Architekt

Adolf Loos

Tekst: Emely Nobis

Een piepkleine bar, een monumentaal winkelpand en tal van woonhuizen. Adolf Loos was grootmeester van de moderne architectuur in het Weense fin-de-siècle. Architectuurwandeling in zijn voetsporen.

Geen betere plek om een goede indruk te krijgen van Adolf Loos (1870–1933) als wegbereider van de moderne Europese architectuur dan Wenen, de stad waar hij in 1898 een architectenbureau begon en tussen 1920 en 1924 chefarchitect was bij het Bureau Huisvesting (Siedlungsambt) van de gemeente.

Wenen was in zijn tijd nog een en al barok en classicisme, maar tegelijk kwam de Jugendstil (Secession) op. Loos wilde van beide niets weten. Eigentijdse gebouwen moesten niet verwijzen naar historische bouwstijlen als de barok én ze moesten ontdaan worden van overbodige ornamenten. De met moderne ornamenten versierde panden van Jugendstil-architecten zag hij als een onnodige toepassing van kunst in de architectuur. Hij wilde juist elk decorum vermijden en louter functionele gebouwen neerzetten. In zijn beroemde lezing Ornament en misdaad uit 1908 stelt hij zelfs dat de vooruitgang van een cultuur verbonden is met het terugdringen van ornamentiek. ‘Zijn afkeer voor “nutteloze ornamentiek” betekent echter niet dat hij geen gevoel voor esthetiek had’, zegt Mathias Lehner. ‘Alleen zat dat bij hem meer in het gebruik van edele materialen als natuursteen en eikenhout dan in versieringen an sich.’

Interieur Villa Müller

Lehner is een Oostenrijkse architect die tegenwoordig in Nederland woont. Hij heeft een eigen bureau (Lehner Gunther Architecten) en werkt bij de Branchevereniging voor Nederlandse architectenbureaus BNA. Toen hij nog in Wenen studeerde, maakte hij uiteraard kennis met Loos. ‘Samen met Le Corbusier geldt hij als een van de belangrijkste architecten van de Moderne. Met name zijn ‘Raumplan’ is een must voor elke architectuurstudent. Het komt erop neer dat hij de afmetingen en de plafondhoogtes van alle kamers laat afhangen van de functie. In het meest extreme geval is elke ruimte in een huis anders van proportie en hoogte. Toch past het allemaal als een 3D-puzzel in elkaar. Voor een architect is het een uitdaging om zijn bouwtekeningen te lezen. Het zit heel complex in elkaar, maar als je binnenkijkt en de ruimte ervaart, merk je dat het heel prettig is geproportioneerd. Of het nou gaat om een groot representatief gebouw of een villa: bij Loos voel je de menselijke maat.’

Als persoon is hij omstreden. Al tijdens zijn leven werd hij veroordeeld voor misbruik van meisjes, maar in die tijd – toen veel kunstenaars de ‘kindvrouw’ idealiseerden – kwam hij er met een lichte straf vanaf en bleven zijn vrienden hem trouw. Inmiddels denkt men er anders over, maar is het te laat om te achterhalen wat er indertijd precies is gebeurd. Het maakt zijn werk niet minder iconisch. Mathias Lehner neemt ons mee langs de belangrijkste panden en legt uit waarom ze bijzonder zijn.

Boekwinkel Manz

Buchhandlung Manz © Wikipedia, Gryffindor

Het winkelportaal van boekhandel Manz, in 1912 door Loos ontworpen in opdracht van de toenmalige eigenaren Markus en Richard Stein, heeft de tand des tijds nagenoeg ongewijzigd doorstaan. De ingang zelf is naar achteren geplaatst en het portaal wordt indirect van boven verlicht, omdat dit onbewust passanten zou aantrekken (het was de tijd van de opkomende psychoanalyse). Voor het portaal werd geen namaak-

materiaal gebruikt (zoals in die tijd gebruikelijk), maar wit geaderd zwart marmer, vergulde letters en een buitenbekleding van mahonie. De familie Stein runt de winkel overigens nog steeds, inmiddels in vijfde generatie.

Kohlmarkt 16 i manz.at

Looshuis

Looshaus op de Michaelerplatz

Het beroemdste Loos-pand in Wenen ontstond tussen 1910 en 1912 aan de Michaelerplatz, direct tegenover de ingang van de keizerlijke Hofburg. Loos mocht hier een gebouw ontwerpen en bouwen voor herenkledingzaak Goldman & Sa­­latsch­.­ Toen de buitenkant klaar was en de steigers werden weggehaald, ging er een schok door de stad. Lehner: ‘Een gebouw met zo’n sobere en kale façade tegenover de prachtige barokke Hofburg was een affront.’ De politie moest eraan te pas komen, de gemeente legde de bouw stil en schreef onder architecten een wedstrijd uit om de façade mooier af te ronden. ‘Pas nadat Loos voorstelde om als compromis alsnog bronzen bloembakken op de gevel aan te brengen, mocht hij zijn “gebouw zonder wenkbrauwen” – zoals het door het ontbreken van vensterbanken werd genoemd – alsnog zelf afronden.’

