Neusiedler See Leithagebirge

Lieflijk en lekker

Tekst: Emely Nobis, Beeld: Frits Roest

Een vakantie in Neusiedler See Leithagebirge in Burgenland is op z’n lieflijks als in april de duizenden kersenbomen in volle bloei staan en op z’n lekkerst in de oogstmaand juni. Op (smaak)reportage in deze werelderfgoedregio.

Het is goed kersen eten in de regio Neusiedler See Leithagebirge in Burgenland. Dankzij de warme wind vanaf de Hongaarse laagvlakte én de vruchtbare bodem zijn er tal van lokale kersensoorten ontstaan die nergens anders te vinden zijn. Alleen al van hun namen loopt het water je in de mond: Bolaga, Donnerskirchner Blaukirsche, Frühbraune aus Purbach, Hängerte, Joiser Einsiedekirsche, Schachl, Spätbraune von Purbach, Windener Schwarze.

Wie hier een vakantie plant, staat voor een dilemma. Ga je in april, als duizenden kersen­bomen het gebied omtoveren in een kleurig, geurig natuurschouwspel? Kom je liever in juni – als de bomen vol donkerrode vruchten hangen die je bovendien op tal van plekken kunt plukken en proeven? Of misschien toch in de herfst als de bladeren van de bomen goudbruin kleuren én in de wijngaarden volop druiven worden geoogst?

Genuss Region

Neusiedler See Leithagebirge ligt tussen de Neusiedler See en het Leithagebirge, een vierhonderd meter hoge heuvelrug die als de meest oostelijke uitloper van de Alpen geldt. De vijf gemeentes aan de voet van dit ‘gebergte’ – Breitenbrunn, Donnerskirchen, Jois, Purbach en Winden – zijn onderling verbonden door de Kirschblütenradwanderweg. Onze eerste stop op deze veertig kilometer lange fiets- en wandelroute door wijn- en boomgaarden is Breitenbrunn, want hier woont Rosi Strohmayer. Zij is voorzitter van de in 2007 opgerichte vereniging Leithaberger Edelkirsche, die zich inzet voor het behoud en de vermeerdering van oude kersensoorten. Strohmayer vertelt dat kersenbomen al in de 18e eeuw in het Leithagebirge werden gecultiveerd. ‘Terwijl de boeren zelf voor de wijngaarden zorgden, was het plukken van kersen het werk van dagloners en kinderen. Die mochten de helft van de opbrengst, het Helftl, houden als loon of zakgeld. Met de opbrengst van de andere helft kocht de boerin in een klap bij de lokale winkeliers de schulden van een heel jaar af.’

Haar economische bloeiperiode beleefde de kersenteelt vooral in de 20ste eeuw tijdens het interbellum en na de Tweede Wereldoorlog. In elk van de vijf gemeentes stonden toen tussen de 10.000 en 15.000 kersenbomen. ‘Onze kersen waren klein, maar geurig en aromatisch, echt iets bijzonders. Vooral in Jois en Donnerskirchen werd er flink geld mee verdiend. Jois telde zo’n zestig handelaren; op het plein voor de kerk in Donnerskirchen verkochten de handelaren in het seizoen dagelijks tien tot vijftien ton kersen voor bedragen tot wel twintig Schilling per kilo: waanzinnig veel geld in die tijd. Als de Joiser kersen op waren, reden ze naar Winden om daar bij particulieren kersen in te kopen voor veertien Schilling per kilo. Een oudere heer heeft me eens verteld dat hij zo’n handelaar wegstuurde, vervolgens met korven vol kersen naar Ravensburg in Duitsland ging en ze daar zelf op de markt verkocht voor 24 Schilling per kilo.’

In de jaren zestig kwam de klad in de kersen, vooral door concurrentie van fruithandelaren uit Italië en de veranderende consumenten­wensen. ‘Smaak was niet meer belangrijk. Plotseling moest alles vooral groot zijn en werden onze kleine kersen onverkoopbaar.’

