Naar de oorsprong van Stille Nacht

Franz Xaver Gruber en Joseph Mohr

Tekst: Emely Nobis

‘Stille Nacht! Heilige Nacht!’: dat zingen op kerstavond zo’n twee miljard mensen op alle continenten. ’s Werelds populairste kerstlied werd geschreven en gecomponeerd door twee Oostenrijkse vrienden: een leraar en een priester. Reis in hun voetsporen door het Salzburgerland.

Adventtijd 1818 in het Salzburgerland. Oostenrijk gaat gebukt onder de verwoestingen en ontberingen na de Napoleontische oorlogen (1792-1815). Mensen zijn straatarm en lijden honger. De sneeuw ligt metershoog in deze zogeheten Kleine IJstijd. Het verlangen naar vrede en warmte is groter dan ooit. De jonge hulppriester Joseph Mohr uit Oberndorf wil zijn parochianen een sprankje hoop geven. Al in 1816 heeft hij een kerstgedicht geschreven. Op 24 december 1818 vraagt hij zijn vriend Franz Xaver Gruber – leraar en organist in het verderop gelegen Arnsdorf – de tekst op muziek te zetten. Het moet een eenvoudige melodie voor twee solisten en gitaar worden en het moet snel, want hij wil het lied diezelfde dag nog na de avondmis in de St. Nikolauskerk in Oberndorf opvoeren. Die avond weerklinkt inderdaad voor het eerst Stille Nacht. Mohr speelt gitaar en zingt tenor. Gruber neemt de baspartij voor zijn rekening. Het ultieme kerstlied is geboren.

Stille Nacht-kapel

Wij reizen door het Salzburgerland in de voetsporen van Mohr (1792-1848) en Gruber (1787-1863). Onze eerste stop is Oberndorf, zo’n twintig kilometer ten noorden van Salzburg. De St. Nikolauskerk staat er niet meer. Op de historische locatie staat nu de Stille Nacht-kapel, met een beeltenis van Mohr en Gruber in de glas-in-loodramen. Bezoekers uit heel de wereld hebben een boodschap achterlaten in het gedenkboek bij de ingang. Op de heuvel rondom de kapel wordt nog elk jaar op kerstavond om 17.00 uur een eredienst gehouden voor Mohr en Gruber, waarin Stille Nacht net als tweehonderd jaar geleden wordt gezongen door twee mannenstemmen begeleid door een gitaar. Via een webcam is de dienst wereldwijd te volgen. Voor de kapel staat een klein standbeeld van Mohr en Gruber, waarbij die laatste ten onrechte de gitaar vasthoudt – waarschijnlijk om aan te geven dat hij de muziek heeft gecomponeerd.

Van Gruber zijn tijdens zijn leven meerdere tekeningen gemaakt, dus we weten hoe hij eruit heeft gezien. Bij Mohr is dat niet het geval. Elke afbeelding van hem is gebaseerd op fantasie. Over zijn karakter is wel het nodige bekend, onder meer uit correspondentie van en over hem met het bisdom in Salzburg. Daaruit blijkt dat hij geregeld in conflict kwam met zijn superieuren, die hem als priester te volks en niet serieus genoeg vonden. Hij stond volgens hen (te) dicht bij de mensen en ging ook met vrouwen om. Als armlastig hulppriester bewoonde hij in Oberndorf een kamer in de pastorie zonder eigen keuken. Daarom at hij altijd in Gasthaüser, waar hij ter vermaak vaak op zijn gitaar speelde en daarbij zong. Dat maakte hem geliefd bij het volk, maar het leidde ook tot flinke conflicten met de lokale pastoor Georg Heinrich Nöstler. Mede omdat de gitaar een café-instrument was (en het gebruik ervan in liturgische diensten door het bisdom was verboden) vond de eerste uitvoering van Stille Nacht niet in de kerk zelf plaats, maar na de mis buiten – waarschijnlijk bij de kerststal. De pastorie waar Mohr tijdens zijn verblijf in Oberndorf woonde, nabij de kapel, is  nu een museum gewijd aan de ontstaansgeschiedenis van het kerstlied.

