Salzburg

Erfenis van de vorst-aartsbisschoppen

Tekst: Emely Nobis, Fotografie: Frits Roest

Salzburg dankt z’n barokke aanzien aan de vorst-aartsbisschoppen die er vanaf de middeleeuwen tot het begin van de 19e eeuw de dienst uitmaakten. Ze gaven blijk van groot bouwkundig vernuft. Stedentrip naar het Rome van het noorden.
Salzburg - Residenzplatz

Salzburg – Residenzplatz

Salzburg, de naam zegt het al, dankt z’n ontstaan én rijkdom aan zout. Het ‘witte goud’ werd op meerdere plaatsen in de omgeving gewonnen. Omstreeks 696 schonk de door zouthandel rijk geworden hertog Theodo II van Beieren de voormalige Romeinse nederzetting Luvavum aan de Frankische missionaris Rupert, met de opdracht én het geld om hier een kerk en kloosters te bouwen. Daarmee is Rupert de stichter én de eerste bisschop van Salzburg. De huidige naam van de stad duikt overigens pas na diens overlijden – rond 755 – in schriftelijke bronnen op. Niet veel later, in 798, wordt Salzburg verheven tot aartsbisdom binnen het hertogdom Beieren.

Een keerpunt in de geschiedenis is 1328. In dat jaar maakt Salzburg zich los van Beieren en wordt het een zelfstandig aartsbisdom binnen het Heilige Roomse Rijk. Vanaf die tijd oefenen de aartsbisschoppen behalve de geestelijke ook de wereldlijke macht uit. Met de enorme rijkdom die deze vorst-aartsbisschoppen door (zout-)mijnbouw én -handel vergaren, bouwen ze de vele kerken, kloosters, paleizen en residenties die nog steeds bepalend zijn voor het barokke aanzien van de binnenstad, die in z’n geheel op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staat.

Pronk en praal

Blik op Domquartier

Blik op Domquartier

Het DomQuartier is dé plek waar eeuwenlang het politieke en culturele hart van de stad sloeg. Het huidige museumcomplex omvat de pronkkamers van de voormalige bisschoppelijke woon- en werkvertrekken, de residentiegalerie, de kathedraal en het museum van het Benedictijnerklooster St. Peter. Waren de gebouwen tot vijf jaar geleden elk alleen afzonderlijk te bezichtigen, sinds 2014 zijn ze via een gangenstelsel op de bovenste etages onderling verbonden en kun je net als in de tijd van de vorst-aartsbisschoppen binnendoor van het ene naar het andere gebouw. ‘Zo konden ze door de binnenstad lopen zonder door het volk te worden gezien’, vertelt woordvoerder Sabine Krohn van het DomQuartier. ‘Dat ze dat wilden, was begrijpelijk. Zodra een vorst-aartsbisschop zich onder het volk begaf, moest hij volgens het protocol worden voorafgegaan door twee ‘aankondigers’ en ontstond er meteen een hele processie – want iedereen wilde hem zien of iets aan hem vragen.’

De toer door het DomQuartier geeft een goed beeld van het doen en laten van de vorst-aartsbisschoppen. Neem de vijftien pronkkamers in de residentie van waaruit ze hun wereldlijke macht uitoefenden, concerten en feesten gaven en audiënties hielden in een representatief bed. Marmeren vloeren, plafonds met sierstucwerk en fresco’s en imposante deuren getuigen van vijf eeuwen pronk en praal. De imposant grote Carabinieri-zaal (waar Mozart als klein jochie pianoconcerten gaf) werd gebouwd tijdens de regeerperiode van Wolf Dietrich von Raitenau (1587-1612), een van de belangrijkste ‘architecten’ van de stad. Krohn: ‘Wolf Dietrich was erg op Italië gericht en haalde bouwmeesters uit dat land naar Salzburg om de middeleeuwse stad met smalle steegjes om te vormen tot barok juweel met pompeuze gebouwen en grote pleinen. Om plek te creëren, liet hij hele straten slopen en werd de bevolking deels met bruut geweld uit de huizen verdreven. Op het binnenhof en de pleinen rondom de residentie liepen toen runderen, kippen, varkens en andere dieren rond en werden groenten verbouwd, want de bisschoppen wilden zelfvoorzienend zijn om belegeringen te kunnen overleven.’

