Het Schilcherland in West-Stiermarken moet je proeven. De regio is niet voor niets vernoemd naar de Schilcher, een lokale droge roséwijn die buiten Stiermarken vrijwel niet verkrijgbaar is. Om hem te leren kennen, zul je hem dus in zijn thuisland moeten opzoeken. Dat is bepaald geen straf. Het klimaat is er aangenaam mediterraan. Het weidse landschap aan de voet van de Koralpe is schilderachtig, met weiden, velden, bossen, glooiende wijnbergen, wijnboerderijen met Buschenschanken én historische stadjes als Stainz en Deutschlandsberg: beide met imposante kastelen (nu musea) op een verheffing tussen de wijn- en fruitgaarden.

Blauer wildbacher

De dominante druif in die wijngaarden is de basis voor de wijnrariteit Schilcher: volgens kenners een van de beste roséwijnen ter wereld. Sinds 1976 is het een beschermde, voor deze regio authentieke wijnsoort. Schilcher mag alleen zo worden genoemd als hij voor 100 procent gemaakt is uit de blauer wildbacher (een druif met rode schil en wit vruchtvlees), die bovendien in Stiermarken moet zijn gegroeid. Typerend zijn het geurige boeket van bessen, bramen en aardbeien, het frisse zuur en de intense kleur: niet het lichtroze van veel andere rosés maar schakeringen van dieporanje tot robijnrood. De naam komt dan ook van het Duitse “schillern” (schitteren). Om van de blauer wildbacher-druif Schilcher te maken worden de druiven eerst van takjes ontdaan en daarna geplet. De maische (vruchtvlees én schil) die zo ontstaat komt in een tank komt en wordt meteen gekoeld om te voorkomen dat ze te snel verkleurd. Als de kleur goed is (volgens de wijnboer) wordt de maische geperst en het sap vergist tot wijn. De kleur verandert niet meer.

Om van blauer wildbacher rode wijn te maken, laten wijnboeren het vruchtvlees en de schil al samen vergisten, zodat alle kleur van de schil in de wijn wordt opgenomen. Voor een witte wijn worden de (rode) schillen meteen gescheiden van het (witte) vruchtvlees – zodat de maische niet rood kan verkleuren.

Ölspur

Door het Schilcherland loopt niet alleen een Weinstraße, maar ook de zogeheten Ölspur, langs oliemolens en producenten van pompoenpitten(olie) én restaurants en kaasboeren die er culinaire specialiteiten mee maken. Het Schilcherland dan ook een van de belangrijkste regio’s voor de productie van pompoenpittenolie. Om die olie te maken, worden pitten van de Stiermarker oliepompoen eerst gewassen en gedroogd, dan in een molen tot pulp vermalen, met water en zout gemengd (om het vet los te weken) en dan in pannen geroosterd. De pitten van de Stiermarken oliepompoen hebben geen schil. Ze bestaan uit veertien dunne, groene lagen (die de olie z’n donkergroene kleur geven). Terwijl je bij andere pompoenen zowel pitten als vruchtvlees kunt eten, moet je bij de Stiermarker oliepompoen. Zolang de pompoen nog groen is, kun je het vruchtvlees eten maar levert hij geen pitten. Als de pitten rijp zijn, wordt de schaal geel en het vruchtvlees hard en houterig.

In Oostenrijk Magazine editie 4/2019 vind je een uitgebreide reportage over ons bezoek aan luilekkerland Schilcherland, met tal van tips en adressen. Het nummer ligt tot 8 november in de winkel en is te koop in onze webshop.