Handwerk

Gerhard Wimmer, IJsstokmaker

Tekst: Emely Nobis / Beeld: Frits Roest

Als de winter nadert, krijgt ijsstok­maker Gerhard Wimmer het razend druk. Hoe zorgt hij ervoor dat zijn klanten goed beslagen ten ijs komen?
Gerhard Wimmer

Gerhard Wimmer

Nee, ijsstokschieten kun je niet vergelijken met curling. Vindt althans Gerhard Wimmer, een van de laatste (en grootste) ambachtelijke ijsstokmakers in Oostenrijk. Bij curling wordt de baan van de steen beïnvloed door met een bezem over het ijs vóór de steen te vegen; bij Eisstockschießen komt er geen bezem aan te pas. De stok wordt door de schutter zo dicht mogelijk naar de puck (Daube) in het midden van het speelveld geschoven. Dat gebeurt net als bij curling overigens wel (meestal) in twee teams van vier personen.

Een voor Wimmer veel belangrijker verschil: Curlingstenen zijn gemaakt van zwaar graniet, terwijl de traditionele ijsstok van hout is. ‘Mijn vader begon ze in 1980 te maken. Een paar jaar later – toen ik op de middelbare school zat – gingen de zaken opeens erg slecht omdat kunststof ijsstokken in de mode kwamen. We werden vrijwel volledig uit de markt gedrukt.’

Gelukkig eindigde de trend net zo snel als hij was begonnen. Toen Gerhard het bedrijf in Sankt Roman (Opper-Oostenrijk) in 1996 van zijn vader overnam, was de revival van de traditionele houten stok al een feit. Inmiddels verkoopt hij ongeveer drieduizend exemplaren per jaar aan klanten uit heel Europa en zelfs de Verenigde Staten.

Lijmen en frezen

Aan welke eisen moet een goede ijsstok voldoen? Het belangrijkste is volgens Wimmer de keuze voor het hout van het loopvlak (Laufsohle) waarmee de stok over het ijs schuift. Hij biedt diverse housoorten aan (zoals populier, linde of berk), maar de meeste klanten kiezen voor perenhout. ‘Heel hard hout dat eigenlijk bijna te snel is op ijs, maar dat is nu eenmaal traditie.’

Voor de schijf zelf (de Stockkörper) is het luxer ogend geolied notenhout populair. Voor alle hout geldt dat het goed droog moet zijn zodat het niet meer krimpt of uitzet, want dan zou de metalen schijf rond het loopvlak kunnen loslaten.

Wimmer koopt zijn hout bij boeren in de nabije omgeving en snijdt het in zijn werkplaats in platen op maat: telkens groot genoeg dus voor één stok. Die platen worden vervolgens drie jaar aan de lucht gedroogd voordat ze – kort voor productie – nog eens de droogkamer ingaan om extra vocht te onttrekken. Loopvlak en schijf worden gemaakt door verschillende lagen hout op elkaar te lijmen en te persen en dit vervolgens in de ronde vorm te schaven. Vervolgens wordt de stalen ring die om de plaat komt door verhitting conisch gebogen, gloeiend heet om het loopvlak geschoven en dan meteen afgekoeld. Dit voorkomt dat het hout van binnenuit verkoolt én zorgt ervoor dat het staal een paar millimeter krimpt, net genoeg om de ring strak te laten aansluiten. Ten slotte wordt de ring zwart geverfd om roestvorming te voorkomen en wordt het gat voor de greep in de schijf gefreesd. De greep zelf wordt door een computergestuurde freesmachine gevormd, die Wimmer zelf heeft geprogrammeerd met de drieduizend hiervoor benodigde coördinaten. Zo komt z’n oude liefde (‘ik had eigenlijk programmeur willen worden’) toch nog van pas.

Rubber en metaal

Ook al is de basis van alle stokken gelijk, toch kunnen ze in vorm, grootte en gewicht verschillen. De exemplaren voor vrouwen en kinderen zijn sowieso gemiddeld lichter en kleiner van doorsnee dan die voor mannen. Schijven worden op verzoek ook geïndividualiseerd. Zo laten firma’s hun logo afdrukken en vragen ijsbanen vaak om schijven met verschillende kleuren – om teams uit elkaar te kunnen houden. Veel particulieren laten hun naam in de schijf graveren of geven een gegraveerd exemplaar cadeau bij een jubileum of ronde verjaardag. In dat geval kost de stok natuurlijk iets meer, maar een standaardmodel is er al vanaf zeventig euro. Niet duur als je bedenkt dat een ijsstok bij goed onderhoud wel vijfentwintig jaar kan meegaan.

Hoewel Wimmer een traditioneel ambacht uitoefent, innoveert hij tegelijk waar nodig. Nu kunststof ijsbanen in opkomst zijn, maakt hij ook stokken met rubberen in plaats van metalen ring: het metaal kan namelijk fikse schade veroorzaken als dit tegen de rand van zo’n kunststof baan stoot. ‘Je mist dan wel dat traditionele geluid van twee ringen die op elkaar slaan, maar voor de buren achter een restaurant met ijsbaan is dat misschien wel zo prettig.’

Zelf speelt hij bij voorkeur op natuurijs, met vrienden én uiteraard met door hem gemaakte stokken. ‘Wie de puck dan toch mist, is gewoon een slechte schutter.’

Oberndorf 7 in St. Roman. Webshop en tips voor het onderhoud ijsstokkenholzeisstock.at

Ook een Nederlandse traditie…

IJsstokschieten is vooral in de Alpenlanden populair. Toch werd deze volkssport al in de 16e eeuw beoefend in de Nederlanden en vastgelegd op bijvoorbeeld het schilderij Winterlandschap van Pieter Bruegel de Oude uit 1565. Naar dit schilderij bestaan verschillende kopieën van onder meer Pieter Breugel de Jonge (Winterlandschap met vogelval). Lange tijd werd zelfs gedacht dat het ijsstokschieten vanuit de Nederlanden naar de Alpen is gekomen, maar inmiddels vermoedt men dat de wortels in Scandinavië liggen. Wel hebben Hollandse en Vlaamse meesters met hun schilderijen bijgedragen aan de verspreiding en populariteit van het ijsstokschieten.




Iron Curtain Trail Luc Oteman
Poort van het concentratiekamp
Stift Stams
Kaiservilla Sigmunds, Wikimedia Commons
Klassieke Linzer Torte
Hallstatt