Oostenrijkers die in de bergen opgroeien, zijn klimmen en dalen van kinds af aan gewend. Ze gaan niet alleen de berg op en af naar huttenfeest, bergmis of wandeltocht. Zelfs de weg naar school of winkel is meestal heuvel op heuvel af. Dat gaat in je spieren zitten. Ik zal in de bergen nooit aan een Oostenrijker vragen hoe ver het nog is. Ze onderschatten dat wij als vlak­landers simpelweg meer tijd nodig hebben voor dezelfde afstand. Mijn Oostenrijkse schoonvader was zo’n echte berggeit. Halverwege de afdaling na een flinke toer realiseerden we ons dat we een paraplu in de berghut hadden laten liggen. ‘Ik ga hem wel even halen’, zei hij. Toen mijn vrouw en ik beneden aankwamen, was hij er ook. Met paraplu. In de tijd die wij dus nodig hadden gehad om de tweede helft naar beneden te lopen, had hij de eerste helft weer omhoog en het hele stuk naar beneden afgelegd!
Ik heb sowieso een heilig ontzag voor de bergen. Ze zijn minstens zo verraderlijk als de zee, heb ik ondervonden nadat ik een keer letterlijk de mist in ging. Met een vriend en zijn kinderen wilden we vanaf het bergstation van de Schnee­berg (bij Wenen) naar een hut. Hoewel de top in de wolken lag, leek het zicht bij ons vertrek heel redelijk. Onderweg trok het wolkendek helemaal dicht en de hut zagen we pas toen we er vijf meter vanaf stonden. Als de markering minder goed en het pad minder frequent begaan was geweest, waren we hopeloos in de problemen gekomen. De meeste Oostenrijkers zullen nooit de bergen ingaan zonder het weerbericht en de route goed te checken en bij twijfel het zekere voor het onzekere nemen. Toeristen zijn vaak te optimistisch of willen hun geplande uitje niet door het weer laten dwarsbomen. Zoals een berggids een keer vertelde: ‘Dan vragen ze me of er een kans is dat het ’s middags zal regenen, terwijl de hemel ’s morgens al voor driekwart is bewolkt. Of ze gaan met de lift omhoog en onderschatten hoe lang, steil en gevaarlijk de afdaling is.’
Uit cijfers blijkt dat er ’s zomers meer ongelukken in de bergen gebeuren dan tijdens de wintersport. Daarbij moet de bergredding steeds vaker uitrukken voor wandelaars in relatief eenvoudig terrein. In de meeste gevallen niet eens omdat ze zijn gevallen en iets hebben gebroken. De meeste zoekacties worden opgezet voor mensen die zijn verdwaald omdat ze geen goede kaart of gps bij zich hebben of bewust van de gebaande paden zijn afgegaan om de drukte te ontwijken en wat kleding, schoeisel en proviand betreft niet zijn voorbereid op een weeromslag of een overnachting in de bergen . In het ergste geval hebben ze zelfs het Alpine noodnummer niet paraat of zitten ze in een Funkloch zonder bereik. Een ongeluk kan altijd gebeuren, maar veel noodsituaties zijn vermijdbaar. Wie de risico’s onderschat, brengt niet alleen zichzelf in gevaar maar ook de vrijwillige bergredders. Ben je bovendien onvoldoende verzekerd (de inzet van een helikopter kost duizenden euro’s) , dan eindigt je vakantie ook nog eens met een gepeperde rekening.

Meer lezen? Bestel Oostenrijk Magazine editie 3/2018 in onze webshop.