Serfaus Fiss Ladis

Van boerendorpen tot wintersportgebied

Tekst: Emely Nobis / Beeld: Frits Roest

Hoe de ooit zo arme boerendorpen Serfaus, Fiss en Ladis ­konden uitgroeien tot een van Tirools meest succesvolle wintersportgebieden… en de landbouw er nu juist dankzij het toerisme floreert.

Serfaus Fiss Ladis Skifahren © Andreas Kirschner

Wie vandaag de dag z’n vakantie in de regio Serfaus Fiss Ladis doorbrengt, merkt niets meer van de bittere armoede die tot in de jaren zestig van de vorige eeuw op deze zonnige hoogvlakte heerste. Het skigebied is sneeuwzeker, veelzijdig en familievriendelijk. De infrastructuur is uitstekend: prima accommodaties, gezellige berghutten, moderne kabelbanen en in Serfaus zelfs een dorpsmetro. De après-ski is gemoedelijk maar niet al te uitbundig. Het uitzicht op de Samnaungroep, de Ötztaler Alpen en het Oberinntal is sowieso schitterend.

Skileraar, hotellier, boer

Hotel Schalber

Wellness Residenz Schalber © Lukas Kirchgasser

Alois Schalber (jaargang 1948) was pas vier jaar toen zijn vader stierf en zijn moeder hun boerenbedrijf in Serfaus in haar eentje moest voortzetten. In die tijd leefde iedereen van de landbouw, herinnert hij zich. ‘Elke familie had een of twee varkens voor de slacht. Het vlees werd gepekeld en daar at je het hele jaar van. Er waren twee molens die het graan van alle boeren maalden. Iedereen bakte zelf brood. We waren volledig zelfvoorzienend. Vaak woonden twee of drie families samen in één huis.’

Rosi & Alois Schalber

Rosi & Alois Schalber © Lukas Kirchgasser

Als oudste van drie kinderen ging Alois Schalber al jong naar de jaarlijkse veemarkt in Bozen (Zuid-Tirol) om ossen te verhandelen. ‘Iedereen in de regio fokte Tiroler Grauvieh. Gecastreerde mannelijke dieren werden gebruikt om wagens met hooi en hout te trekken of te helpen bij de bosbouw. Een mooi koppel kon je op de jaarmarkt goed verkopen. Dat hielp om te overleven.’

Zelfs toen waren er al wintersportgasten in Serfaus. De opening van de Duitse Alpenverenigingshut Kölner Haus op de berg Komperdell in 1929 (en daarmee de vermelding van de regio in reisgidsen) had de weg voor het toerisme geëffend. Na de dood van haar man begon Schalbers moeder, net als veel andere boeren, als nevenverdienste kamers met ontbijt te verhuren. Schalbers jongere broers konden dankzij een nieuwe busverbinding naar de middelbare school in Prutz en werden later arts en leraar. Voor Alois zelf eindigde zijn opleiding na de lagere school, ook omdat hij als oudste sowieso thuis moest blijven om het boerenbedrijf voort te zetten. Daarnaast werkte hij vanaf zijn veertiende in de wintermaanden bij de lokale skischool. Hij bleek ook een ondernemersinstinct te hebben. In 1972 opende hij naast zijn ouderlijk huis de Serfauser Hof: een café en après-ski-lokaal (‘thé dansant met livemuziek’), later uitgebreid met een hotel-restaurant. Mede door zijn vele contacten als skileraar werd het een succes. In 1990 liet hij aan de rand van het dorp een veel groter en luxer hotel bouwen: het huidige wellnesshotel Schalber. Samen met echtgenote Rosi kreeg hij vijf kinderen. Vier ervan werken in het familiebedrijf: naast hotel Schalber en de Serfauserhof ook de Schalber-almhut en vakantieappartementen. Al is hij een van de meest succesvolle ondernemers in de regio, toch is Alois Schalber ook altijd boer gebleven. Hij houdt koeien en fokt Haflinger-paarden. ‘Het boeren kost me tijd, geld en zorgen, maar ik wil het blijven doen omdat ik op de boerderij ben opgegroeid en alles wat ik heb bereikt eraan te danken heb. Ik zie het als mijn opdracht om dat in stand te houden.’

