeld. ‘Twee jaar geleden zou iemand 200 meter naar beneden zijn gevallen als hij niet nog net met één hand een uitstekende rots had kunnen grijpen. Gelukkig was het een ervaren bergbeklimmer die instinctief het juiste deed.’

800 vuurpunten

Ontwerp voor een roos

Ontwerp voor een roos

Hoewel de bergvuren van de Tiroler Zugspitz Arena jaarlijks zo’n tienduizend bezoekers trekken en het toerismeverband zorg draagt voor de marketing, verzekert Steiner dat het geen folkloristisch evenement voor toeristen is. ‘Natuurlijk geeft het een kick dat jouw werk van verre voor iedereen zichtbaar is, maar we doen het voor onszelf. Vuur is fascinerend en spelen met vuur is een vorm van egoïsme. Voor het toerisme zou het beter zijn om de datum te verschuiven naar later in het seizoen of om het een paar zaterdagen achter elkaar te doen, maar dat gaat ons te ver. Dan is het niet meer uniek en bijzonder.’

Fakkeldragers

De apotheose van de maandenlange voorbereiding is de dag dat er eindelijk mag worden ‘gevuurd’, zoals Steiner dat noemt. ’s Ochtends wordt alle materiaal (waar mogelijk per gondellift) door de teamleden naar de hen toegewezen ‘bouwplaats’ gebracht: voor Steiners groep is dat onderaan de Sonnenspitze. Op basis van de eerder gemaakte werktekening wordt het terrein opgemeten, de vuurpunten gemarkeerd met kruisen en verbindingslijnen en tenslotte worden de zakken met brandbaar materiaal gefixeerd en beschermd tegen eventuele regen. Na een pauze en avondeten in het dal is het dan zover.

Eenmaal weer boven wachten de bergvuurmannen tot het begint te schemeren en er vanuit het dal (tegenwoordig per handy) het startsignaal wordt gegeven. Dan lopen de fakkeldragers van elke groep van vuurpunt naar vuurpunt als door een allengs sterker flakkerend labyrint. Steiner: ‘Een groot motief telt soms wel zes- tot achthonderd vuurpunten die allemaal individueel moeten worden aangestoken. De onderlinge afstemming is best complex. Daarom hebben we een gedetailleerd draaiboek waarin precies staat wie welke vuren in welke volgorde zal aansteken, want we moeten voorkomen dat de eerste vuren al zijn gedoofd als de laatste nog moeten ontbranden. Dan krijgt het publiek beneden immers nooit het volledige motief te zien.’

De vuurkunstwerken leiden een kortstondig bestaan. Nog geen half uur nadat ze zich als pixels van een digitale foto in alle pracht hebben ontvouwt, beginnen ze alweer te vervagen. Als hun scheppers na de nachtelijke afdaling in het dal aankomen, zien ze hooguit nog wat contouren en moeten ze op de foto’s wachten om te weten of hun creatie dit keer goed is gelukt. Op zaterdag 23 juni 2018, de dag na het interview met Steiner, zagen wij op de Sonnenspitze een prachtige adelaar ontstaan. De vuurmeester kan tevreden zijn: de vogel leek in niets op een papegaai.

Data komende edities: bergfeuer.at

Informatie over accommodaties, bereikbaarheid en andere activiteiten in de regio: zugspitzarena.com

Bergvuren in Tirol

De bergvuren in de Tiroler Zugspitz Arena vinden sinds 1949 in de huidige vorm plaats. De traditie van bergvuren in Tirol gaat veel verder terug, aldus directeur Karl Berger van het Tiroler Volkskunstmuseum in Innsbruck. ‘Het begon in de middeleeuwen heel triviaal als grote schoonmaakactie in het voorjaar. Bergvuren moesten akkers en velden ontdoen van alle hout en andere rommel die met lawines naar beneden was gekomen. Daarnaast ontstak men vuren bij religieuze feestdagen als Driekoningen, Pasen of de naamdag van Johannes de Doper op 24 juni.’

Later kregen bergvuren ook een militaire dimensie. ‘Sinds 1511 was Tirol een autonoom graafschap binnen het Oostenrijkse keizerrijk, zonder dienstplicht maar met een leger van vrijwilligers, meestal boeren, die zelf verantwoordelijk waren voor de verdediging van de landsgrenzen. Op passen tussen de Alpen smeulden altijd Kreidefeuer: rookvuren die bij naderend onheil ’s nachts met houtstapels in lichterlaaie werden gezet zodat de dorpelingen wisten dat ze al arma moesten.’

Herz Jesu Fest

De vuren werden ook in 1796 ontstoken, toen de keizerlijke Oostenrijkse troepen in Noord-Italië door Napoleon waren verslagen en de Franse vijand  via Tirol naar Wenen wilde doordringen. Tijdens een religieuze ceremonie in het Zuid-Tiroolse Bozen beloofde een delegatie van het Tiroolse parlement dat het Herz Jesu Fest (het Hoogfeest van het Heilig Hart, op de derde vrijdag na Pinksteren) een nationale feestdag zou worden, in de hoop zo goddelijke bescherming af te dwingen. Berger: ‘Die gelofte had niets met bergvuren te maken, maar als teken van onderlinge verbondenheid van alle Tirolers en om het begin van de strijd te markeren, maakten mensen toen bergvuren met religieuze symbolen. Later werd deze dag, altijd ergens in juni, gekoppeld aan de naamdag van Johannes de Doper op 24 juni en vervolgens aan midzomernacht. Vandaar dat de vuren tegenwoordig vooral dan plaatsvinden, al houdt men op sommige plekken in Tirol, zoals in het Tannheimer Tal, vast aan het Herz Jesu Fest. Daar zijn dan dan ook uitsluitend religieuze vuur­sculpturen te zien.’

Disney-figuur

Vanaf eind 19e eeuw werden bergvuren meer en meer onderdeel van het Germaanse nationalisme. Naast christelijke kruisen verschenen er zonneraden en later zelfs hakenkruisen. Berger: ‘De traditie heeft dus naast mooie ook belastende kanten. Toen het na Tweede Wereldoorlog nodig was er een nieuwe betekenis aan te geven, heeft Ehrwald een belangrijke rol gespeeld. Zij bouwden enerzijds voort op de traditie, maar maakten zich er tegelijk van los door vergaande individualisering en vrijheid in de keuze van thema’s en formaten. In de ecologische jaren zeventig zag je bijvoorbeeld protestteksten als ‘autovrij’, ‘nachtrust’ of ‘het is 5 voor 12’. Tegenwoordig zie je wel eens een Disney-figuur – wat dan weer tot heftige discussies leidt over commercialisering. Dat is alleen maar goed. Vuurtradities zijn zo oud als de wereld, maar ze kunnen alleen blijven branden als ze de historische ballast afwerpen en ook iets zeggen over de maatschappij van nu.’




Marketentster met 'schnapsglaasjes'
Mountainbiketrail Mutters
Schnaps Museum
Stift Stams
Vesting Nauders Tirol Werbung
© Stanglwirt, Caroline Hechenberger
Roman Wörter © FREN Media
Zugspitze Resort - Abenteuerpool Eva Trifft Fotografie
Berliner HütteTirol Werbung
Berggasthof Bichl­Alm
Bergvuur Ehrwald
Rattenberg © Oostenrijk Magazine
Oostenrijk Magazine
Altfinstermünz
Schwarze Mander
Uitzicht op Nauders
© FREN Media, Emely Nobis
© Oostenrijk Magazine
Schloss Ambras
© TVB WILDER KAISER/ DANIEL REITER / PETER VON FELBERT
SOS Kinderdorpen