Riess

Kookgerei van email

Tekst: Emely Nobis, Beeld: Frits Roest

Hoe een producent van potten en pannen marktleider werd door een bewust gebrek aan daadkracht.

Kookgerei van Riess © Riess

Wat is email?

Een beschermlaag van gesmolten glas (glazuur) op voorwerpen van metaal of aardewerk. Email is zeer glad, hard, onbrandbaar en duurzaam. Nadat de Tsjechische arts en chemicus Adolf Martin Pleischl in 1857 ontdekte dat mensen ziek werden van de zware metalen in tinnen en koperen servies, kwam email in beeld als gezond alternatief. Bedrijven in Oostenrijk en Duitsland lukte het als eerste om email te laten hechten aan metaal. Het was de grondsteen voor een bloeiende Europese emailindustrie.

Wanneer werd Riess opgericht?

De wortels van het bedrijf gaan terug tot een smederij in Ybbsitz (Neder-Oostenrijk) waar vanaf 1550 met grote hamers pannen en ketels werden gevormd. De Riess-clan trouwde daar in 1801 in. Door de neergang van de ijzerindustrie had de smidse op enig moment geen toekomst meer. Friedrich Riess nam de stap tot het vervaardigen van hoogwaardig porseleinemail. Dat was in 1922. Toen iedereen nog op kolen stookte, liet hij met vooruitziende blik een eigen waterkrachtcentrale bouwen. Zijn kleinzoon (en naamgenoot) Friedrich: ‘Iedereen verklaarde hem voor gek, maar nu zijn we blij met onze duurzame energie. We gebruiken trouwens ook nog steeds een van zijn ovens. Het energieverbruik is heel wat lager dan bij al die moderne toestellen met te veel toeters en bellen.’

‘Waarom bestaan jullie nog?’

Nu staat Riess voor kookgerei dat zich in kwaliteit en design positief onderscheidt van goedkope (vaak Aziatische) import. Toch kreeg Friedrich zelfs nog een aantal jaren geleden geregeld de vraag gesteld waarom Riess überhaupt nog bestond. Niet zo vreemd! Vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw hield de ene na de andere grote emailleerfabriek in Europa ermee op. In 1980 was in Oostenrijk alleen Riess nog over. ‘Onze dood werd al voorspeld.’

Dat het familiebedrijf wist te overleven, schrijft Friedrich deels toe aan een bewust gebrek aan daadkracht. ‘Mijn overgrootvader overleed in 1914, tijdens een economische crisis en vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Geen van zijn drie zoons had het geld om de anderen uit te kopen. Ze besloten het bedrijf samen voort te zetten en zo doen we het nog steeds: ik ben verantwoordelijk voor techniek en productie, mijn neef Julian voor sales en marketing en mijn nicht Susanne voor personeel en organisatie. Samen leiding geven vergt veel overleg. Misschien hebben we op veel gebieden de goede beslissingen genomen omdat we te langzaam waren.’

In elk geval te langzaam voor de snelle consultants die in de jaren tachtig door het bedrijfsleven trokken. ‘Alles moest anders volgens mooie Harry met z’n Mercedes-zonnebril en z’n Mercedes Coupé. We moesten het assortiment inkrimpen, want niemand had nog melk­kannen, po’s of saladeschotels van email nodig. Onze concurrenten luisterden en gooiden die producten eruit. Wij aarzelden: Konden we de omzet van die po’s wel missen? Een jaar later bleek dat we juist veel meer po’s verkochten dan vroeger. Wat elders uit het assortiment verdween, leverde ons telkens extra omzet op. Onze concurrenten leverden op advies van Harry alleen nog aan grote winkelketens en gooiden de vakhandel eruit. Die klopten dus bij ons aan.’

Het verplaatsen van de productie naar Azië heeft het leidinggevende trio nooit overwogen. ‘Ons personeel werkt hier vaak al generaties; een deel woont in onze werknemershuizen. We zijn als een grote familie. Mensen zijn ons belangrijkste kapitaal, want veel gebeurt hier nog handmatig. Vroeger haalden we de slaven naar Europa; nu brengt Europa het werk naar de slaven. Daar wil ik niet aan meewerken.’

Dat producten van Riess daarom relatief duur zijn, nam het bedrijf lange tijd op de koop toe. Inmiddels wordt de omgang met mens en milieu in de marketing bewust ingezet. ‘Want je moet kunnen uitleggen waarom wij vierentwintig euro vragen voor een pan die elders vier euro kost. Alleen wijzen op het kwaliteitsverschil is zeker in deze wegwerpmaatschappij niet genoeg.’

Waar komt innovatie vandaan?

U vraagt, wij maken: zo ongeveer werkt het bij Riess. Een voorbeeld: Toen de eigenaar van een wijnlokaal een XL-braadslee zocht, werd van twee kleinere braadsledes een zijkant afgesneden en werden de twee stukgesneden pannen aan elkaar gezet tot het gewenste formaat. Het experiment beviel. Andere gastronomen wilden net zo’n schaal, zodat Riess het aandurfde  zo’n extra groot model in productie te nemen. ‘Meteen in het eerste jaar hebben we er 150.000 van verkocht, gewoon door te luisteren naar de klant.’

Wie maakt de pannen kapot?

Friedrich Riess neemt ons mee naar een kamertje waar kapotte waar wordt onderzocht. Op een campingkookstel laat hij zien wat er gebeurt als je een pan te snel verhit of een kleine pan op een te grote pit zet (en andersom). Volg de tips op de website en een Riess kan eigenlijk niet stuk, stelt Friedrich. De grote boosdoener is de gebruiker zelf. ‘Negentig procent van onze problemen staat voor de haard.’

i riess.nl

© Vöslauer, www.peterrigaud.com
Oostenrijk Magazine, Emely Nobis
El Woods
© Giesswein