Bal crashen

Tekst: Frits Roest

Op de middelbare school wilde ik beslist niet op dansles, maar toen ik midden jaren tachtig naar Wenen verhuisde, moest ik er alsnog aan geloven. Met jaarlijks zo’n 450 bals is Wenen ’s wereld dansmetropool en mijn Oostenrijkse vrouw was een echte baltijger. Ik leerde het voetje voor voetje, vond het veel leuker dan ik had gedacht en kreeg (Engelse) wals, foxtrot, rumba, paso doble, chachacha & co relatief snel onder de knie. Gelukkig maar, want stijldansen beperkte zich bepaald niet tot de dansschool. Met Oud & Nieuw, na de klok van 12 uur, wals je in Oostenrijk sowieso een rondje in de huiskamer. Dat hoort er gewoon bij. Maar ook tijdens huwelijken, verjaardagen en andere partijen hebben we in heel wat feestzalen op de dansvloer gestaan. De herinnering eraan kwam weer boven toen ik onlangs in een gehucht in Stiermarken na een pittige wandeling het dorpscafé binnenliep om iets te drinken. Ik viel met mijn neus in de wekelijkse dansmiddag met live muziek . Zelfs ouderen die slecht ter been waren, zwierden met zichtbaar plezier nog tamelijk virtuoos rond. Ik werd er zowaar nostalgisch van.

Het Weense balseizoen begint elk jaar op 11 november. In de maanden erna heeft zo’n beetje elke beroepsgroep z’n eigen bal: van artsen, apothekers en academici tot brandweer, politie en schoorsteenvegers. Natuurlijk wilde mijn baltijger het liefst overal naar toe, maar veel geld hadden we als studenten niet. Het Universitätsball was nog wel betaalbaar. Voor tweehonderd Shilling – toen zo’n 32 gulden – kon je als student een kaartje kopen. Het werd uiteraard een stuk duurder als je ook een tafel reserveerde om aan te zitten en champagne wilde drinken, maar zonder die extra’s was het goed te doen. Bovendien waren we jong. Als we wilden uitrusten, gingen we wel op de trappen of in de vensterbank zitten. Meestal dansten we alleen met elkaar, maar soms gingen we met een groep vrienden. Dan danste iedereen met iedereen. Vooral tijdens de klassieke Weense wals kon niemand stil blijven zitten.

Onze bluf kwam blijkbaar overtuigend genoeg over.

De mooiste locaties vonden we het Raadhuis en de Hofburg, maar juist daar hing vaak een prijskaartje aan het balgebeuren. Onze oplossing: Bal crashen. Het kwam erop neer dat we vrij laat op de avond, om een uur of 11, met het openbaar vervoer en zonder overjas naar de betreffende locatie gingen en dan rillend naar binnen renden terwijl we de portier toeriepen: ‘We hebben even iets uit de auto gehaald.’

Ik betwijfel of het nu nog zou lukken, maar toen was onze bluf dankzij mijn smoking en haar baljurk blijkbaar overtuigend genoeg.

Het zoetste Weense bal is zonder meer het BonbonBall, georganiseerd door de patissiers. Al meer dan vijftig jaar wordt daar uit een tiental kandidaten om middernacht de nieuwe Miss Bonbon gekozen. In het jaar voordat ik haar leerde kennen, was ook mijn latere vrouw genomineerd. Hoewel ze niet won, was het toch een kroon op haar balcarrière.

Lees meer over de Weense baltraditie in het artikel ‘Altijd bal in Wenen’ in Oostenrijk Magazine 1/2017.

Oostenrijk Magazine editie 4/2019 is te koop in de webshop