Austriaans

Tekst: Frits Roest

Mijn liefde voor Oostenrijk begon met mijn liefde voor een Oostenrijkse. Ik had haar leren kennen in Groningen en besloot haar te volgen naar Wenen, waar ik me in 1978 aan de universiteit inschreef als student psychologie. Hoewel ik goed Duits sprak, was het eerste jaar een harde leerschool. De klankkleur van het Oostenrijks is zo anders dan het Duits-Duits waar ik als Nederlander op was ingeluisterd. Zeker als we met een groep vrienden in het café zaten, verstond ik er vaak echt helemaal niets van. Je zou kunnen zeggen dat Oostenrijks tot Duits staat als Belgisch tot Nederlands. De klankkleur is volkomen anders, veel zangeriger. En zoals bij ons Vlaams op televisie vaak wordt ondertiteld, zo is voor veel Duitsers het Oostenrijks lastig te volgen.

Oostenrijkers praten bovendien vrij nasaal. Ook maken ze nauwelijks onderscheid tussen medeklinkers als ‘p’ en ‘b’, ‘t’ en ‘d’ en ‘k’ en ‘g’. Woorden die op ‘ig’ eindigen, zoals König (koning) en fertig (gereed) worden dus uitgesproken als ‘Keunik’ en ‘fertik’. China heet in Oostenrijk Khina. En ligt bij Duitse koffie het accent op de eerste lettergreep (Kàffee), in Oostenrijk op de tweede (Kafféé). Behalve aan de uitspraak moest ik wennen aan de Austrianismen – Oostenrijkse varianten op Duitse woorden. Alleen al de menukaart in restaurants… Eierspeis, Topfen, Palatschincken, Vanillerostbraten…

Het duurt even voordat je begrijpt dat je respectievelijk roerei, kwark, pannenkoek en gebakken rostbief met knoflook (en dus géén vanille) besteld. In de winkel helpt het dat er bordjes bij de groenten staan. Zo leerde ik snel dat tomaten Paradeiser zijn: een van de mooiste woorden in het Oostenrijks. Sperziebonen en bloemkool heten Fisolen en Karfiol. En waar de Duitsers Aubergine zeggen, hebben de Oostenrijkers het over Melanzani. De reden ligt voor de hand. Het Oostenrijks is sterk beïnvloed door de taal van de landen die vroeger deel uitmaakten van de Oostenrijkse dubbelmonarchie, zoals Tsjechië, Hongarije en delen van Italië.

Tegenwoordig denken Oostenrijkers meestal dat ik Duits ben.

Zelf kon ik na een jaar Wenen redelijk ontspannen meepraten. Tegenwoordig denken Oostenrijkers meestal dat ik Duits ben, en vragen ze in Duitsland steevast of ik uit Oostenrijk kom. Blijkbaar heb ik me de tongval aardig eigen gemaakt. Al liggen sommige Oostenrijkers nog steeds in een deuk als ik Gurkerl (augurkjes) uitspreek, een van de meest tongbrekende woorden. Net als Nockerl (kleine pasta) en Knöderl (knoedel of deegbal). Tot slot: hoe kwam de vanille in de Rostbraten terecht? In de tijd dat dit gerecht ontstond, begin 19e eeuw, was vanille vanwege het complexe transport uit Midden-Amerika uiterst kostbaar. Terwijl de elite de smaakstof te pas en te onpas gebruikte om gerechten te verfijnen, konden arbeiders zich dat natuurlijk niet permitteren. Zij vervingen het kostbare goedje door het goedkope en goed verkrijgbare knoflook. Daarom werd knoflook spottend ‘vanille van de armen’ genoemd en kreeg de Vanillerostbraten zijn verwarrende naam.