Lienz

De easy going hoofdstad van Oost-Tirol

Tekst: Emely Nobis, Beeld: Frits Roest

Het stadje Lienz krijgt zo veel zonuren dat er zelfs palmbomen groeien. Geen wonder dat de Romeinen zich hier al thuis voelden. Op zoek naar het Italiaanse  levensgevoel vroeger en nu.

© Stadt Lienz / Profer & Partner

In Lienz begint het zuiden van Europa, zeggen de inwoners zelf, en met gemiddeld 2.020 zonuren per jaar hebben ze enig recht van spreken. De easy going-sfeer in de hoofdstad van Oost-Tirol is bovendien onmiskenbaar gevormd door de nabijheid van Italië en haar historie als enige Romeinse stad van Tirol. Je voelt het in het historische centrum met palmbomen, oleanders, ijssalons, koffie- en wijnbarretjes, Italiaanse restaurants en boetiekjes. Je ziet het in de vele drieduizendmeter-pieken van het nationale park Hohe Tauern. Je hoort het in het Italiaans van de dagjestoeristen van net over de grens die er komen shoppen. Als om haar reputatie te onderstrepen, vind je in de stad maar liefst twintig zonneklokken. Die in het Iselpark heeft de vorm van een bloemenperk. Als je op het gemarkeerde punt gaat staan, geeft je schaduw de tijd aan.

Dankzij de ligging in een vallei tussen de rivieren Drau en Isel werd Lienz al in de bronstijd bewoond. Een eerste bloeiperiode beleefde de stad tussen 50 en 450 als het Romeinse Aguntum, waarvan de resten in een archeologisch park net buiten de stad liggen. Vanaf de Middeleeuwen werd ‘Luënz’ onder de heerschappij van de graven van Görz opnieuw een machtscentrum. Uit die periode stamt de ridderburcht Bruck (nu een museum) en het Dominicaanse klooster (Klösterle) uit 1220. Een groot deel van de huidige binnenstad is gebouwd na twee grote stadsbranden in 1609 en 1732. Bezienswaardig zijn onder meer de Franciscaanse kerk en klooster, de Mariazuil op de Johannesplatz en de Iseltoren met resten van de 16e-eeuwse stadsmuur. De sfeervolle Hauptplatz wordt gedomineerd door de Lieburg, een renaissancekasteel (nu het raadhuis) dat in de 17e eeuw werd gebouwd door de toenmalige machthebbers: de graven van Wolkenstein.

Schloss Bruck

Een bezoek aan Schloss Bruck – op een heuvel aan de stadsrand – mag tijdens een stedentrip hier niet ontbreken. Van buiten oogt het kasteel streng. Het werd dan ook gebouwd als verdedigingsburcht door de graven van Görz: aanvankelijk alleen de toren, later uitgebreid met een pronkvol paleis met kapel, stallen en hondenkennel. Vanuit het paleis keek de grafelijke familie uit over Lienz – waarvan zij de heersers waren. Het huwelijk van de laatste graven van Görz bleef kinderloos. Na hun dood wisselde het bezit telkens van eigenaar. Sinds de jaren veertig van de vorige eeuw is het een museum. Je kunt de ridderzaal en kapel bezoeken. De vaste museumcollectie omvat onder meer historische meubels, ingenieus gesmede sloten en klederdracht. Ook zijn er wisselende moderne kunst-exposities . De trots van het museum is een schilderijen- en portrettenverzameling met vooral veel werken van de modernistische schilder Albin Egger-Lienz (1868-1926). Van deze schilder zijn ook vier monumentale fresco’s te zien in het oorlogsmonument ter nagedachtenis aan de gevallenen in Oost-Tirol in de Eerste Wereldoorlog (bij de parochiekerk St. André).

Geopend tussen medio mei en eind oktober, museum-schlossbruck.at

Aguntum

Bezienswaardig buiten Lienz zijn het archeologiepark en museum Aguntum, zo’n vier kilometer ten oosten van de stad. Deze Romeinse stad was tussen 50 en 450 een belangrijk handels- en ambachtscentrum. Er werd ijzer, koper, zilver en goud uit het Tauerngebergte verwerkt en naar Italië geëxporteerd, net als hout, hars en kaas. Aguntum telde ruim tienduizend inwoners, maar na de bloeitijd verdwenen de ruïnes langzaam onder metersdikke lagen zand en steen. Pas rond 1912 begonnen opgravingen. Inmiddels zijn er de resten van ongeveer een zevende van de oorspronkelijke stad blootgelegd, onder meer van een groot huis met atrium (waar de belangrijkste handelsfamilie woonde), het badhuis, het forum en het macellum (marktgebouw) waar uit Italië geïmporteerde delicatessen als vis, oesters, wijn en olijfolie te koop waren. Bezoekers kunnen met een app langs informatiepunten over het terrein lopen en een uitzichttoren beklimmen om het hele terrein te overzien. Het museum naast de archeologische site toont een deel van de vele vondsten. Een film met een virtuele reconstructie van Aguntum brengt de Romeinse tijd tot leven.