Michaelertor, rechts de Keizerappartementen

Keizer Franz Joseph in zijn Hofburg, zo gaat het verhaal, eiste vervolgens dat de gordijnen aan de kant van de Michaelerplatz permanent dicht bleven, zodat hij het ‘scheußliche’ huis nooit hoefde te zien. Lehner: ‘In die tijd kwam het gebouw bijna industrieel over, terwijl het vanuit ons perspectief nog best versierd is. De dunne platen van groen gemarmerde natuursteen en de messing lampen op de gevel zijn wel degelijk een vorm van versiering. De vier zuilen bij de ingang dragen de constructie niet, maar zijn puur decoratief. Wat men toen bovendien niet zag, was dat Loos van de Michaelerplatz weer een echt plein heeft gemaakt. Het gebouw dat er daarvoor stond, had een spitse gevel die het hele plein domineerde. De grote kwaliteit van Loos was dat hij voor zijn nieuwbouw de gevel recht maakte en als het ware terugtrok.’

Interieur Looshaus © adolfloos.at

In het Looshuis, sinds 1947 een beschermd monument, is nu een bank gevestigd. Op de begane grond is een kleine expositie over Loos en de geschiedenis van het pand. Je kunt er tijdens de openingstijden van de bank gratis rondkijken; fotograferen mag niet. In de grote pronkzaal na de entree zijn kostbare materialen als messing, mahoniehout en eikenhout verwerkt. De eerste verdieping, waar vroeger de paskamers waren, ademt met leren fauteuils de sfeer van een deftige herenclub. Lehner: ‘Het gebouw is vaker als filmdecor gebruikt, in 2015 nog in Rush. Je ziet autocoureur Niki Lauda de bank in lopen om een krediet af te sluiten zodat hij zich in de Formule 1 kan inkopen.’

Michaelerplatz 3 i adolfloos.at

American Bar

Wien, Loosbar, © www.peterrigaud.com

Intiem  en toch ruimtelijk. Met 27,36 vierkante meter is American Bar (tegenwoordig Loos American Bar) letterlijk klein maar fijn . Het interieur en de façade ontwierp Loos tussen 1907 en 1908. Boven de ingang rust op vier marmeren zuilen een forse glas-in-lood lichtbak met daarop de Amerikaanse vlag en de tekst American Bar. Ongetwijfeld is het ontwerp beïnvloed door Loos’ verblijf in de Verenigde Staten. Tussen 1893 en 1896, direct na zijn studie, reisde hij naar Philadelphia, Chicago, New York en St. Louis. Daar verdiende hij de kost met allerlei baantjes – van glazenwasser tot recensent – en raakte hij onder de indruk van het functionalisme van de Amerikaanse architectuur. Het interieur van de American Bar heeft Loos tot in de kleinste details vormgegeven, met op de vloer marmeren tegels in een groen-wit schaakbordpatroon, een cassetteplafond van honingkleurig marmer, een verlichte Onyx-wand boven de ingang en meubels en panelen van mahoniehout. Bijzonder is vooral hoe hij de kleine en relatief smalle ruimte (4,45m x 6,15m) optisch heeft vergroot met spiegels. Lehner: ‘Het interieur wordt daardoor oneindig herhaald, als een soort Droste-effect. Dat is gewoon heel goed gedaan. Het is compact en intiem maar het oogt toch heel groot en ruimtelijk. Enerzijds ademt het de sfeer van een ouderwetse bruine kroeg met weinig licht en lage zitjes, maar door het materiaalgebruik en de spiegeltruc is het tegelijk ongelooflijk modern. Voor Loos-liefhebbers is het een must. Een echte toeristische trekpleister zal het denk ik nooit worden. Het is er snel te vol, maar het is ideaal om een lange dag in klein comité sfeervol af te sluiten en nog even na te praten wat je allemaal aan moois hebt gezien.’

Kärntner Durchgang 10 i loosbar.at

Villa’s Hietzing

Loosvilla, Nothartgasse

In de dertiende wijk Hietzing bouwde Loos zeven villa’s voor rijke opdrachtgevers. Ze zijn nog steeds in privébezit en daarom niet toegankelijk, maar een wandeling langs de panden is zeker op een zonnige dag meer dan de moeite waard – vanwege Loos én omdat de wijk aan de stadsrand een groene, elegante oase is waar je bovendien tal van andere monumentale woonhuizen kunt bewonderen. Niet voor niets noemt Lehner Hietzing ‘het Wassenaar van Wenen’. Lehner: ‘Je kunt de Loosvilla’s zien als statements van de rijke opdrachtgevers. Zij durfden te kiezen voor moderne architectuur en gaven Loos bij de bouw de vrije hand. Zonder goede opdrachtgevers krijgt je zulke gebouwen niet.’