Dorpsmetro

Uitzicht op Serfaus

Sprookjesachtig uitzicht op Serfaus © Andreas Kirschner

Serfaus is nu het grootste en meest toeristische plaatsje van het drieluik Serfaus-Fiss-Ladis. Het is er levendig met winkeltjes, restaurants, cafés en zo’n zevenduizend gastenbedden op elfhonderd inwoners. Het toerisme heeft zich hier relatief snel ontwikkeld. De grootvader van burgemeester Paul Greiter was nog een zogeheten Schwabenkind: Kinderen tussen de zeven en veertien jaar uit arme boerengezinnen die ’s zomers als seizoenarbeider naar Duitsland werden gestuurd zodat er thuis een mond minder te voeden was en er wat extra geld werd verdiend voor de herfst en winter.

Vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw konden boeren dankzij het toerisme bijverdienen met kamerverhuur en hoefden ze hun kinderen niet meer weg te sturen. Toen het aantal wintersportgasten bleef toenemen, verkochten ze hun grond niet aan investeerders van buiten (zoals elders vaak gebeurt) maar begonnen ze zelf hotels, restaurants en appartementen te bouwen. Greiter: ‘Het zit in ons karakter dat we sterk aan bezit hechten. We zijn en waren nooit erg geneigd om land te verkopen om snel te cashen.’

Metro in Serfaus

Metro in Serfaus

Een sleuteljaar in de ontwikkeling van Serfaus was het vroege besluit (in 1973) om het dorp autovrij te maken. ‘Dat was indertijd even visio­nair als onontkoombaar’, aldus Greiter. ‘De Komperdell-lift naar het skigebied werd in 1958 gebouwd: niet aan een doorgaande weg maar aan het einde van het dorp waar de weg gewoon ophoudt. Toen het wintertoerisme bleef groeien, werd het verkeer een enorme belasting. We stonden met de rug tegen de muur en moesten iets doen.’

En dus werd aan het begin van het dorp een slagboom neergezet met daarvoor een enorm parkeerterrein. Gratis bussen brachten dagjesmensen voortaan naar het dalstation van de lift, maar al gauw bleek ook dit geen soelaas te bieden. De combinatie van heel veel bussen én heel veel voetgangers met ski’s zorgden nog steeds voor stank- en geluidsoverlast en verkeersopstoppingen in de smalle straten. Ook het risico op ongelukken was groot. Een omleiding was geen optie, omdat zo’n weg over het land van zeker honderd verschillende eigenaren zou lopen. Het plan voor een ondergrondse metro werd verworpen toen bij een verkennend bezoek in Parijs bleek dat je de treinen daar tot op de vijfde verdieping van huizen langs het traject kon horen: onacceptabel voor zowel bewoners als gemeenteraad. In de zoektocht naar een stiller alternatief werd uiteindelijk gekozen voor een luchtkussentrein (die zich zonder direct contact met de rails voortbeweegt) van de Amerikaanse firma Otis.

Station centrum

Kunst in Station Zentrum

De aanleg begon in 1984 en het eerste ritje vond plaats op 14 december 1985. Sindsdien zweeft de Dorfbahn Serfaus – die officieel niettemin U-Bahn (metro) heet – probleemloos onder het dorp door. De afgelopen jaren is fors geïnvesteerd in modernisering van zowel de treinstellen als de vier stations. Sindsdien zijn de haltes ‘centrum’ en ‘kerk’ ingericht als infocentra over de culturele en toeristische ontwikkeling van Serfaus en hebben kinderen van vakantievierders de stem ingesproken die passagiers vertelt welk station eraan komt. Van meet af aan waren de ritjes gratis. Een bewuste keuze, aldus Greiter. ‘De Dorfbahn is eigendom van het liftbedrijf Komperdell en dat is weer volledig eigendom van de gemeente. Ons uitgangspunt was niet om geld te verdienen, maar om het dorp weer leefbaar te maken voor onze inwoners en attractief voor onze gasten. Als gemeente kunnen we strategisch gelukkig andere besluiten nemen dan een private investeerder die vooral een winstoogmerk heeft.’