Geestverwanten

Van Oberndorf reizen we naar het vijf kilometer verderop gelegen Arnsdorf, waar Gruber als leraar, koster en organist woonde en werkte in de tijd dat hij de melodie van Stille Nacht componeerde. De school (tevens Grubers woonhuis) bestaat nog steeds: het is de oudste nog bestaande school in Oostenrijk. Het museum op de eerste verdieping herbergt onder meer het authentieke bureau van Gruber , de kerststal die hij elk jaar opstelde, door hem geschreven rapporten en unieke zwart-wit foto’s van Gruber zelf als oudere heer. Gruber was twintig toen hij in 1807 als leraar naar Arnsdorf kwam. Om aan huisvesting te komen, trouwde hij (zoals in die tijd niet ongebruikelijk was) met de 33-jarige weduwe van zijn voorganger.

St.Nikolaus, Orgel (c) SalzburgerLand Tourismus / Arnsdorf

Als leraar kreeg hij alleen salaris als de kinderen daadwerkelijk naar school kwamen – wat in de oogsttijd per definitie niet het geval was. Om extra geld te verdienen, kluste de muzikale Gruber daarom bij als organist. Zo kwam hij in 1817 ook als gast­organist naar Oberndorf en leerde daar Mohr kennen. Het klikte meteen tussen de mannen. Ze waren leeftijdsgenoten én geestverwanten, zowel in muzikaal als sociaal opzicht. Beide waren begaan met de soci-aal zwakkeren en deden wat in hun beperkte macht stond om hen te helpen. Hun vriendschap duurde een leven lang. Ze zochten elkaar ook op nadat ze verder van elkaar kwamen te wonen.

Gruber verhuisde in 1833 naar Hallein, waar hij als inmiddels redelijk bekende componist een prestigieuze baan kreeg als stadskoorheer. Het huis tegenover de kerk – waarin hij tot aan zijn overlijden met zijn inmiddels derde vrouw en tal van kinderen woonde – is nu eveneens museum. Te zien zijn onder meer Grubers klavier, de gitaar van Joseph Mohr en door Gruber gemaakte tekeningen en aquarellen. Ook het Stille Nacht-archief, met onder meer zijn dagboeken en originele manuscripten van het kerstlied, is er ondergebracht. Hij werd naast de kerk begraven, maar dat kerkhof is inmiddels geruimd en zijn gebeente is verloren gegaan. De grafsteen is wel bewaard en staat nu voor zijn woonhuis.

Onwettig kind

Steingasse

Steingasse

Om Joseph Mohr beter te leren kennen reizen we naar zijn geboorteplaats Salzburg. Op de tweede verdieping van een huis in de Steingasse 31 groeide hij op als kind van een ongehuwde moeder en een afwezige vader – volgens zijn doopoorkonde een militair die Mohr heette. Zijn moeder – een naaister – had in totaal drie onwettige kinderen en het gezin was straatarm. Zoals alle onwettige kinderen had Mohr een door de overheid aangewezen voogd. Die herkende al vroeg zijn muzikale talent en fraaie stem en stuurde hem naar het gymnasium van de abdij van St. Peter, waar hij zang- en vioolles kreeg. Omdat zijn studiekosten door de kerk werden gedragen, betekende het automatisch dat hij ‘als afbetaling’ priester moest worden – ook al was dat niet zijn persoonlijke roeping en paste de kerkelijke discipline niet bij zijn onstuimige karakter. Na de priesterwijding in 1815 werd hij als hulp-priester naar het boerendorp Mariapfarr in de Lungau gestuurd, toen een relatief belangrijk pelgrimsoord. Hier schreef hij in 1816 de tekst van Stille Nacht. Met welk doel is niet duidelijk. Men vermoedt dat het gedicht in eerste instantie vooral was bedoeld als expressie van zijn persoonlijke  gevoel van eenzaamheid en behoefte aan troost. De overgang van de drukke, relatief progressieve stad naar het diepste, conservatieve platteland moet voor Mohr een schok zijn geweest en waarschijnlijk had hij niemand om zijn hart bij te luchten. Vanuit Mariapfarr werd Mohr naar Oberndorf gestuurd, waar de ontmoeting met Gruber (en hun gesprekken over de ellende van de bevolking) hem waarschijnlijk op het idee brachten zijn gedicht voor de kerstviering op muziek te laten zetten.

