Schneckenleitner

Hoe de wijn in het vat komt

Bij de familie Schneckenleitner worden de houten wijnvaten nog met de hand gemaakt. Ze komen terecht bij de beste wijnboeren ter wereld.

Paul Schneckenleitner

Een smalle, steile straat leidt naar de kuiperij van de familie Schneckenleitner in Waidhofen an der Ybbs (Neder-Oostenrijk). Eenmaal aangekomen lijkt de tijd te hebben stilgestaan. De werkplaats – waar planken worden gespleten, op maat gezaagd en in vorm geschaafd – is gevestigd tussen de dikke muren van een vierhonderd jaar oud pand aan de oevers van de rivier Ybbs. Al sinds 1628 worden hier houten vaten gemaakt; sinds 1880 gebeurt dit door de familie Schneckenleitner. ‘Houten vaten zijn weer gewild’, vertelt vijfde generatie-bedrijfsleider Paul Schneckenleitner. ‘Wijnboeren komen een beetje terug van roestvrijstalen gistings- en rijpingstanks omdat de smaak toch anders is. Hout laat een beetje zuurstof door en geeft smaak en geur af. Hout hoeft bovendien helemaal niet heftig te zijn, zoals veel mensen denken. Zo geeft acacia weinig tannine af, wat goed past bij witte, fruitige wijnen.’

Vaten toasten

Vaten toasten

De vatenmakerij is voor een groot deel handwerk. Nadat de benodigde planken zijn gespleten en door zorgvuldig schaven zijn afgerond tot bodems, deksels en duigen (de planken aan de zijkant), wordt elk vat handmatig geassembleerd. Daar komt geen lijm of schroef aan te pas. Tussen bodem en duigen zorgt riet voor waterdichtheid. Nadat de duigen in de juiste volgorde zijn geplaatst (elke plank is net iets anders geschaafd) worden er ijzeren ringen omheen geklemd om ze op hun plaats te houden. Klaar is het vat dan nog niet. De duigen staan nog als een hoepelrok uit elkaar. Pas door het vat boven een vuurkorf te verhitten en tegelijk met een spuit nat te houden, kunnen ze in de juiste ovale of ronde vorm worden gebogen. Later wordt de binnenkant van elk vat een tweede keer boven vuur verhit. Dit ‘toasten’ (van licht tot sterk) is net als bij het roosteren van koffie van invloed op geur en smaak van de wijn die later in het vat zal rijpen. Het is de kunst om een vat precies die  toasting te geven die past bij de druivensoort en filosofie van de wijnboer.  Om daar meer invloed op te hebben, wordt het vuur bij Schneckenleitner gestookt met krullen en spaanders van het hout waarvan het vat is gemaakt. ‘Zo voorkomen we dat er “vreemde” aroma’s worden toegevoegd.’

Uitstervend ambacht

Zestig jaar geleden waren er in elke grotere plaats in Oostenrijk nog twee à drie vatenmakers gevestigd. Vaten werden niet alleen gebruikt voor opslag en vervoer van wijn, maar ook voor bier, boter, olie en allerlei andere landbouwproducten. Door concurrentie van plastic en roestvrijstaal zakte de markt in de jaren zeventig van de vorige eeuw volledig in en moesten veel bedrijven sluiten. Tegenwoordig zijn er naar schatting nog een tiental vatenmakers in Oostenrijk. Schneckenleitner is met Stockinger, Pauscha en Schön een van de grotere kuiperijen.

Bij het familiebedrijf werken seizoensgebonden tien tot vijftien mensen, onder wie de vader, twee broers en een oom van Paul. De werkplaats in het dorp is inmiddels te klein voor de hele productie. In 2002 werd er daarom enkele kilometers verderop een tweede locatie in gebruik genomen. Op het achtduizend vierkante meter grote terrein liggen onder meer de enorme stapels eikenhouten- en acacia-planken die de grondstof voor de vaten zijn. Ze moeten drie tot zes jaar in de buitenlucht drogen voordat ze verder verwerkt kunnen worden.

Versierde vaten

Het benodigde hout wordt met hulp van boswachters door de familie Schneckenleitner zelf geselecteerd in bossen in Oostenrijk en Frankrijk. ‘Elk terroir is anders en heeft een andere concentratie van aroma’s. Voor verschillende soorten wijn hebben we daarom bomen van verschillende locaties nodig.’

Gerooid worden die bomen (vanaf een leeftijd van ten minste honderd jaar ) alleen in de winter bij afnemende maan. ‘Want dan is de sapstroom het minst actief en zal het hout  minder snel kromtrekken of barsten.’

Pas nadat in de zagerij de schors van de boom is gehaald, kunnen de vatenmakers kleur en structuur (zoals het aantal noesten) van het hout beoordelen. ‘Dan beslissen we of het geschikt is voor kleine of grote vaten.’

Zo’n duizend Barrique-vaten (225 en 300 liter) en een honderdtal grote vaten komen er jaarlijks uit de werkplaats in Ybbs. Omdat ze kostbaar zijn (vanaf zo’n vijfhonderd tot wel twintigduizend euro), produceert Schneckenleitner alleen op bestelling. De gerenommeerde wijnboeren die ze willen gebruiken, komen behalve uit Oostenrijk zelf steeds vaker uit Frankrijk, Italië, Duitsland, Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland en Australië. In een grote opslagruimte ligt een tiental reusachtige vaten die nog moeten worden afgeleverd. Ze worden vaak besteld voor feestelijke gelegenheden als jubilea en huwelijken en krijgen dan een deksel met verfijnd houtsnijwerk om die gebeurtenis te memoreren.

Kwalitatief hoogwaardige vaten maken is volgens Paul Schneckenleitner geen sinecure. ‘Zoals wijnboeren allemaal hun eigen filosofie  hebben, zo hebben ook vatenmakers allemaal een eigen handschrift. Het gaat vandaag de dag niet meer simpelweg om het maken van houten vaten. Ons doel is het om uitstekende wijnen optimaal te ondersteunen in hun ontwikkeling.’

schneckenleitner.co.at

Kijk wat je allemaal in de omgeving kunt doen op onze wegwijzer.

© Matthias Ledwinka
© Mischa Nawrata 2017
© Oostenrijk Magazine
Bärentrail, © Bärenwald, Matthias Schickhofer
Weinviertel Grean Kellergasse
© Luzia Ellert
Zomer in de tuin
Wachauer Abrikozenbloei
Weinviertel Grean Kellergasse