Nationaal Park Gesäuse

Puur natuur

Tekst: Emely Nobis, Beeld: Frits Roest

Eeuwenoude almwegen, pittige bergtochten én ruige bergwanden voor alpine klimtochten… Gesäuse, het jongste nationale park van Oostenrijk, vervult de droom van elke bergliefhebber.

Avondstemming © Steiermark Tourismus, Hartmann

De repetitie van Muzikkapelle Johnsbach is net voorbij als we aankomen bij Gasthof Kölblwirt in het Gesäuse. Op het terras staan groepjes veelal jonge mensen na te praten, instrumenten in de hand. Als je in Johnsbach opgroeit, word je lid van de muziekkapel, de vrijwillige brandweer of de bergredding. Vaak van alle drie. De honderdvijftig inwoners vormen een hechte gemeenschap en Gasthaus Kölblwirt zou je het symbolische dorpscentrum kunnen noemen.

Gasthof Kölbl

Er is altijd iets te doen bij de familie Wolf, met als jaarlijks hoogtepunt de Johnsbacher Musikwoche in juli, als het hotel-restaurant een week lang wordt ‘bezet’ door musici uit de verre omgeving om samen te musiceren en van elkaar te leren. Een echt centrum heeft Johnsbach niet. Ontstaan uit boerderijen die her en der op berghangen in het Johnsbachtal waren gebouwd, is het nog steeds een typisch ‘strooidorp’.

Ennstaler Steirerkas

Terwijl we op het terras plaatsnemen, brengt ‘Kölblwirtin’ Ingrid Wolf brood met boter en bruine brokkelkaas. De sterk geurende Ennstaler Steirerkas, gemaakt van zure, magere melk, is typisch voor de regio. ‘Je houdt ervan of je vindt het stinkkaas’, waarschuwt ze. Wij vinden het heerlijk.

Klein en fijn

Haar echtgenoot Ludwig Wolf schuift aan en vertelt waarom hij in 2002, toen hij nog burgemeester van Johnsbach was, de plannen toejuichte om van het gebied tussen Admont en Hieflau nationaal park Gesäuse te maken. ‘De natuur met bossen, bergen, water en alpenweiden was altijd al prachtig, maar door ons als ‘merk’ te profileren, kunnen we het toerisme versterken en zo de bevolking een extra inkomstenbron bieden. Dat is belangrijk, vooral omdat het onze jongeren ervan kan weerhouden elders werk te zoeken.’

De Kölblwirt Ludwig Wolf © Stefan Leitner

Dankzij het label Nationaal Park hoopt het Gesäuse bovendien de juiste toeristen aan te trekken. ‘We zijn geen toeristisch pretpark voor de massa, maar richten ons op de ecotoerist die van klein, fijn en authentiek houdt.’

Het kostte hem en zijn collega-burgemeesters nog de nodige overredingskracht om de grond­eigenaren – de Landesforste (bosbeheer) Stiermarken en de Benedictijner abdij in Admont – over de streep te halen. ‘Als nationaal park moet je aan strenge eisen voldoen op het gebied van natuurbeheer, research, educatie en recreatie, dus dat vergt nogal wat van alle betrokkenen. Maar intussen is de samenwerking prima en als er al eens sprake is van een belangenconflict, komen we er altijd uit.’

Hut op alm

Ennstal © Oostenrijk Magazine

Ennstal

Van het adembenemende landschap hebben we op weg hierheen al een eerste indruk gekregen: via een kronkelige weg langs de wilde Enns-­rivier bereik je via een natuurlijke ‘poort’ tussen de bergwanden Himbeerstein en de Haindlmauer het Johnsbachtal in het hart van het Gesäuse. Het dal ligt als een idyllische Alpentuin tussen de ruwe Ennstaler Alpen in het noorden en de lieflijker Eisenerz Alpen in het zuiden. Het is er stil, schoon en ongerept: puur natuur.

Kölblalm © Kölblwirt

Ludwig Wolf neemt ons mee naar het enige stukje privé­grond in het nationale park: de Kölblalm, sinds tweehonderd jaar in het bezit van zijn familie. De gelijknamige hut op de alm was in de Middeleeuwen nog een typische bergboerderij (Schwaige) die het hele jaar door werd bewoond. De pachters leefden van veeteelt en betaalden de toenmalige eigenaren (de monniken van de abdij van Admont) jaarlijks vijftig ronde kazen en één rund ‘belasting’. Nu grazen de koeien van Wolf (die ook bioboer is) op de alm. De kaas die zijn pachters ’s zomers van hun melk maken, kun je proeven als je hier een pauze inlast tijdens de zogeheten Johnsbacher Almenrunde: een gemoedelijke tocht van circa tien kilometer langs vier almen met elk een ‘bewirtschaftete’ hut.