Conflicten met meerderen

Lang mocht Mohr niet in Oberndorf blijven. Al in september 1819 vertrok hij naar zijn volgende post en pas na tal van tussenstations als hulppriester kreeg hij in 1827 zijn eerste eigen parochie in Hintersee. Dat het zo lang duurde, had waarschijnlijk te maken met zijn lage status als onwettig kind en de conflicten met zijn meerderen. Zijn langste tijd als priester bracht Joseph Mohr in Wagrain door, waar hij vanaf 1837 tot aan zijn overlijden in 1848 woonde en werkte.

Grab Joseph Mohr

In 2017 is hier een museum geopend met daarin onder meer facsimile van brieven waarin Mohr de bisschop om vergeving vraagt voor zijn fouten. Had Mohr – de priester tegen wil en dank – wellicht ‘ongepaste relaties’ met vrouwen? Het blijft speculatie. Naast het museum is er in Wagrain meer dat blijvend aan Mohr herinnert. In de kerk staat nog steeds het altaar waar hij de diensten leidde. Tegenover de kerk staat de Pfarrhof waar hij woonde – een combinatie van pastorie en boerderij. De Joseph Mohr-basisschool in Wagrain staat op dezelfde plek waar mede door zijn fondsenwerving in 1838 de eerste dorpsschool werd gebouwd. Hij wilde dat kinderen gratis onderwijs kregen en niet – zoals hijzelf vroeger – afhankelijk zouden zijn van de gunsten van een mecenas. Ook initieerde hij in Wagrain het eerste armenhuis voor oude, uitgediende boerenknechten en –maagden: voor die tijd een erg vooruitstrevend sociaal initiatief. Als dank draagt ook het huidige ve-zorgingshuis in Wagrain zijn naam.

Mohr overleed in 1848 aan de gevolgen van een longaandoening en ligt begraven op het kerkhof van Wagrain. Het gietijzeren grafmonument dateert van jaren na zijn dood. Elk jaar op 4 december, de sterfdag van Mohr, zingen kinderen van de lagere school van Wagrain het onsterfelijke kerstlied bij zijn graf. Dat is een heel bijzonder eerbetoon, want in Oostenrijk zelf wordt Stille Nacht verder uitsluitend op 24 en 25 december gezongen. Zelfs op de radio is het in de verdere adventtijd niet te horen.

De wereld in

Stille Nacht is inmiddels in meer dan driehonderd talen en dialecten vertaald. De melodie is altijd hetzelfde, maar de tekst wordt soms enigszins aan politieke of regionale situaties aangepast. Waarom het lied al twee eeuwen lang zo’n sterke zeggingskracht heeft, moet ieder voor zich bepalen. Is het de eenvoudig mee te zingen melodie? De hoopvolle tekst? Nu kennen we vooral de strofes één, drie en zes, over wakende herders en een met liefde verwacht kerstkind dat de wereld zal redden. Het origineel heeft zes strofes – waarvan er drie politieker zijn en verwijzen naar het leed van de oorlog en het verlangen naar vrede en verbroedering tussen volken.

De bekendheid van Stille Nacht is zeker niet van recente datum. Al snel na de eerste uitvoering in 1818 werd het geliefd, mede dankzij reizende handelaren die tegelijk zangers waren. Zij hoorden het waarschijnlijk voor het eerst in 1820 tijdens een groot kerkfeest in Arnsdorf en zongen het vervolgens keer op keer in missen in Duitsland. In 1833 werd het lied voor het eerst afgedrukt in een Duits liedboek, toen nog zonder vermelding van auteur en componist. De Tiroler zanggroep Rainer (die het ook in Arnsdorf had opgepikt) verspreidde het in de Verenigde Staten tijdens een tournee tussen 1839 en 1843; waarschijnlijk werd het ook rond die tijd in het Engels vertaald. In de tweede helft van de 19e eeuw zorgden missionarissen ervoor dat het op alle continenten bekend werd.