Wolf Dietrich liet in het centrum van Salzburg overigens ook kasteel Mirabell bouwen als woning voor zijn geliefde Salome Alt, met wie hij vijftien kinderen kreeg. Dat de bisschoppen bepaald geen heiligen waren, blijkt ook uit de vele sculpturen en schilderijen met naakten in het DomQuartier. ‘Alles uiteraard onder de dekmantel van antieke kunst’, aldus Krohn.

Mozart en Mohr

Salzburger Dom

Salzburger Dom

Hoewel alle navolgers van Wolf Dietrich stad en residentie verder uitbouwden in alle stijlen van de tijd waarin ze zelf leefden, deden ze dat met respect voor de dominante barok. ‘Daardoor werkt het geheel toch zo harmonisch’, aldus Krohn. Zo werd onder Markus Sittikus von Hohenems (1612-1619) de grondsteen gelegd voor de Salzburger Dom. Vorst-aartsbisschop Guidobald Graf van Thun und Hohenstein (1654-1668) liet de Domplatz en de Residenzplatz ontwerpen en de Dombogen bouwen: het gedeelte dat de pronkkamers van de Alte Residenz verbindt met de dom en daarmee de wereldlijke met de geestelijke macht.

Via het terras op de Dombogen (een van de vele plekken waar je een mooi uitzicht over de stad hebt) bereik je tijdens de rondgang door het DomQuartier de orgelgalerij van de kathedraal. Mozart en zijn zusje Nannerl zijn gedoopt in de bronzen doopvont uit 1321, overblijfsel uit de Romaanse basiliek die ooit op deze plek stond. In de tijd dat Mozart hier organist was, speelde hij veelvuldig op een van de vijf zij-orgels naast het altaar. De gangen op de eerste verdieping van de kathedraal zijn ingericht als museum: naast kunstwerken uit dertienhonderd jaar kerkgeschiedenis kun je je hier ook vergapen aan een in de 17e eeuw aangelegde Wunderkammer, zoals de in die periode populaire kunst- en rariteitenkabinetten werden genoemd. De vorst-aartsbisschoppen waren allemaal van adel en namen hun kunstschatten mee naar Salzburg. Een deel van de rijke collectie die het aartsbisdom zo verwierf (en nog steeds in bezit heeft), is te zien in het museum van Benedictijnerklooster St. Peter.

In de tijd dat Mozart organist was in de Dom van Salzburg, speelde hij veelvuldig op een van de vijf zij-orgels naast het altaar.

7.964 gaten

Na deze laatste etappe van de 1,3 kilometer lange wandeling door het DomQuartier loont het de Residenzplatz over te steken en de Tour du Baroque voort te zetten in de Neue Residenz: eveneens gebouwd door Wolf Dietrich, aanvankelijk bewoond door zijn broers en later (toen die met ruzie uit Salzburg vertrokken) gebruikt als gastenverblijf. Nu is hier het Salz­burg Museum gevestigd.

In de klokkentoren onder de helm huist een carillon met een Nederlands-Belgisch tintje. De 35 klokken werden door vorst-aartsbisschop Johann Ernst Graf Thun und Hohenstein (1687-1709) aan het einde van de 17e eeuw besteld bij de Antwerpse klokkengieter Melchior de Haze. Toen ze arriveerden, was De Haze al overleden en bleek niemand te weten hoe een carillon precies gebouwd moest worden. Ten einde raad stuurde de bisschop de Salzburger horlogemaker Jeremias Sauter naar Nederland om daar de techniek te bestuderen en handleidingen te vergaren (nu zouden we het indus­trië­le spionage noemen). Intussen liet hij de reeds bestaande toren van de Neue Residenz alvast verbreden en verhogen om ruimte te maken voor het instrument.