Onder een dak

Dorpsbron Fiss

Dorpsbron in Fiss met op de achtergrond monumentale boerderijen

Werd het toerisme in Serfaus al snel omarmd, in het kleinere bergdorp Fiss (950 inwoners) was dat zeker niet het geval. ‘We waren echt een traditioneel boerendorp. Ook al waren de boeren arm, ze konden lange tijd leven van wat de weiden en akkers opbrachten en waren bang dat het toerisme alles kapot zou maken.’ Aldus Hubert Pale (jaargang 1959), bedrijfsleider van de Bergbahnen Fiss. Tegelijk was er wel degelijk een probleem. ‘Veel vrouwen vertrokken naar Zwitserland om daar als huishoudster of in het toerisme te werken – simpelweg omdat ze hier buiten het boerenbedrijf om geen bestaan konden opbouwen. Zo kwam mijn moeder in Luzern terecht. Mijn vader zocht haar op en zag hoe je dankzij toerisme wel degelijk een betere toekomst kon hebben. Toen hij in 1953 burgemeester werd, begon hij er samen met anderen over na te denken hoe je Fiss als wintersport­bestemming zou kunnen ontwikkelen zonder het eigen karakter van het dorp aan te tasten.’

Gute Stube

“Gute Stube” in s’Paules & s’Seppls

Omdat er veel overtuigingswerk nodig was, gebeurde dat aarzelend en in etappes. In 1969 werd de stoeltjeslift naar de Möseralm gebouwd. Stapsgewijs volgden andere liften. Door strenge eisen te stellen aan nieuwbouw is het aanzien van de zeshonderd jaar oude dorpskern met karakteristieke boerderijen inderdaad nog grotendeels intact. Een inkijkje in het vroegere boerenleven biedt het museum s’Paules & s’Seppls Haus: een boerderij midden in Fiss die gedeeld werd door twee families. De laatste bewoners waren de grootouders van Hubert Pale (verhuisd in 1963) en de familie Pregenzer (verhuisd in 1983). Elk hadden ze hun eigen woonkamer, slaapkamers, voorraadkamer, stal, kelder en werkplaats. De keuken werd door de twee families gedeeld, waarbij de ruimte met een krijtlijn op de vloer was opgedeeld. Documenten waarin de exacte boedelverdeling is vastgelegd, liggen nu in vitrines in de voormalige koeienstal. Veel privacy was er niet voor de twintig mensen die hier op het laatst met hun koeien, paarden, varkens, schapen, geiten en kippen leefden. Al met al zijn de voorzieningen zo karig dat moeilijk voorstelbaar is dat de boerderij nog tot in de jaren tachtig werd bewoond.

Boeren als bijverdienste

Uitzicht op Ladis

Uitzicht op Ladis

Ladis, het derde en kleinste boerendorp (540 inwoners) in het skigebied, heeft verrassend genoeg het langste verleden als toeristenoord. Al sinds de late middeleeuwen trokken de geneeskrachtige zwavel- en zuurbronnen van het tot de gemeente behorende gehucht Obladis adellijke gasten aan en in 1833 werd er een groot kuurhotel gebouwd. De kunstvolle muurschilderingen (Lüftlmalerei) op de eeuwenoude boerderijen in het goed bewaard gebleven centrum van Ladis getuigen van de welvaart die de kuurgasten brachten. Aan dat alles kwam een abrupt einde toen het kuurhotel Obladis in 1972 afbrandde en niet werd herbouwd. Om het toerisme een nieuwe impuls te geven, werden Ladis en Fiss in 1974 met een stoeltjeslift (inmiddels vervangen door de gondellift Sonnenbahn) onderling verbonden: de start van het skigebied Fiss-Ladis.

In Fiss-Ladis zijn de liftbedrijven voor 85 procent eigendom van de twee gemeentes, naast zo’n 250 kleine private aandeelhouders uit de dorpen zelf. Net als in Serfaus is ook hier winstmaximalisatie geen doel, vertelt bedrijfsleider Hubert Pale. ‘We hebben nog nooit winst uitgekeerd, maar investeren alles in de liften en in de dorpen zelf.’

