Rauchfangkehrer

De schoorsteenvegers in Oostenrijk

Ze werken deels nog met dezelfde veegtechnieken als in de 17e eeuw… de schoorsteenvegers in Oostenrijk. Het ambacht werd vorig jaar opgenomen in de UNESCO-lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed. Wat maakt deze traditie zo bijzonder?

© Högler & Söhne / rauchfangzentrum.at

Het laten vegen van schoorstenen is in Oostenrijk al sinds de middeleeuwen gebruikelijk. In 1221 beval markgraaf Leopold II per edict dat huisbezitters ‘Feuerstätten und Kamine’ moesten laten vegen – als reactie op het inzicht dat de meeste branden werden veroorzaakt door vuile of verstopte schoorstenen. In het begin was het schoorsteenvegen een reizend beroep, vrijwel altijd uitgeoefend door groepen mannen uit het noordwesten van Italië die door heel Europa trokken. De jongetjes die voor hun bazen in de vaak smalle schoorstenen moesten klimmen – spazzacamini – waren tussen de 8 en 12 jaar. Het was dus kinderarbeid.

De aanwezigheid van schoorsteenvegers in Wenen werd al gedocumenteerd in 1447. Vijfenzestig jaar later, op 19 oktober 1512, nam keizer Maximiliaan I de eerste officiële Rauchfangkehrer van de stad in dienst: ene Hans von Mailand. De huizen in Wenen hadden allemaal daken met houten Schindel. Als daar bij een schoorsteenbrand een vonk op terecht kwam, stond het meteen in lichterlaaie. Vandaar dat Maximiliaan wilde dat schoorsteenvegers zich permanent in de stad zelf zouden vestigen. Dan waren ze altijd beschikbaar.

Schoorsteenvegen in Oostenrijk is door UNESCO onder meer als werelderfgoed erkend omdat het reinigen van schliefbarer (beklimbare) schoorstenen deels nog gebeurt met dezelfde technieken als in de 17e eeuw.

In Oostenrijk Magazine 5/2020 een interview met meester-schoorsteenveger Sonja Högler over de eigen manier waarop dit ambacht in Oostenrijk wordt uitgeoefend en een verslag van ons bezoek aan het unieke Rauchfangkehrermuseum in Wenen. Het nummer ligt tot 22 januari 2021 in de winkel en is te koop in onze webshop.