In het spoor van…

De Habsburgers in Brussel

Tekst: Kris Clerckx

In de 18e eeuw werd Brussel, toen hoofdstad van de Zuidelijke Nederlanden, bestuurd door de Oostenrijkse tak van het huis Habsburg. Veel locaties en monumenten in de stad herinneren nog aan die tijd. Wandel mee door Oostenrijks Brussel.

Koninklijke serres

De geschiedenis van België en haar hoofdstad Brussel is best complex. Door oorlogen, omwentelingen, verstandshuwelijken en erfenissen hebben achtereenvolgens Bourgondiërs, Spaanse Habsburgers, Oostenrijkse Habsburgers, Fransen en Nederlanders over het grondgebied van het huidige België geheerst. Onze zoektocht naar Oostenrijkse sporen begint op de prachtige Grote Markt. Op een van de vele gezellige terrassen ontmoeten we stadshistoricus Roel Jacobs, die Maximiliaan I van Oostenrijk naar voren schuift als de oudste historische link tussen Brussel en Oostenrijk: ‘Deze Habsburger trouwt in 1477 met Maria van Bourgondië, erfgename in deze contreien.’

Na de voortijdige dood van Maria in 1482 werd Maximiliaan de feitelijke machthebber over de Nederlanden. Zijn kleinzoon en opvolger Karel V (die regeerde van 1519 tot 1556) was de belangrijkste Habsburger voor de stad Brussel. ‘In zijn rijk ging de zon nooit onder, klinkt het enthousiast bij stadshistoricus Jacobs. ‘Als heerser over de koloniale grootmacht Spanje reikte het Habsburgse rijk tijdens die hoogtijdagen tot in Zuid-Amerika. Ten tijde van keizer Karel was niet Wenen of Innsbruck het belangrijkste centrum van de Habsburgers, maar Brussel.’

Lang houdt Brussel die belangrijke positie niet. Na Karels troonsafstand in 1556 splitst het huis Habsburg in een Spaanse en een Oostenrijkse tak. Meer dan een eeuw besturen de Spanjaarden de Zuidelijke Nederlanden. Pas na de Vrede van Utrecht in 1713 komen ze weer in handen van de Oostenrijkse Habsburgers. Driehonderd jaar later heeft vrijwel niemand die kennis meer paraat, maar een rondleiding door het Stadhuis van Brussel maakt dat Habsburgse verleden toch weer wat concreter. In de gemeenteraadszaal, waar vandaag burgemeester en schepenen nog steeds over Brusselse aangelegenheden beslissen, pronkt een reusachtig wandtapijt met daarop de allegorische kroning van Karel VI, die van 1714 tot aan zijn dood in 1740 over de Zuidelijke Nederlanden heerste. Een ruimte verderop waan je je helemaal in een Oostenrijks paleis met staatsieportretten van alle andere 18e eeuwse Oostenrijkse staatshoofden: Maria Theresia, Joseph II, Leopold II en Franz II. In de praktijk lieten de Habsburgers zich in Brussel vertegenwoordigen door landvoorgden, vertelt Jacobs. Vaak ging het om familie van het regerende staatshoofd in Wenen. De populairste en langst zetelende landvoogd was Karel van Lotharingen, schoonbroer van keizerin Maria Theresia. Bovenop het Brouwershuis, een van de vele mooie gildehuizen op de Grote Markt, staat een gouden ruiterstandbeeld van hem.

Landvoogden

De Oostenrijkse stadspaleizen (het Di Belgiojoso- Huis en het Von Benderhuis) gaan schuil achter de gevel van het
Koninklijk Paleis in Brussel.

Van de Grote Markt loopt het Oostenrijks parcours naar de Koudenberg, tegenwoordig ook wel Kunstberg genoemd. Tot in de 18e eeuw bevond zich daar een van de grootste en indrukwekkendste paleizen van Europa, dat als officiële residentie van de Oostenrijkse landvoogden in de Zuidelijke Nederlanden fungeerde. In 1731 brandde het paleis helaas af, vertelt stadshistoricus Jacobs. ‘Na een ijskoude winterdag brak in de nacht van 3 op 4 februari een brand uit in de kamer van landvoogdes Maria Elisabeth, de zus van Karel VI. Aangezien de hofetiquette vereiste dat alle paleisdeuren ’s avonds op slot waren, was blussen een onmogelijke opgave. Hoewel de landvoogdes op het nippertje kon worden gered, gingen het kasteel en de waardevolle inboedel volledig in vlammen op.’