Wandschildering

De kunstvolle muurschilderingen in Ladis getuigen van welvaart

Zowel in Serfaus als in Fiss-Ladis leven de meeste mensen nu primair van het toerisme en is het boeren een bijverdienste geworden. De nog actieve boeren (zo’n honderd in totaal) beheren bijna achthonderd hectare landbouwgrond en hebben met elkaar zo’n achthonderd stuks grootvee: naast runderen ook paarden, schapen en geiten. Daarnaast verhuren ze vrijwel allemaal vakantiewoningen en hebben ze een vaste baan: Vanwege de flexibele werktijden vaak bij de liftbedrijven. Om het boeren in een verder erg toeristisch gebied aantrekkelijk te maken, krijgen ze subsidie voor het onderhoud van de almen en hulp bij de bestrijding van ziektes en ongedierte. Nog belangrijker: het gros van hun producten (alleen al 170 stuks slachtvee en 17.000 kilo kaas per jaar) wordt door de lokale hotellerie en gastronomie gekocht, voor een betere prijs (zo’n 15 procent extra) dan ze bij tussenhandelaren zouden krijgen. De liftbedrijven van de gemeentes (met ook eigen restaurants) bieden zelfs een afnamegarantie. Dankzij die steun zijn er nog steeds genoeg jonge mensen die graag willen boeren. Bevlogen boeren hebben zelfs bijgedragen aan de herintroductie van de ‘vergeten’ Fisser Imperialgerste. De robuuste graansoort werd in de jaren dertig van de vorige eeuw speciaal ontwikkeld voor dit zonneplateau en later zelfs naar de Verenigde Staten geëxporteerd. Na een geslaagde comeback is het nu het toeristische visitekaartje van Fiss. Behalve als brood komt je het gewas in restaurants tegen als risotto of soep en wordt er inmiddels zelfs bier en een single malt whisky (Fissky) van gemaakt.

Liefdesrelatie

Piste

Piste in het Skigebied Serfaus Fiss Ladis

Als aaneengesloten skigebied bestaat Serfaus-Fiss-Ladis sinds het winterseizoen 1999/2000. Daar ging twintig jaar onderhandelen aan vooraf tussen Serfaus enerzijds en Fiss-Ladis anderzijds, vooral over de onderlinge verdeling van inkomsten. Toen de kogel eenmaal door de kerk was, ging het snel. Er kwamen vijf nieuwe liften om de gebieden ook skitechnisch te verbinden, er werd flink geïnvesteerd in besneeuwing en de bestaande gastronomie kreeg een facelift. De angst dat niet alle dorpen evenredig zouden profiteren van de aaneensluiting bleek ongegrond en het verstandshuwelijk is inmiddels een liefdesrelatie geworden.

Paul Greiter

Burgemeester Paul Greiter

Door de wisselwerking tussen landbouw en toerisme wordt het landschap elk seizoen optimaal verzorgd en benut. Waar in de winter de pistes lokken, graast ’s zomers nog steeds het Tiroler Grauvieh en door de voor toeristen aangelegde wandelpaden kunnen ook de boeren hun vaak wijdverspreide percelen nu gemakkelijker bereiken. Op hellingen die in de winter worden besneeuwd, is de bewatering van de soms kurkdroge bergweides in de zomer aanzienlijk vergemakkelijkt. De kabelbaanbedrijven hebben er ook voor gezorgd dat sterk hellende bergweides zijn afgevlakt, terwijl het beheer van deze weides door de boeren weer extra bescherming tegen lawines biedt.

Serfaus-Fiss-Ladis laat zien hoe een skigebied kan groeien zonder de grip kwijt te raken. Burgemeester Paul Greiter van Serfaus: ‘We willen niet telkens meer bedden en we hoeven geen grootste après-ski of nachtleven. We investeren liever in kwaliteit en exclusiviteit zodat we de prijzen op een goed niveau kunnen houden. In veel ski­regio’s zie je dat de lokale bevolking wel de lasten maar niet de lusten van het toerisme heeft. We waren als boeren gewend om keihard te werken en dat zijn we blijven doen toen de toeristen kwamen. Vervolgens hebben we het risico genomen om zelf te investeren en daarmee de speculanten op afstand weten te houden. Nu het een succes is, willen we er ook zelf van profiteren.’

Isodor Pale

Een markante persoonlijkheid in de geschiedenis van Fiss is Isidor Pale (1897-1968). Tot 1961 (toen hij naar een klooster annex verzorgingstehuis ging) woonde hij bij zijn neef Franz (de vader van Hubert Pale van de Bergbahnen Fiss) in het s’Paules en s’Seppls huis. De alleenstaande Isidor werkte als doodgraver en nachtwaker. Ondanks zijn wat vreemde verschijning gingen kinderen graag met hem op pad – want hij was een fantastische verhalenverteller en had altijd wel chocolade op zak. Hoewel hij nooit een opleiding had gevolgd, heeft hij een schat aan religieuze en filosofische teksten en (nonsens-)gedichten nagelaten die herinneren aan het dadaïsme.

