Frau Hofrätin

Tekst: Frits Roest

Adellijke titels zijn in Oostenrijk sinds 1919 verboden. Het is een indirect gevolg van de Eerste Wereldoorlog. Omdat het volk keizerhuis, hof en adel verweet hen in de ellende te hebben gestort, besloot het eerste naoorlogse parlement tot een formele Adelsaufhebung. Ook het gebruik van familiewapens, eretekens of (in correspondentie) aanspreekvormen als Durchlaucht of Excellenz is sindsdien strafbaar. Hoog is de boete niet (zo’n 290 euro), maar het gaat om het principe. Ook zonder graven, hertogen, prinsen of markiezen kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Zo werd er al meteen een uitzondering gemaakt voor ambtenaren. Als die lang genoeg ergens in dienst zijn, krijgen ze een eretitel. Mijn vriendin X., al een kwart eeuw directeur van een archief, mag zich Hofrat noemen. Of omdat ze vrouw is: Hofrätin. Toen ik haar onlangs op kantoor bezocht, bleken zij en haar baas elkaar aan te spreken met Herr Hofrat en Frau Hofrätin. Des te absurder omdat ze een werkkamer delen en hun bureaus naast elkaar staan.

Titelgekte

Bijna een eeuw na afschaffing van de monarchie is titelgekte Oostenrijkers nog steeds niet vreemd. De kerkhoven liggen vol met Magister, Hofräte, Generaldirektoren, Kammersänger, Bergräte, Kommerzialräte en ga zo maar door. In de wachtkamer van de tandarts kijkt niemand vreemd op als Herr Doktor wordt gevraagd zich bij de mondhygiëniste te vervoegen. Onderzoeker Heinz Kasparovsky (hij mag zichzelf Ministerialrat noemen) komt in een boek over het onderwerp tot maar liefst negenhonderd aanspreekvormen voor ondermeer ambtenaren, academici en kerkelijke ambtsdragers. Hij geeft ook etiquetteregels: hoe spreek je iemand met meerdere titels aan? Welke aanhef hoort boven een brief aan een Oberrat, Majorveterinär, Parlementsrat of Amtsarzt? Dat zijn serieuze kwesties.

Iedereen herkent een naam als Starhemberg meteen als oude adel

Terwijl de burgeradel hecht aan verworven titels, probeert de echte adel van tijd tot tijd de oude titels te claimen. Zeker toen Oostenrijk in 1995 lid van de EU werd, hoopten velen dat de adelsopheffing strijdig zou blijken met EU-recht. Dat bleek niet het geval, maar wat maakt het uit. Ook al ontbreekt tegenwoordig het ‘von’, iedereen in Oostenrijk herkent namen als Starhemberg, Auersperg, Herberstein, Harrach, Kottulinsky of Trapp als oude adel. En die oude adel heeft nog steeds grote delen van het land in handen. Zo is de familie Esterházy eigenaar van de helft van de grond in de provincie Burgenland. Ook de huizen Mayr-Melnhof-Saura, Habsburg, Coburg & Gotha, Starhemberg en Schaumburg-Lippe bezitten ieder meerdere duizenden hectare bos en weiland. Soms sluiten ze een wandelpad door hun gebied af, terwijl de wet stelt dat wegen, bergpaden en weiden toegankelijk moeten blijven. Als ze onder het mom van jacht of houtkap toch ‘tijdelijk’ worden omheind, is de vereniging van Natuurvrienden Oostenrijk er als de kippen bij om protest aan te tekenen. Dan staat de adel weer als vanouds tegenover het volk.

Oostenrijk Magazine editie 3/2016 is te koop in onze webshop.