Na de brand verhuisde Maria Elisabeth naar het naburige Paleis van Nassau, waar ze tot aan haar dood in 1740 verbleef. Haar opvolger Karel van Lotharingen liet dit paleis enkele jaren later ombouwen in neoklassieke stijl. Vandaag huist hier de Koninklijke Bibliotheek van België én een museum. De prachtig gerestaureerde gevel, de inkomhal met indrukwekkende trap en de fraai gedecoreerde rotonde op de eerste verdieping voorspellen een boeiend bezoek, maar de collectie heeft dringend een museografische update nodig. Verspreid over vijf zalen bevinden zich honderden persoonlijke objecten van Karel van Lotharingen, die gefascineerd was door jacht, cultuur, wetenschap en feestvieren. De voorwerpen zijn best origineel, zoals een parfumbrander, een ganzenbord en een kanarieorgel, maar met uitzondering van een korte biografische tekst over de landvoogd valt er geen enkele andere toelichting te vinden. Frustrerend. Net naast het Museum bevindt zich de Protestantste Kapel, de voormalige (toen nog katholieke) privékapel van Karel van Lotharingen.

Mozart en Liszt

Muziekinstrumentenmuseum © Jean-Pol Lejeune

Schuin tegenover het paleis van Karel van Lotharingen leiden de Oostenrijkse sporen naar het Muziekinstrumentenmuseum (MIM), gevestigd in een opvallend art-nouveaugebouw van architect Paul Saintenoy. Hier vind je op de tweede verdieping enkele vitrines met authentieke instrumenten van de muziekkapel aan het Brusselse Hof ten tijde van Karel van Lotharingen.

Verderop is er aandacht voor het muziekleven aan het hof van het vorstenhuis Esterhazy in Oostenrijk en de harmoniemuziek ten tijde van Mozart. En jawel, Mozart bracht ook een bezoek aan Brussel. In 1763, helemaal aan het begin van een drie jaar durende tournee door Europa, verbleef de familie Mozart hier bijna een maand. Dankzij de brieven van vader Leopold weten we welke plekken ze hebben bezocht en dat de stad hen beviel. Een fragment: ‘Brussel is een echt mooie stad. Weliswaar berg op en berg af, maar de bestrating is er uitstekend. Het lijkt wel alsof je er in een kamer rondloopt. De meeste huizen zijn prachtig, en de straten meestal lang en breed. ’s Nachts is de stad verlicht. Het is hier net Wenen.’

Minder leuk voor de Mozarts is dat ze lang moeten wachten vooraleer Karel van Lotharingen hen aan het werk wil horen. Maar dankzij dit onvoorziene oponthoud componeert Mozart de Brusselse sonate, zijn eerste muziekstuk sinds zijn vertrek uit Salzburg.

Helemaal op de top van de Koudenberg bevindt zich het Koningsplein, dat volledig onder Oostenrijks bestuur werd aangelegd. Na de dramatische brand in het Koudenbergpaleis duurde het vreemd genoeg bijna vijftig jaar voordat Maria Theresia toestemming gaf om de kasteelruïnes af te breken en een nieuwe wijk aan te leggen, maar toen kreeg de Oostenrijkse landvoogd in Brussel zelfs een modernere residentiebuurt dan het keizerlijk hof in Wenen.

Sinds de Oostenrijkse periode is niet zo veel veranderd aan het plein. De verschillende stadspaleizen zijn mooi bewaard gebleven en allemaal hebben ze een toeristische of maatschappelijk invulling gekregen. Zo vind je er het Magritte Museum, het Belgisch Rekenhof en de toeristische dienst Visit Brussels.

Onder het plein bevinden zich nog steeds restanten van het Paleis op de Koudenberg. Een ondergronds bezoek is mogelijk via het BELvue, de nieuwe naam van het historische stadspaleis Bellevue. Vandaag huist hier een museum over de geschiedenis van België in de 19e en 20ste eeuw, maar oorspronkelijk was het Bellevue het meest prestigieuze hotel van Brussel met een lange lijst aan vooraanstaande gasten. Onder hen de Hongaarse pianovirtuoos Franz Liszt, die in de loop van de 19e eeuw als een echte superster door Europa op tournee trok. Vijf keer hield hij halt in Brussel, waar hij bevriend raakte met componist en dirigent François Servais.