Kua Mensch denkt an
kua Ewigkeit,
kua Mensch denkt an
kua Höll

Geen mens denkt
aan geen eeuwigheid
Geen mens denkt aan
geen hel

Hij noteerde zijn observaties en gedachten niet alleen in dagboeken, maar schreef met potlood in een klein en bijna onleesbaar handschrift op letterlijk alles: de buitenmuren van het s’Paules en s’Seppls huis, het behang in zijn kamer, doosjes, kachels, stallen in het dorp… Zijn voormalige slaapkamer in de boerderij is dankzij de volgeschreven wanden dan ook een museum in een museum. Vrijwel aan het einde van zijn leven werd Isidor in een radioprogramma gevraagd een van zijn gedichten voor te dragen. Zo bleef ook zijn stem behouden. Op die opname, te horen bij een luisterstation in het museum, geeft hij blijk van een groot gevoel voor klank en ritme. Was hij niet in een arm boerendorp opgegroeid en had hij kunnen studeren, dan was Isodor wellicht een bekend schrijver/dichter geworden. Een tevreden mens was hij volgens Hubert Pale – die hem als jongetje geregeld bezocht – hoe dan ook.

Kijk wat je allemaal in de omgeving kunt doen op onze wegwijzer.




Overige Tips & Adressen

Algemeen

Vakantieregio Serfaus-Fiss-Ladis ligt op een hoogvlakte (1200-1400 meter) in het bovenste gedeelte van het Inntal in Tirol en biedt 214 kilometer geprepareerde pistes tot op 2.820 meter hoogte. Algemene informatie over accommodaties, gastronomie, evenementen, attracties, wintersportmogelijkheden, skischolen en (bedrijfstijden van) de liften bij het toerismebureau: Gänsackerweg 2 in Serfaus, serfaus-fiss-ladis.at

Voor families heeft Serfaus-­Fiss-Ladis een uitgebreid aanbod met onder andere de Kinderschneealm en het ­Murmlipark in Serfaus en ­Bertha’s kinderland en kindervilla in Fiss-Ladis, Meer informatie op de kinderwebsite: murmli-berta.at

Overnachten

Jenny’s Schlössl

Vanuit de Infinity Pool van Jenny’s Schlössl heb je een heerlijk uitzicht © Jenny’s Schlössl

Prima kamers en erg attente bediening in dit hotel met goede wellnessvoorzieningen, rustig gelegen op loopafstand van de Komperdell-lift in Serfaus. Anders dan anders: Uiterlijk en interieur doen eerder aan Griekenland dan aan Oostenrijk denken. Het eten is goed en vaak feestelijk: van galadiner tot gourmetten. Plojenweg 9 in Serfaus, schloessl.com

Schalber

Groot en ruimtelijk vijfsterrensuperior-wellnesshotel vlak bij de parkeerplaats/beginpunt Dorfbahn in Serfaus. De inrichting is een combinatie van Engelse landhuisstijl en Alpiene chic. Aan de muren veel (regionale) kunst. De uitvergrote zwart-witfoto’s in de eetzaal tonen eigenaar Alois Schalber als jongen met paard en wagen op de akker en later als skileraar. Dorfbahnstraße 15 in Serfaus, schalber.com

Hotel Tirol
Hotel Tirol Fiss

Hotel Tirol Fiss

Hotel Tirol in Fiss wordt gerund door de hartelijke familie Pregenzer. De ruime kamers en suites zijn ingericht met alpiene charme en het hotel heeft een mooie serre/wintertuin met open haard, een sky-spa en een Infinity Pool op het dakterras met uitzicht over de bergwereld. Angerweg 1 in Fiss, hotel-­tirol.net

Gastronomie

De berghutten en restaurants in Serfaus-Fiss-Ladis liggen verspreid over het hele wintersportgebied en gebruiken vrijwel allemaal producten van regionale boeren. Een bijzondere culinaire ervaring is een bergontbijt of ‘sunset dinner’ in de Hexenseehütte (2450 meter) in het skigebied Masner (Serfaus), vooral omdat je met de omgebouwde pistenbully Masner Express wordt gebracht en gehaald.

Voor gourmets is er de Crystal Cube, een diagonaal op het landschap staande reuzenkubus op de Zwölferkopf in Fiss, naast het bergstation van de Almbahn en het uitzichtplatform daar. Van buiten kun je niet naar binnen kijken en worden de omliggende bergen weerspiegeld in de glazen façade. Eenmaal binnen heb je een 360-graden panoramablik op het berglandschap. Je kunt er onder meer terecht voor een champagneontbijt of een high tea. Er is zeer beperkt plek (10 personen) en je moet van tevoren reserveren.