Als we ’s avonds laat terugrijden, valt pas op hoe donker het in het weinig bebouwde natuurpark is. Volgens metingen is de hemel boven Johnsbach zelf de donkerste van heel Oostenrijk. Bij helder weer kun je de Melkweg goed onderscheiden en als het bij nieuwe maan op z’n donkerst is, zijn er grote meteorenzwermen te zien.

Legendarische stroper

Haindlkarhütte © Stefan Leitner

Het lieflijke Johnsbachtal met z’n vele almen vertegenwoordigt de zachte kant van het natio­nale park. Niet voor niets wordt het Gesäuse echter ook de Hogeschool van het bergbeklimmen genoemd en is Johnsbach (op 769 meter hoogte) een van twintig ‘Bergsteigerdörfer’ in Oostenrijk. De volgende dag wandelen we met parkranger Stefan Schröck vanaf een parkeerplaats aan de voet van de Haindlkar over een goed gemarkeerd pad omhoog naar de Haindlkarhütte op 1121 meter. Aanvankelijk lopen we vooral door bos, langs een uitgedroogde beekbedding vol rotsblokken. Naarmate we hoger komen en het landschap opener wordt, hebben we vrij zicht op de bergtoppen Planspitze, Dachl, Hochtor en Ödstein. Terwijl we bij de Haindlkarhütte een Apfelschorle drinken, vertelt Schröck over de mannen die de steile, bijna loodrechte bergwanden als eerste bedwongen. De Weense fabrikant en alpinist Heinrich Hess (1857-1944) geldt als de man die het Gesäuse heeft ‘ontsloten’. In 1877 klom hij als eerste via het Peternpfad en door de spleet Peternscharte naar de andere kant van de bergwand. Schröck: ‘Daarbij had hij wel een goede lokale gids. Die bleek de weg verdraaid goed te kennen en kon het verloop van de route precies voorspellen. Achteraf moet het de legendarische stroper zijn geweest die als hij betrapt werd telkens op miraculeuze wijze wist te ontkomen. Hij had die spleet al veel eerder ontdekt. Als eerbetoon is de route, inmiddels een klassieker in het Gesäuse, naar deze ‘Peter’ genoemd.’

Lees hier meer over wild in het natuurpark Gesäuse

Ranger Stefan

Een andere imponerende wand boven de Haindl­kar, de Ödsteinkarturm, werd in 1893 bedwongen door de alpinisten Robert Hans Schmitt en Ferdinand Siegmund. Schröck: ‘Ongelooflijk dat zij in die tijd met hun primitieve uitrusting die reusachtige, 860 meter hoge wand zagen en dachten: ja, dat gaat lukken. De klimpartij bleek echter zo pittig om na te volgen, dat deze uiteindelijk in vergetelheid raakte. Tot Schröck en een collega in 2011 besloten grote delen ervan te revitaliseren. Ze markeerden de route en zekerden haar met honderdtwintig haken. ‘We zijn drie dagen met een boor onderweg geweest om alles vast te maken.’
De route ‘Schmitt en Co’ is nu weer een van de meest geliefde tochten bij klimmers in het gebied. Je moet er wel tijd voor inplannen: zo’n twaalf uur.

524 bergdoden

Die middag laat Schröck ons de schaduwzijde zien van honderddertig jaar bergbeklimmen in het Gesäuse. Rond het idyllische gelegen witte kerkje van Johnsbach ligt het grootste bergbeklimmerskerkhof ter wereld. Grafstenen en kruisen herinneren aan 83 hier begraven alpinisten. 59 doden rusten in 49 graven: met z’n tweeën als ze samen zijn omgekomen. Van 24 anderen is het graf geruimd. Het is ontroerend om op de grafstenen te lezen waar en hoe ze zijn omgekomen en hoe oud – of meestal jong – ze waren. Eduard Konrad, in 1898 op 25-jarige leeftijd verongelukt bij de afdaling van het Hochthor. Adolf Eichberger, met 18 jaar in 1950 van de Toten­köpfl neergestort. Anderen zijn door de bliksem getroffen of als lid van de bergredding omgekomen terwijl ze anderen probeerden te redden.