Geopend van begin mei tot eind oktober, aguntum.info

Lavant

Toen het Christendom zich vanaf de 4e eeuw verbreidde, werd Aguntum bisschopsstad, maar na herhaaldelijke aanvallen door Slaven en Germaanse Bajuwaren trok de bevolking zich terug op de nabijgelegen heuvels van Kirchbichl bij het plaatsje Lavant. Ook hier zijn opgravingen verricht, waarbij de resten van de bisschopskerk (met priesterbank en bisschops­troon) en enkele woonhuizen zijn blootgelegd. Het archeologisch terrein is het hele jaar geopend; de steile wandeling vanuit het plaatje Lavant naar de Kirchbichl loont minstens zo zeer vanwege het idyllische landschap tegen de coulisse van de Lienzer Dolomieten en de aan het einde van een kruisweg gelegen pelgrimskerk St. Ulrich met zachtroze façade en indrukwekkend barokinterieur. Archeologische vondsten van Kirchbichl (vanaf de bronstijd) zijn te zien in een klein museum aan de voet van de berg.

i lavant.at

Italiaanse sfeer

Bij de Italiaanse flair van Lienz horen ijs en espresso.  Ijs proef je onder meer bij ijssalon Il Gelato (Messinggasse 6), al van verre te herkennen aan de grote kleurige kunststof ijshoorn op het terras met verder eenvoudige zitjes rondom een fonteintje. Je eet er verrukkelijk huisgemaakt ijs met klassiekers en  moderne smaken als citroen-basilicum, vlierbloesem-yoghurt of groene appel. De beste espresso drink je bij Mocafé (Kärtnerstraße 10, mocafe.at), met koffie uit de eigen ambachtelijke roosterij. Het café zit in een historisch pand, met binnen traditionele koffiehuismeubels en buiten een sfeervol terras aan de oever van de rivier Isel. Op de grootste ‘piazza’ van de stad biedt café-bar Petrocelli’s huisgemaakt ijs, goede espresso en elegante petitfours (Hauptplatz 9, facebook.com/petrocellis).

Eten & Slapen

Gösser Bräu im Alten Rathaus

Italiaans in een traditioneel Tiroolse ambiance eet je bij Il Taverna, het restaurant van hotel Traube. Vooral bij minder goed weer aan te bevelen; ’s zomers zit je toch liever op een terras dan in deze sfeervolle met hout beklede kelder (Hauptplatz 14, hoteltraube.at). Bij mooi weer lokt het terras van Gösser Bräu im alten Rathaus. Tot ’s avonds laat zit het hier gezellig vol met mensen (Johannesplatz 10, goesserbraeu-lienz.at). Je avond in stijl afsluiten met een glas wijn kan op het terras van  grand hotel Lienz,  langs de oevers van de Isel (Fanny Wibmer-Pedit-Straße 2, grandhotel-lienz.com). Iets buiten de stad is Hotel Wildauer een mooi logeer- en eetadres, met moderne kamers, zelfgebrouwen bier, een prima restaurant en een beschut terras dat uitkijkt op de Lienzer Dolomieten (Grafendorfer Str. 12, wildauers.tirol). Een goed logeeradres aan de rand in de stad zelf is hotel Goldener Fisch: relatief rustig net buiten het centrum, met niettemin alle bezienswaardigheden en winkels op een steenworp afstand (Kärtner Straße 9, goldener-fisch.at).

Shoppen

Voor een typisch Lienzer souvenir ga je naar konditorei Glanzl (Hauptplatz 13). Daar verkopen ze Original Lienzer Lebzelt, een met veenbessen gevulde kruidkoek naar middeleeuws recept, met bovenop een laag marsepein met een afbeelding van de aanbidding door de drie koningen. Het motief komt van een houten bakvorm uit 1644 die in Schloss Bruck is gevonden en exact is nagemaakt. Italiaanse delicatessen koop je bij Weinphilo (Messinggasse 11, weinphilo.com), Il Salantino (Messinggasse 2) of op vrijdag en zaterdag op de Lienzer Stadtmarkt (Messinggasse, stadtmarkt-lienz.at). Bij Naschkatze (Messinggasse 18) krijg je de beste Oostenrijkse chocolade en bonbons. Een individueel souvenir is keramiek van Johanna Wibmer, te koop in haar werkplaats annex winkel   (Auenweg 25, tonspuren.at).

Praktische informatie

Lienz, de hoofdstad van Oost-Tirol, heeft circa 12.000 inwoners. Het stadje aan de Italiaanse grens, tussen de Lienzer Dolomieten en het Nationale Park Hohe Tauern, ligt aan de Drauradweg. Lienz is per auto (via Salzburg) of trein bereikbaar en ligt zo’n 200 kilometer van de vliegvelden van Salzburg en Innsbruck. Bij het toerismebureau Lienzer Dolomiten (Mühlgasse 11) is een plattegrond van de stad verkrijgbaar met een routebeschrijving langs de belangrijkste bezienswaardigheden. Van medio juni tot medio augustus start hier bovendien elke maandag en vrijdag om 10.00 uur een gratis stadsrondleiding. Aanmelden is niet nodig. Meer informatie: osttirol.com; lienzerdolomiten.net

Kijk wat je allemaal in de omgeving kunt doen op onze wegwijzer.

Meer over Oost-Tirol

© Oostenrijk Magazine
© Linder