Ideaal voor gezinnen is restaurant Sonnenburg bij het middenstation van de Sonnenbahn in Fiss. Het zelfbedieningsrestaurant heeft onder meer Italiaanse en regionale kindergerechten.

Gerti’s Seecafé in Ladis ten slotte is een prima plek voor koffie met gebak of een ijs, mede dankzij het idyllische terras direct aan de kasteelvijver. Ga voor een overzicht van alle gastronomie naar: serfaus-fiss-ladis.at (kijk onder Winterurlaub / Erlebnis & Genuss)

Zien & Doen

Kasteel Laudeck

Kasteel Laudeck in het centrum van Ladis

Hét herkenningsteken van Ladis is de burcht Laudeck (ook wel Laudegg) op een leisteenrots boven het dorp. Het Castrum Laudekke werd voor het eerst genoemd in documenten uit de 13e eeuw en bestond uit een donjon, een klein paleis, een kapel en een aansluitende ringmuur. De 21 meter hoge woontoren met regelmatig gelaagd metselwerk, uit roodbruine tufsteen gehouwen hoekstenen en romaanse, koepelvormige ramen is tot op de dag van vandaag bewaard gebleven. Archeologische vondsten doen vermoeden dat hij is gebouwd op de resten van een vroegere Romeinse wachttoren langs de Via Claudia Augusta. Tot de 16e eeuw was het kasteel de administratieve zetel van het Hooggerechtshof. Daarna werden er een gevangenis en wapendepot in gevestigd en nog later raakte het in verval. In de jaren zestig van de vorige eeuw werd het kasteel gedeeltelijk gerestaureerd. Het is nu in particulier bezit, maar in de zomermaanden zijn er een keer per week rondleidingen. Tijdig aanmelden bij het toerismebureau in Ladis (Dorfstraße 8, +43 5476 6239) is noodzakelijk.

s’Paules & s’Seppls Haus

Dit Heimatmuseum in een royale originele boerderij (Oberinntaler
doorgangshof) biedt een authentiek inkijkje in het boerenleven en de agrarische bouwcultuur in het Tiroler Oberland. Een aparte ruimte is gewijd aan de markante Fisser dichter Isodor Pale (zie kader). Ook is er een speciale expositie over het Fisser Blochziehen, een carnavalstraditie die elke vier jaar plaatsvindt (de eerstvolgende keer in 2022) en die erkend is als UNESCO Werelderfgoed. In de ontvangstruimte van het museum koop je regionale producten, zoals de Fisser Imperialgerste en Schnaps. Puintweg 1 in Fiss, museum-fiss.at

Parochiemuseum Serfaus

Dit kleine museum biedt een blik achter de coulissen van het religieuze leven in de regio, aan de hand van schilderijen, standbeelden, textiel, glas-in-lood en andere christelijke kunst vanaf de middeleeuwen. Dorfbahnstraße 25 in Serfaus, pfarrmuseum-serfaus.at

Evenementen

Adventure Night & Nightflow

De Adventure Night in het winterseizoen vindt wekelijks  plaats bij het middenstation van de Komperdell-lift in Serfaus, met vuurwerk, lasershow, muziek, sneeuwstunts en acrobatiek van de Serfaus-skischool. Dankzij de uitvoerige choreografie en de fantastische kostuums voelt het meer als een musical dan de gebruikelijke shows van skischolen. Na afloop kun je langs de verlichte piste naar beneden skiën of rodelen. Het beste uitzicht heb je vanaf het terras van het panoramarestaurant Komperdell (alleen in combinatie met een diner hier, reserveren noodzakelijk).

De wekelijkse show Nightflow van de skischool in Fiss op de Möseralm vindt plaats op dinsdagen en kan eveneens met nachtskiën worden gecombineerd. Dineren kan hier vooraf in bergrestaurant Möseralm of in familierestaurant Sonnenburg (kindvriendelijk buffet).

Magic Ladis

Deze charmante wekelijkse markt in Ladis (elke donderdag) bezoek je niet alleen vanwege de Glühwein, Punsch, snacks, muziek en kunsthandwerk, maar ook vanwege de sfeervolle ligging langs de bevroren (schaats)vijver aan de voet van kasteel Laudeck.




Schladming-Dachstein Hangbrug Herbert Raffalt
Österreich Werbung