Hoewel de meeste panden door hun witte stuc op het eerste gezicht streng ogen, aldus Lehner, is over elk detail nagedacht en zitten ze binnen en buiten ‘vol slimmigheidjes’.

Steinerhaus, 13. St. Veithgasse

Zoals Haus Steiner (1910, St. Veit-Gasse 10). De opdrachtgever wilde graag veel kamers. Dat was een probleem omdat huizen in Hietzing aan de straatkant maximaal een verdieping hoog mochten zijn. Loos’ oplossing: een reusachtige dakkoepel waarin hij twee extra verdiepingen als het ware ‘verstopte’. Vanaf de straat lijkt het huis één verdieping met een heel hoog dak te hebben; vanuit de tuin zie je dat het drie verdiepingen zijn. Dezelfde ‘truc’ paste hij toe bij Haus Horner (1912, Nothartgasse 7). Hier is het groen koperen dak zo mogelijk nog markanter. In Haus Rufer (Schließmanngasse 11) hebben de kamers – volgens het Raumplan van Loos – verschillende hoogtes. Vandaar dat vensters en deuren op onregelmatige hoogten in de twaalf meter hoge gevel zitten. De strakheid van de streng-witte gevel van dit kubus-achtige pand wordt doorbroken met replica’s van Parthenon-friezen, alsof Loos wil aangeven dat hij wel degelijk een klassieke (en dus geen radicale) architect is.

Wij hebben de wandeling langs deze villa’s voor je op een kaart gezet en met de beschrijving kun je ze hier (Adolf-Loos-Wandeling.pdf) downloaden. De wandeling gaat van metrostation Braunschweiggasse (U4) naar de St. Veiter poort van de Lainzer Tiergarten.

Werkbundsiedlung Hietzing

Werkbundsiedlung, Looshuizen

Naast villa’s bouwde Loos in Hietzing ook arbeiderswoningen in de Werkbundsiedlung aan de rand van de stad, vlak bij het park Lainzer Tiergarten. Lehner: ‘De socialistische gemeenteraad wilde hier een soort voorbeeldproject realiseren met huizen die anders en beter waren dan de typische arbeiderswoningen en -flats uit die tijd. Een icoon van het Nieuwe Wonen.’

De Werkbundsiedlung werd in 1932 geopend met oorspronkelijk zeventig (nu 64) woningen en trok als ‘grootste bouwexpositie van Europa’ talloze bezoekers. Alle panden waren ontworpen door beroemde architecten uit binnen- en buitenland. Zo tekende Gerrit Rietveld voor de huizen op nummer 14, 16, 18 en 20 in de Woinovichgasse. In diezelfde straat ontwierpen Adolf Loos en zijn medewerker (en biograaf) Heinrich Kulka de huisnummers 13, 15, 17 en 19. Op een grondstuk van 47 vierkante meter wisten ze dankzij meerdere woonlagen 93 vierkante meter woonoppervlakte per woning te creëren, met de hoofdingang en de woonkamer aan de tuinkant. Lehner: ‘Loos was geïnteresseerd in de vraag hoe je goedkoper en meer gestandaardiseerd kon bouwen. Als chefarchitect voor het Bureau Huisvesting liet hij in 1923/24 de Heubergsiedlung bouwen in de 17e wijk, met wat wij nu rijtjeshuizen zouden noemen. Beroemd is het Haus mit einer Mauer in de Röntgengasse, waarbij de individuele huizen schuilgaan achter een gedeelde gevel. Op dat concept heeft Loos in 1921 zelfs patent aangevraagd.’

De Heubergsiedlung is nog maar deels in de oude staat behouden. De Werkbundsiedlung is wel intact en is inderdaad iconisch – al hebben de voorbeeldwoningen zelf weinig navolging gekregen. Je kunt de wijk op eigen gelegenheid bezichtigen of via de site een app met audiogids langs architectonische hoogtepunten downloaden.

Routeplanner, meer informatie over de wijk en app met audiogids: i werkbundsiedlung-wien.at

Oostenrijk Magazine editie 1/2017 is te koop in onze webshop.

Kijk wat je allemaal in de omgeving kunt doen op onze wegwijzer.

KHM Museumsverband
© österreich Werbung / trumler
© BMovB / foto tina haller
SOS Kinderdorpen

Google advertentie