Het had overigens niet veel gescheeld of Mohr en Gruber hadden niet de eer gekregen die hen toekomt. In december 1854 hoorde Grubers oudste zoon Felix dat de Pruisische koning Friedrich Wilhelm IV, die zich het lied elke kerst liet voorzingen, opdracht had gegeven onderzoek te doen naar de juiste interpretatie van de melodie – die hij toeschreef aan Johann Michael Haydn:  de jongere broer van de bekende componist Joseph Haydn. Felix Gruber drong er bij zijn vader op aan een gesigneerd afschrift van het lied aan de koning te sturen en de echte ontstaansgeschiedenis op papier te zetten. Deze ‘Authentische Veranlassung zur Composition des weitverbreiteten Weihnachtsliedes Stille Nacht! Heilige Nacht!’, gesigneerd op 30 december 1854, is nu te zien in het museum in Grubers voormalige woonhuis in Hallein.

Dit zijn de zes oorspronkelijke coupletten van ‘Stille Nacht!’

Meer info op www.silent-night.com (Engels) of www.stillenacht.com (Duits).

Stille Nacht-musea

Oberndorf

Het museum in de voormalige pastorie  waar Joseph Mohr woonde, informeert over de ontstaans- en verspreidingsgeschiedenis van het kerstlied en gaat in op de geschiedenis van Oberndorf zelf. Rondom de nabijgelegen kapel – waar op 24 december elk jaar een herdenkingsmis voor Mohr en Gruber plaatsvindt – kun je in de adventtijd terecht op een kerstmarkt en bij het Stille Nacht Sonderpostambt, waar je kerstkaarten met een speciaal stempel kunt versturen. Ook is er tegenover de kapel een Stille Nacht-shop, met souvenirs uiteenlopend van cd’s en speelklokken tot Stille-Nacht-bonbons en -bier. Ook allemaal online te bestellen. stillenacht-oberndorf.at; stillenacht.net (webshop)

Arnsdorf

Museum in de (nog actieve) school, tevens het voormalige woonhuis van componist Franz Xaver Gruber. In de pelgrimskerk naast de school staat nog steeds het orgel waarop de componist van ‘Stille Nacht’ al speelde. Tussen Oberndorf en Arnsdorf kun je wandelen over de Gruber-Mohr gedenkweg. stillenachtarnsdorf.at

Salzburg

Wandelen in de sporen van Joseph Mohr langs het huis in de Steingasse waar hij opgroeide, de Dom met het doopbekken waarin naast Mohr ook Mozart werd gedoopt en het priesterseminarie (Makartplatz) waar hij is opgeleid. Het Salzburg Museum (Mozartplatz) heeft een in 1996 ontdekt handgeschreven manuscript van Stille Nacht (tekst en muziek) uit 1820. salzburg.info

Hallein

Het Stille Nacht-museum in Grubers voormalige woonhuis (met deels originele meubels en voorwerpen) tegenover de parochiekerk van Hallein herbergt het volledige archief van zijn composities. Ook is hier de gitaar waarop Joseph Mohr zichzelf en Gruber in 1818 bij het zingen van Stille Nacht begeleidde. Voor het museum staat Grubers grafsteen. keltenmuseum.at

Wagrain

Joseph Mohr wordt hier herdacht in het Stille Nacht-museum in een 225 jaar oud monumentaal pand: Het zogeheten Pflegerschlössl. Het museum bezit driehonderd vertalingen van de tekst, die er ook in tenminste zestig verschillende talen te horen is. stillenacht-wagrain.com

Mariapfarr

Het museum in de oude pastorie gaat in op het leven van Mohr en zijn familie, die al sinds de 17e eeuw in Lungau woonde. Pronkstuk is een kerststal uit 1750 met circa honderd figuren, die al in gebruik was toen Mohr hier hulppriester was.  Voor het huis staat als eerbetoon de Joseph Mohr-bron. wallfahrtsmuseum.at

Kijk wat je allemaal in de omgeving kunt doen op onze wegwijzer.

© Herbert Lehmann
Jürgen Vigne
Salzburg Stadtansicht© Salzburg Tourismus
© Tourismusverband Werfen
© Cathrine Stukhard
Jörg Lehmann
© TVB WILDER KAISER/ DANIEL REITER / PETER VON FELBERT
© Oostenrijk Magazine
Oostenrijk Magazine
Freilichtmuseum Salzburg
© Kossmann