Handwerk

Het geheim van de smid

Tekst: Emely Nobis / Beeld: Frits Roest

De broers Johann en Georg Schmidberger zetten in hun smederij een tweehonderd jaar oude familietraditie voort. Ze zijn onder meer ‘huissmid’ van de pauselijke Zwitserse garde.

Stap uit de auto bij de Schmiede Smidberger en je hoort meteen het typische geluid van staal op staal. Maar goed dat de smidse buiten de bebouwde kom van  het plaatsje Molln (Opper-Oostenrijk) ligt. De ‘Schmidten bei der Lacken’ bestaat al sinds de 14e eeuw en is sinds tweehonderd jaar in het bezit van de familie Schmidberger. Johann en Georg namen het bedrijf in 2007 over van hun vader, die het weer van zijn vader overnam enzovoorts. ‘In onze familie gaat het ambacht van smid al sinds de 13e eeuw over van vader op zoon’, vertelt Johann. ‘Er is nog nooit een generatie tussenuit gevallen.’

De broers werken niet meer in de middeleeuwse smidse zelf, maar aan de overkant in een grote schuur. De herrie is er oorverdovend en de hitte overweldigend. Elk stuk ijzer wordt in een (kolengestookt) smidsvuur verhit en daarna met gerichte hamerslagen op het aambeeld gevormd tot bijvoorbeeld rijkversierde traliewerken, ijzeren kisten met complexe sloten, harnassen, messen, zwaarden… ‘Ons palet is heel breed’, zegt Johann. ‘Naast het gewone smidswerk doen we veel restauraties en maken we bijvoorbeeld replica‘s van historische harnassen voor musea of verzamelaars. We werken ook veel voor theater- en operaproducties.’

Voor het Vaticaan

Hun grootste opdrachtgever is het Vaticaan. Voor de Zwitserse garde maakten ze vanaf 2010 tachtig nieuwe harnassen om de inmiddels vijfhonderd jaar oude exemplaren te vervangen. Die bleken namelijk niet meer te restaureren én waren aan de kleine kant: mensen waren vroeger nu eenmaal kleiner. Inmiddels is die klus afgerond. Blijkbaar naar tevredenheid, want de broers kregen meteen een vervolgopdracht: omdat de honderdtwintig man sterke garde slechts tachtig helmen bezit, mogen ze de komende jaren veertig extra helmen maken. Johann is nog steeds enigszins verbaasd over de prestigieuze opdrachtgever. ‘Wie rekent daar nou op als tweemans-smidse?  En we hebben niet eens gesolliciteerd.’

Het Vaticaan kwam in Molln terecht op voorspraak van het Landeszeughaus in Graz – dat een omvangrijke historische wapenkamer heeft. ‘Zij kennen ons werk omdat we voor klanten soms replica’s maken van de harnassen daar. Omdat we telkens toestemming nodig hebben om ze te mogen opmeten en kopiëren, is er een goed contact ontstaan.’

Het Landeszeughaus tipte de smederij vanwege de specifieke wensen van de opdrachtgever. ‘Voor de Zwitserse garde was het belangrijk dat de nieuwe harnassen authentiek zouden zijn. Ze moesten niet alleen optisch passen bij het origineel, maar ook op de historische manier zijn gemaakt met aan de binnenkant zichtbare naden en verbindingen. Dat kan alleen als je elk onderdeel met de hand maakt, zoals wij dat doen.’

Dat de broers geen personeel hebben en de productie dus jarenlang zou duren (‘We kunnen niet alleen voor Rome werken; we hebben ook andere klanten’) bleek geen obstakel. ‘Omdat het hele project door sponsoren wordt betaald, had de Zwitserse garde zelf ook tijd nodig om de financiering rond te krijgen.’

Exacte replica’s van de historische exemplaren zijn de harnassen niet. Met name de officiersuniformen zijn maatwerk, vaak versierd met ornamenten zoals familiewapens van sponsoren of heiligen die in de familie van de officier worden vereerd. Alle ornamenten mocht Johann ontwerpen. ‘Ik kreeg te horen wat ze ongeveer wilden en ging dan tekenen. Elk ontwerp stuurde ik naar de wapenmeester in Rome en als het werd goedgekeurd, kwam het op het harnas.’

Meesterproef

Dat de broers in deze tijd nog steeds het eeuwenoude ambacht uitoefenen, is voor hen bijna vanzelfsprekend. Johann: ‘We zijn in het bedrijf opgegroeid en maakten als jochies van vijf jaar bij het vuur onze eerste smeedwerken. Toch heeft onze vader nooit druk uitgeoefend. Zelf heb ik drie jaar in een andere sector gewerkt, maar uiteindelijk hebben we allebei onze meesterproef afgelegd – want dat is in Oostenrijk nog steeds verplicht als je je smid wilt noemen.’

Vooral het eigen baas zijn en de afwisseling maken het werk leuk. ‘Je gaat naar klanten, maakt ontwerptekeningen, gaat aan de slag in de smidse en levert het eindresultaat af bij de klant.’ Ook in Rome? ‘Uiteraard. Zo waren we er ook bij toen veertig nieuwe gardisten werden ingewijd die allemaal onze harnassen droegen: best indrukwekkend. Het mooie van dit werk is dat je iets maakt dat min of meer voor de eeuwigheid is. De komende vierhonderd jaar heeft de Zwitserse garde in elk geval geen nieuwe harnassen nodig.’

De historische smidse uit de 14e eeuw is nu een museum. Je kunt er rondleidingen krijgen en soms zijn er demonstraties van het oude ambacht, want alles werkt nog steeds.

Schmiedstraße 16 in Molln, schmiede-schmidberger.at

Theresianische Schmiedegerechtigkeit

De smidse van de broers Schmidberger bezit sinds 1750 de zogeheten ‘Theresianische Schmiedegerechtigkeit’, te omschrijven als het voorrecht om op deze plek een smidse te mogen bedrijven. Zulke privileges werden door keizerin Maria Theresia van Oostenrijk (1717-1780) verleend aan ‘meesterbedrijven’ die al minstens tweehonderd jaar op een en dezelfde locatie waren gevestigd. Het erfelijke privilege was gekoppeld aan de locatie en ging bij verkoop van een pand dus over op de nieuwe bezitters. Doel was onder meer het waarborgen van de continuïteit van indertijd belangrijke ambachten als dat van de smid.

Kijk wat je allemaal in de omgeving kunt doen op onze wegwijzer.

IJsstockmacher Gerhard Wimmer
Roman Wörter © FREN Media
© FREN Media, Frits Roest
Oostenrijk Magazine