Net naast het Koningsplein bevindt zich het Paleizenplein met het Koninklijk Paleis en het Warandepark. Ook deze buurt werd tijdens de Oostenrijkse periode aangelegd, al is het op het eerste gezicht soms wel zoeken naar de link. Zo zou je helemaal niet vermoeden dat er zich achter de pompeuze voorgevel van het Koninklijk Paleis twee met elkaar verbonden Oostenrijkse stadspaleizen bevinden. Een ervan werd bewoond door de toenmalige militaire gezagvoerders, terwijl in het andere achtereenvolgens de gevolmachtigde ministers Belgiojoso, Trautt­mansdorff en Mercy woonden. Aangezien in de tweede helft van de 18e eeuw de titel van landvoogd alsmaar meer evolueerde naar een eerder ceremoniële functie, groeiden de gevolmachtigde ministers uit tot de echte machthebbers in Brussel. En ze leefden in grandeur! De voormalige danszaal van de ministers is nu de Empirezaal van het koninklijke paleis, waar koning Filip en koningin Mathilde hun belangrijke gasten ontvangen. De voormalige staatsieappartementen van de Oostenrijkse ministers zijn eveneens in bijna authentieke staat geïntegreerd en vormen nu het Klein Wit Salon en het Groot Wit Salon.

Wiener Werkstätte

Warandepark © Olivier van de Kerchove

Tegenover het Koninklijk Paleis strekt zich het 13 hectare grote Warandepark uit. Prins Georg Adam von Starhemberg, gevolmachtigd minister van Maria Theresia, onderhandelde met de bestuurders van de stad over de aanleg van het park. Uiteindelijk betaalde de stad de wegen rondom het park en de Oostenrijkers het park. Architect Barnabé Guimard, de tijdens de heraanleg van de buurt druk bezette architect, kreeg voor de aanleg assistentie van de Oostenrijkse tuinarchitect Joachim Zinner. Veel historici gaan er van uit dat het Warandepark doorspekt is met vrijmetselaarssymboliek. De lanen zijn uitgetekend in de vorm van een passer en op het wapenschild van de prins Georg Adam von Starhemberg op de beeldengroep ‘De handel en de scheepvaart’ staan een driehoek, een winkelhaak en een slang. Bovendien duikt Von Starhemberg ook in Wenen op in de discussie over vrijmetselaarssymboliek rond het ontstaan van Mozarts opera ‘De Toverfluit’. Toeval?

Nog meer Oostenrijkse sporen treffen we aan in de voormalige hoofdzetel van de Banque d’Outremer, waarin vandaag het advocatenbureau Linklaters huist. Het gebouw zelf dateert uit 1910 en is een ontwerp van de Brussels architect Brunfaut. Het authentieke bureau van voormalig directeur Adolphe Stoclet is echter een ontwerp van de Wiener Werkstätte. Vermoedelijk naar voorbeeld van de Weense architect Josef Hoffmann, die begin 20ste eeuw ook actief was bij de uitwerking van het Stocletpaleis in Brussel. Enkele gelijkenissen zijn treffend. Net als in het Stocletpaleis is in het bureau van de Banque d’Outremer voor de plafondverlichting van glazen bollen gebruik gemaakt en op de deuren van de ingebouwde kasten komen dezelfde siermotieven terug. De glas-in-loodramen, die een doorzicht bieden naar de tuin van het koninklijk paleis, kunnen niet anders dan inspirerend hebben gewerkt op bankdirecteur Stoclet. Het Stocletpaleis zelf, in de Brusselse deelgemeente Sint-Pieters-Woluwe , geldt als het ultieme gesamtkuntswerk van de Wiener Werkstätte. De Weense architect Josef Hoffmann ontwierp deze woning van bankier Adolphe Stoclet aan het begin van de 20ste eeuw met medewerking van kunstenaars van de Wiener Secession als Gustav Klimt, Koloman Moser en Karl Otto Czeschka. Enkele jaren geleden plaatste UNESCO het gebouw op de prestigieuze werelderfgoedlijst, maar voorlopig blijven de deuren nog steeds dicht. De voorgevel van het gebouw met onder meer een beeldengroep van Franz Metzner is gelukkig wel goed zichtbaar.