Kerk en Bergsteigerfriedhof

In totaal 524 bergdoden staan geregistreerd op het kerkhof, maar vanaf de jaren vijftig zijn veel lichamen door families terug naar ‘huis’ gehaald. Ook komen er relatief weinig nieuwe bergbeklimmersgraven bij, omdat er minder dodelijke ongelukken gebeuren. Toch moet de Alpiner Rettungsdienst Gesäuse nog steeds zo’n veertig keer per jaar in actie komen. Ströck, zelf lid van de reddingsdienst: ‘Opvallend genoeg gebeuren er op de zware routes relatief weinig ongelukken, omdat daar veel haken zijn en mensen zelf voor een goede uitrusting zorgen. Op lichtere routes zijn er minder haken en zijn mensen minder voorzichtig, omdat ze ten onrechte denken dat het risico niet zo groot is. Als ze dan vallen, is het vaak fataal.’

Vooral stedelingen die alleen in klimhallen oefenen, overschatten zichzelf vaak. ‘Ze zijn technisch vaak goed en ook sterk, maar de vertaling naar de natuur is lastig. In zo’n hal ziet elke wand er hetzelfde uit en hoef je alleen maar rode of blauwe grepen vast te pakken. Als je een berg niet goed kent, is het lastiger om goed grip te krijgen en vooral om in te schatten hoe lang je onderweg bent. De meeste ongelukken gebeuren omdat mensen onderschatten hoeveel tijd ze nodig hebben en dan in het donker niet meer verder kunnen of durven. Dan moeten wij ze halen.’

Bergsteigerfriedhof

Behalve voor bergbeklimmers moet de bergredding geregeld in actie komen voor wandelaars die bijvoorbeeld door de hitte zijn bevangen, zijn gevallen of simpelweg verdwalen. Begin vorig jaar moesten Ströck en zijn collega’s op zoek naar een wandelaar die zijn auto had geparkeerd bij de Kölblwirt en vandaar uit was gaan wandelen. Toen de auto er na een paar dagen nog steeds stond, vertrouwde waard Ludwig Wolf het niet en waarschuwde hij Schröck, die met een team van zestien man op zoek ging. Vijf dagen na zijn vertrek werd de man gevonden. Hij was in de sneeuw zijn oriëntatie kwijtgeraakt, maar had gelukkig kunnen schuilen in een verlaten berghut met zelfs een kacheltje. Buiten had hij het bij min 18 graden en meer dan een meter sneeuwval waarschijnlijk niet overleefd. Schröck: ‘Toen hij vertrok, was het een prachtige winterdag, maar je kunt in het Gesäuse niet op pad gaan zonder mensen te vertellen welke route je neemt en wanneer je denkt terug te zijn. Daarvoor is het hier te ruig.’

Tips & Adressen

Algemeen

Nationaal park Gesäuse, een gebied van 11.054 hectare tussen Admont en Hieflau in Stiermarken. Bereikbaarheid per auto: vanaf München over de A8 naar Salzburg, vandaar de A1 Richting Wenen tot Sattledt en de A9 tot afslag Ardning, dan de B146 Richting Admont tot Johnsbach. Vliegtuig: Salzburg en dan per trein naar Liezen. Trein: vanaf station Liezen rijdt een shuttlebus op vaste tijden naar het Gesäuse en terug (reserveren).

Het openbaar vervoer in het Gesäuse is meer dan uitstekend. Er rijdt een shuttlebus van en naar de stations, je kunt elektrische auto’s en scooters huren en de Gseistaxi brengt je veilig en goedkoop naar alle plaatsjes in het gebied. De gastenkaart Gseiscard biedt korting op alle openbaar vervoer en tal van uitjes. Download ook de (gratis) Nationalpark Gesäuse App met kaart en meer praktische informatie. gseispur.at

Informatie over de dorpen in het Gesäuse, overnachten, eten & drinken, evenementen & activiteiten: gesaeuse.at

Slapen

Kölblwirt

In het idyllisch gelegen hotel-restaurant van de familie Wolf hangt een ontspannen sfeer. De kamers zijn eenvoudig comfortabel. Het Styria-Beef op de menukaart komt van de eigen bioboerderij, waar de kalveren bij de eigen moeder drinken en in familieverband leven. De familie Wolf slacht de runderen zelf en verwerkt ook alle vlees in eigen huis. Hun kaas komt van de Kölblalm, waar de runderen de zomer doorbrengen en waar een kleine ‘Jausenstation’ is. Johnsbach 65 in Admont,  koelblwirt.at

Gasthof zur Bachbrücke

Eenvoudig, klein hotel-restaurant tussen Admont en Johnsbach, centraal in het Gesäuse en geliefd bij motorrijders.
Geopend van mei tot oktober, Krumau 97 in Admont,  bachbruecke.at