Veel bomen werden geveld. Vaak bleven alleen die met een sentimentele waarde overeind, bijvoorbeeld omdat ze waren geplant bij een huwelijk of geboorte. Het keerpunt kwam in 2007, toen de Oostenrijkse overheid het initiatief nam tot oprichting van de Genuss Region Österreich: een stimuleringsprogramma voor de promotie van soortenreine regionale producten. De kort daarvoor opgerichte vereniging Leithaberger Edelkirsche – die de teloorgang wilde tegengaan – zag meteen een kans voor de kers. Strohmayer: ‘We dienden een verzoek in om ons Genuss Region Leithaberger Edelkirsche te mogen noemen. Dat werd gehonoreerd toen uit onderzoek bleek dat er in onze vijf gemeentes maar liefst acht kersensoorten groeien die je verder nergens vindt.’

Inmiddels zijn deze unieke kersenvarianten (de lekker klinkende soorten uit het begin van dit artikel) door Slow Food opgenomen in de Ark van de Smaak. Ook werd het bomenbestand fors uitgebreid door de nog resterende exemplaren te enten. Tussen 2007 en 2009 werden ruim duizend nieuwe bomen langs de Kirschblütenradwanderweg geplant, zowel op openbare als private grondstukken. In totaal staan er nu weer circa vijfduizend kersenbomen in de regio.

Vrucht der koningen

Rosi Strohmayer neemt ons mee naar de Kellergasse van Breitenbrunn. Vanuit een van de historische wijnkelders verkoopt ze door haar en dochter Andrea gemaakte kersenspecialiteiten als sap, likeur, chocolade en azijn. Ze trakteert ons op een proeverij van vruchtenspreads van verschillende soorten kersen. Het blijken smaakbommen, waarbij elke kersensoort voor een duidelijk eigen karakter en aroma zorgt. Opvallend is het hoge vruchtgehalte van 80 procent. ‘Als je aromatische kersen hebt en je ze bovendien op z’n zoetst plukt, heb je niet meer dan 20 gram suiker per 100 gram nodig’, legt ze uit. Vandaar dat ze in de oogsttijd bijna dagelijks met een refractometer de boomgaarden inloopt om het suikergehalte te meten. ‘Want niet elke rode kers is rijp’. Daar komt bij: ‘Elke boom heeft een zon- en schaduwkant. Je moet je bomen dus goed kennen en weten dat je eerst één kant moet plukken en pas een paar dagen later de andere kant. Probeer dat maar eens aan twaalf plukkers uit te leggen.’

We stappen weer op de fiets en rijden door een witte sluier van kersenbloesem naar het plaatsje Donnerskirchen, al van verre herkenbaar aan de rode, uivormige kerktoren. Hier treffen we Walter Eipeldauer, trotse eigenaar van een veertigtal kersenbomen waarvan de opbrengst goeddeels wordt verwerkt tot edelbrand. Ook bij het destilleren blijkt de kers een dame met gebruiksaanwijzing. ‘Laat haar twee dagen te lang hangen en ze is overrijp en dus niet meer te gebruiken. Je moet bovendien ’s ochtends vroeg plukken als het nog koud is, de oogst dan zo snel mogelijk naar de kelder brengen en binnen maximaal twee dagen verwerken om spontane vergisting te voorkomen.’

De kers mag in het Leithagebirge dan wel zijn herontdekt als ‘vrucht der koningen’, aldus Eipeldauer, er is ook een keerzijde. ‘Van de 2500 bomen die alleen al in Donnerskirchen staan, worden er nog maar driehonderd altijd geplukt. Met het simpelweg verkopen van kersen valt namelijk nauwelijks geld te verdienen. Een goede plukker haalt vijftig tot zestig kilo per dag en dat levert in de handel maximaal driehonderd euro op. Het is dus hard werken en loont eigenlijk alleen als je er zoals ik iets extra’s mee doet. In slechte jaren, als je relatief veel bomen langs moet voor een goede oogst, kunnen we zelfs nauwelijks plukkers vinden.’
Vakantiegangers profiteren van het overschot. Zo kun je in juni een kersenboom ‘huren’, wat erop neerkomt dat je tijdens je verblijf onbeperkt kunt plukken en eten. Bij veel boeren kun je ook per kilo plukken en afrekenen.