Veilinghuis

Egmont-Arenbergpaleis

Vanuit de koninklijke wijk gaat het richting Zavel. In de 18e eeuw woonden heel wat adellijke families in deze buurt en verschillende Oostenrijkse gevolmachtigde ministers huurden er hun onderkomen. Indrukwekkend is het Egmont-Arenbergpaleis, waar destijds markies de Prié verbleef, tussen 1716 en 1724 als eerste gevolmachtigd minister in de Oostenrijkse Nederlanden. Vandaag is het kasteel in handen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken ,dat er belangrijke internationale ontmoetingen organiseert. Recentelijk was John Kerry, de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken er nog te gast. En ver weg van de politiek: de voormalige tuinen van het kasteel vormen nu de favoriete picknickplek van veel Brusselaars.

In dezelfde straat als het Egmont-Arenbergpaleis komen we voorbij de Brusselse vestiging van het Dorotheum. Directeur Honorine d’Ursel over de band met Wenen: ‘Dorotheum in Wenen is een van de belangrijkste veilinghuizen ter wereld. Onze vestiging in Brussel vormt het aanspreekpunt voor iedereen in de Benelux, die in Wenen wil kopen of verkopen. Vier keer per jaar organiseren we previews van kunst en andere objecten die kort daarna in Wenen worden geveild. Af en toe organiseren we tentoonstellingen met kunstwerken die nog niet meteen worden geveild. Onze oude, houten poort lijkt gesloten, maar de previews en tentoonstellingen zijn toegankelijk zonder vooraf aan te melden.’

Niet welkom is de toevallige passant in de Cercle de Lorraine, een prestigieuze businessclub in het Paleis van de Prinsen de Merode. Het lidgeld bedraagt €1500 per jaar maar je tafelt of fitnest dan wel met toppolitici of captains of industry. Tijdens het Oostenrijks regime is hier ook veel onderhandeld en gefeest. Het renaissancepaleisje was toen de thuisbasis van de gevolmachtigde ministers Cobenzl en Starhemberg.

Laatste keizer

Net voor het betreden van de Grote Zavel, op de gevel van het Conservatorium, hangen twee herdenkingsborden. Zowel in het Nederlands als in het Frans staat er op vermeld, dat hier destijds het paleis van de familie Thurn und Taxis stond. Deze adellijke familie kreeg omstreeks het jaar 1500 de opdracht van Maximiliaan I om de postverbinding tussen de Zuidelijke Nederlanden en Innsbruck te verzorgen. Het betekende het begin van het internationale postwezen! Intussen woont de familie Thurn und Taxis in het Beierse Regensburg maar in de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Zavelkerk is wel nog hun grafkapel te bezichtigen. Vlak daarbij bevindt zich ook een relikwie van de in 2004 zaligverklaarde keizer Karel I, tussen 1916 en 1918 de laatste keizer van Oostenrijk. Karels echtgenote Zita en hun kinderen vonden na zijn dood in 1922 een tijdlang een veilig onderkomen in België. Bovendien trouwde een van zijn nazaten, Lorenz van Oostenrijk-Este, in de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Zavelkerk met prinses Astrid. Zo blijven de Belgisch-Oostenrijkse banden zich generatie na generatie vernieuwen.

Adressen

Oostenrijk in Brussel Algemene informatie Brussel: visitbrussels.be

Stadhuis Brussel, Grote Markt, iedere woensdag (15 uur) en zondag (10 uur) Nederlandstalige rondleidingen. Reserveren: guides@visitbrussels.be

Museum 18e eeuw, Museumplein 1, in pand Koninklijke Bibliotheek. Museum elke eerste zaterdag van de maand van 9 tot 17 uur geopend, kbr.be

Protestantse Kapel Museumplein 2, tijdens de zomermaanden elke donderdagnamiddag geopend. Verder het hele jaar op afspraak en tijdens concerten, eglisedumusee.be

Muziekinstrumenten-museum, Hofberg 2, maandags gesloten, mim.be

Koudenberg/Kunstberg (diverse musea), montdesarts.com

BELvue, Paleizenplein 7, maandags gesloten, belvue.be

Banque d’Outremer/Linklaters, Brederode­straat 13, enkel toeganke­lijk tijdens architectuur­evenementen zoals Biënnale Art Nouveau en Art Deco

Dorotheum Brussel, Wolstraat 13, geopend tijdens previews en tentoonstellingen, dorotheum.be

KHM Museumsverband
© österreich Werbung / trumler
© BMovB / foto tina haller
SOS Kinderdorpen