Camping Forstgarten

De kleine boscamping Forstgarten in het Gesäuse is een ideaal uitgangspunt voor wandelen en klimmen in het park. Direct aan de rivier Enns, met ligweide en beachvolleybalplaats, kinderspeelplaats en vuurplaatsen om te barbecueën. Vlakbij het informatiecentrum van het natuurpark, met een kleine winkel en de mogelijkheid iets te eten. De camping wordt beheerd door de Landesforste Steiermark, die bovendien enkele jachthutten, vakantiewoningen en een groot appartement verhuurt.
Geopend van begin mei tot eind oktober, landesforste.at

Eten & Drinken

Gasthaus zur Ennsbrücke

Gasthaus zur Ennsbrücke

Wie Admont inrijdt, passeert meteen bij de eerste rotonde het mooie restaurant van de familie Pirafelner. Kok Christoph maakt traditionele gerechten met een originele twist, uiteraard met de beste producten uit de regio. Zijn ‘signature dish’ is een hamburger van wild (Xeisburger). Broer Clemens en diens vrouw Helga bieden een perfecte service. Lees hier het recept voor een hamburger van wild van Christoph Pirafelner. Hall 300 in Admont, pirafelner.at

Café-Konditorei Stockhammer

Café-Konditorei Stockhammer

Zoetekauwen kunnen hier terecht voor twintig tot veertig verschillende soorten taarten (afhankelijk van het seizoen) en zo’n zeventig verschillende ijsbekers. De Lebkuchen van de familie Planitzer is ook te koop in de museumwinkel van de abdij van Admont. Hauptstraße 346 in Admont, gesäuse.at https://gesaeuse.at/poi/cafe-konditorei-stockhammer/

Berg- en almhutten

Haindlkarhütte

Tal van hutten in het Gesäuse zijn ’s zomers ‘bewirtschaftet’. Naast de in het artikel genoemde Haindlkar en Kölbl­alm bijvoorbeeld ook de Hess-, Ennstaler- en Modlinger Hütte en de Grabner- Ardning en Lahnalm. Zoek onder ‘gastronomie’ op gesaeuse.at

Zien & Doen

Wandelen en klimmen

De in het artikel genoemde Johnsbacher Almrunde, de wandeling naar de Haindlkarhütte en zo’n 180 andere wandel- en klimroutes in het Gesäuse plan je op: https://gesaeuse.at/tourenplaner/

Weidendom

Waidendom © Nationalpark Gesäuse, Hudelist

Hét informatiecentrum over flora en fauna in het nationale park, aan de oever van de Enns. Je vindt er onder meer een labyrint in de vorm van een voetafdruk dat inzicht biedt in de milieu-impact van je leefstijl en een ‘kathedraal’ gemaakt van bomen. Bij de Weidendom beginnen ook diverse familievriendelijke themapaden door het park. Geopend van begin mei tot medio september, nationalpark.co.at

Watersport

De onstuimige rivier Enns die door het Gesäuse loopt, biedt de avonturiers onder de watersporters alle mogelijkheden: van kajakken en raften tot het spectaculaire canyoning. Kijk voor een overzicht van mogelijkheden op de Enns én de Salza (in natuurpark Eizenwurzen naast het Gesäuse) bijvoorbeeld op: rafting.at

Abdij Admont

Abdij Admont © Wikipedia Commons

Een vakantie in het Gesäuse is niet compleet zonder een bezoek aan de Benedictijner Abdij in Admont met z’n wereldberoemde bibliotheek. Lees hier meer over wat deze ‘historische attractie’ zo bijzonder maakt. Admont 1 in Admont, stiftadmont.at

Bergbeklimmerskerkhof

Bergsteigerfriedhof Johnsbach

De witte kerk met daaromheen het kerkhof op een heuvel in Johnsbach zijn niet te overzien. De parkeerplaats ligt ongeveer honderd meter lager. Vlak voor de kerk begint ook de Johnsbacher Bibelweg, een boswandeling van circa een uur met onderweg ‘Bildstöcke’ (schilderijen op houten panelen die op een stok zijn bevestigd). De afgebeelde bijbeltaferelen, zijn gemaakt door de Duitse schilder Helmut Witte.

Kijk wat je allemaal in de omgeving kunt doen op onze wegwijzer.

Wormser Hütte, Montafon
© Tourismusverband Werfen
© Oostenrijk Magazine
© Oostenrijk Magazine
© Linder
Oostenrijk Magazine
© Steiermark Tourismus, Hartmann
© FREN Media, Emely Nobis
Bärentrail, © Bärenwald, Matthias Schickhofer
© Oostenrijk Magazine

Google advertentie