Carillion - Hammer
Na terugkomst begon Sauter in 1702 het complexe aandrijfmechanisme te bouwen. Het hartstuk is een messing wals (doorsnee 2,5 meter) waarin hij persoonlijk 7.964 gaten boorde. Welke melodie het carillon speelt, wordt bepaald door de positie en combinatie van metalen stiften in die gaten. De stiften zijn op hun beurt met een complex systeem van houten en metalen stokken, draden en hamers met veren verbonden met de klokken.

In 1703 weerklonk het carillon voor het eerst en nog steeds is het instrument drie keer per dag te horen. Daarbij kan inmiddels uit een repertoire van honderd composities worden geput. De historische betekenis hiervan dringt tot je door als je beseft dat elke bewoner en bezoeker van de binnenstad de klank al ruim driehonderd jaar kent. Dat geldt ook voor Mozart (van wie onder meer melodieën uit zijn opera’s Die Zauberflöte en Don Giovanni in het repertoire zitten) en Joseph Mohr: tekstdichter van ‘Stille Nacht’, de kerstklasieker die uiteraard met Kerst boven de stad weerklinkt.

Ook al wordt het carillon sinds 1969 elektrisch aangedreven, het vernuftige handmatige mechanisme functioneert nog steeds en is in het kader van een rondleiding te bezichtigen. De klim omhoog via een houten trap loont ook vanwege het uitzichtplatform in de klokkenoren, waar je je in navolging van de vorst-bisschoppen even verheven tussen hemel en aarde kunt voelen.

Watervoorziening

Hohensalzburg

Vesting Hohensalzburg

Buiten het historische centrum van Salzburg drukten de vorst-aartsbisschoppen eveneens hun stempel. Op de top van de Festungsberg verrees de allengs groter wordende weerburcht Hohensalzburg. Op de Kapuzinerberg liet Paris von Lodron (vorst van 1619-1653) tijdens de 30-jarige oorlog het Franziskischlössl bouwen: eveneens een weerburcht die in vredestijd als jachtslot fungeerde. Tegenwoordig is het kasteel verpacht en in gebruik als bed & breakfast en restaurant. Op warme dagen lopen Salzburger graag via de Kapuzinerberg omhoog om op het terras met panoramisch uitzicht, te lunchen.

Almkanal

Almkanaal

Minder zichtbaar maar tot op de dag van vandaag minstens zo belangrijk was de bijdrage van de vorst-aartsbisschoppen aan de watervoorziening. Al in de 8ste eeuw was er een systeem van kanalen vanuit het zuiden richting stadsgrens, maar dit zogeheten Almkanal eindigde bij de Mönchsberg buiten de stadsmuren. Om Salzburg ook tijdens belegeringen van vers water te kunnen voorzien, lieten het Domkapittel en de abdij St. Peter (indertijd de twee grootste grondbezitters) tussen 1137 en 1143 een vierhonderd meter lange mijngang door de Mönchsberg en de Festungsberg graven. Deze Stiftsarmstollen geldt als het oudste waterverzorgingssysteem van Europa. In de daaropvolgende eeuwen werd het Almkanaal met houten leidingen verlengd tot een weid vertakt netwerk.

Het verse, stromende water werd een belangrijke levensader voor de bewoners en bedrijven binnen en buiten de stadsmuren: van viskwekerijen en molens tot brouwerijen, leerlooiers, smeden en slijperijen. De hoeveelheid water die door het Almkanaal stroomde, werd met pompen gereguleerd. Tot in het midden van de 18e eeuw werden de straten in de binnenstad geregeld bewust overstroomd om alle vuil wegte spoelen naar de lagergelegen rivier Salzach. Men vermoedt dat Salzburg door deze drastische maatregel altijd van de pest verschoond is gebleven.