Purbacher Turk

Hoezeer de kersen ook worden gekoesterd in het Leithagebirge, voor de regio zelf is wijnbouw zeker zo belangrijk. Sterker nog: kersen en wijn gaan hier hand in hand. Veel bomen staan in wijngaarden tussen de druivenranken, waar ze tijdens de hete zomers voor welkome schaduw zorgen. Hoewel het wijnbouwgebied met 3,7 hectare klein is, geldt het toch als een mekka voor wijnliefhebbers. In elke gemeente staan wijnboerderijen en de veelal kleine Winzer produceren een breed palet aan kwaliteitswijnen. Het gebied heeft zelfs een eigen Leithaberg DAC voor zowel witte als rode wijnen, met als gemeenschappelijk kenmerk het minerale en opulente karakter. Het wijndorp bij uitstek is Jois, met veel wijnbedrijven in en rondom het centrum. In Jois begint ook een drie kilometer lang Weinlehrpfad met tien informatieve stations over de (wijnen van) de regio, elk gemarkeerd met een groot wijnglas van roestig staal. De gemarkeerde wandeling door de wijngaarden is alleen al de moeite waard vanwege het fantastische uitzicht vanaf de heuvels op de Neusiedler See.

Om de Leithaberger DAC te proeven, gaan we naar Purbach, de grootste en meest centrale plaats in de regio. De voormalige brandweerkazerne hier – het Haus am Kellerplatz – herbergt nu het toerismebureau én een van de modernste vinotheken van heel Oostenrijk. Langs een van de wanden staan kleine kasten met daarin 64 verschillende regionale flessen wijn die je zelf kunt ‘tappen’. Je betaalt met een chipkaart: hoe meer geld je daarop laat zetten, hoe meer glazen je kunt proeven.
Purbach kreeg pas in 1997 het stadsrecht en is daarmee een van Oostenrijks jongste steden, maar dan wel een met veel historische bouwsubstantie en een lange geschiedenis. Zo is het centrum omgeven door dikke stadsmuren uit de tijd van de Oostenrijks-Turkse oorlog in de 17e eeuw. Vandaar de naam Türkentore voor de drie poorten in deze stadsbevestiging. Aan een eerdere Turkenoorlog herinnert de stenen buste van een man met tulband op de schoorsteen van het huis (Schulgasse 9) tegenover het Haus am Kellerplatz. Deze ‘Purbacher Türke’ zou zijn achtergebleven nadat het plaatsje in 1532 werd geplunderd door Osmaanse troepen. Hij had zo veel gedronken dat hij in de wijnkelder in slaap was gevallen en pas wakker werd toen de boeren (die het bos in waren gevlucht) naar hun huizen terugkeerden. De Turk verschanste zich in de schoorsteen, werd betrapt, uitgerookt en gevangengenomen. Later liet hij zich dopen en de rest van zijn leven woonde en werkte hij in het huis waar hij in slaap was gevallen. Ter herinnering aan het gebeuren werd het beeld op de schoorsteen geplaatst. Of de anekdote op waarheid berust, weet niemand zeker. Ze is in elk geval hardnekkig.

Van iets recentere datum – namelijk uit 1850 – dateert de Kellergasse van Purbach, de grootste en mooiste in de regio met maar liefst vijftig stenen wijnkelders verdeeld over drie parallelle straten. Ze werden rond de eeuwwisseling grotendeels gerenoveerd en fungeren sindsdien als één grote Heurigen waar zo’n twintig gastronomen/wijnboeren wijn en spijs serveren. Op warme dagen in het weekend vult dit romantische oord zich met gasten die plaatsnemen aan de lange tafels onder de walnotenbomen. De sfeer is gezellig en relaxed, het eten eenvoudig maar goed en de wijn uitstekend. Het is dé plek om je tijdens een verblijf in deze regio thuis te voelen en te midden van een lieflijk landschap te genieten van de goede dingen van het leven.

Leithaberger Edelkirsche: i genuss-region.at (kijk onder GenussRegionen/Burgenland)

Weinlehrpfad Jois: i jois.info (kijk onder Wein & Kulinarik)

Leithaberger DAC: i leithaberg.at

Oostenrijk Magazine editie 1/2019 is te koop in onze webshop.

Kijk wat je allemaal in de omgeving kunt doen op onze wegwijzer.

Käferbohnensalat
Bier - Bierketel© Oostenrijk Magazine
© Michael Huber

Google advertentie