Kapotte grafstenen

Almkanal - Tunnel

Tunnel © almkanal

Het Almkanaal is tegenwoordig eigendom van de staat. De vele bronnen in Salzburg krijgen hun water nog steeds uit dit kanaal; het drinkwater komt van elders. De belangrijkste functie nu is het genereren van elektriciteit via de zestien waterkrachtcentrales langs de waterloop. Eens per jaar (in september) wordt het water omgeleid om de gangen te kunnen onderhouden en reinigen. In die periode zijn de Stiftsarmstollen tijdens rondleidingen te bezichtigen: een unieke kans om dit indrukwekkend staaltje ondergrondse waterbouwkunst te zien en bovendien historisch interessant. Zo blijken de marmeren platen die overal op de grond liggen kapotgeslagen grafstenen – afkomstig van de begraafplaats naast de Salzburger Dom die in 1602 moest wijken voor de aanleg van de Domplatz.

Naast de ondergrondse rondleiding loont ook een fiets- of wandeltocht (circa 15 kilometer) vanuit Salzburg langs het traject van het Almhauptkanal naar de bron: de Königseeache aan de voet van de spits toelopende Untersberg. Langs de route, tussen Grödig en Fürstenbrunn, ligt de steengroeve die tot 1703 eigendom was van de vorst-aartsbisschoppen van Salzburg. Hier lieten zij het Untersberger marmer winnen dat in veel bouwwerken in Salzburg is verwerkt – onder andere in de façade van de domkerk. In veel vloeren van kerken en representatieruimtes is dit lichtgekleurde Untersberger marmer met rood marmer uit het eveneens nabije Adnet gecombineerd tot een typerend ruitpatroon.

Naar de top

Salzburg - Untersberg - Hochalm

Untersberg – Hochalm

Tijdens de zogeheten Duitse Säkularisation van 1803 werd het vorstbisdom Salzburg opgeheven en raakten de bisschoppen hun politieke macht kwijt. Het nieuwgevormde hertogdom Salzburg hoorde achtereenvolgens bij Oostenrijk en Beieren, tot het in 1816 definitief onderdeel werd van het Oostenrijkse keizerrijk. De Untersberg – de ‘huisberg’ van Salzburg – vormt tegenwoordig de grens tussen Duitsland en Oostenrijk. In het Grödiger stadsdeel St. Leonardt brengt de Untersbergbahn je naar de top op 1776 meter. Daar kijk je uit over Beieren: het voormalige hertogdom van waaruit ruim 1300 jaar geleden de opdracht tot het stichten van Salzburg werd gegeven. Met inmiddels 150.000 inwoners is Salzburg nu de vierde stad van Oostenrijk. Aan de vele kerken, burchten, kastelen en paleizen die de kerkelijke heersers gedurende vele eeuwen lieten bouwen, dankt de binnenstad haar bijnaam ‘Rome van het noorden’. Voorwaar een indrukwekkende erfenis.

Dit uitvoerige verslag van onze stedentrip naar het Rome van het noorden, met veel tips over evenementen en bezienswaardigheden, stond in Oostenrijk Magazine editie 4/2019. Het nummer is te koop in onze webshop. Hier geven we nog extra tips voor een verblijf in de stad.

Kijk wat je allemaal in de omgeving kunt doen op onze wegwijzer.

© Oostenrijk Magazine
Gids Sandor Cheizoo© Oostenrijk Magazine
© Oostenrijk Magazine
Salzburg - Brunnen Residenzplatz© Oostenrijk Magazine
© Oostenrijk Magazine
Oostenrijk Magazine
© Oostenrijk Magazine
Volker Preusser
© Oostenrijk Magazine

Google advertentie