Dubbelkoppige adelaar

Hij heeft één lichaam met twee hoofden: de Doppeladler. Hoe kwam hij terecht op de wapens van het Heilige Roomse Rijk, het Oostenrijkse keizerrijk én de Habsburgers?

De dubbelkoppige adelaar is geen Oostenrijks bedenksel. Hij is waarschijnlijk in meerdere (veelal Oosterse) culturen onafhankelijk van elkaar ontstaan en pas in de 11de eeuw via oriëntaalse stoffen naar Europa gekomen. In 1433 werd hij het wapendier van het Heilige Roomse Rijk. Toenmalig keizer Sigismund wilde zo zijn duale heerschappij – koning én keizer – symbolisch onderstrepen tegenover vorsten met slechts één adelaar in het wapen. Toen vanaf de 16de eeuw vrijwel uitsluitend Habsburgers tot keizer van het Heilige Roomse Rijk werden gekroond, namen zij de dubbelkoppige adelaar ook in hun familiewapen op. Nadat Franz Joseph Karl von Habsburg-Lothringen in 1804 het keizerrijk Oostenrijk uitriep, belandde het dier tenslotte ook op het Oostenrijkse wapen en bleef daar tot aan de opheffing van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie in 1918. De uitvoering van de adelaars en het wapen zelf – zoals kleurstelling, schild en heraldische symbolen – veranderden onder invloed van politiek of persoonlijke preferentie van de vorst geregeld. Onverminderd sterk is de werking van het tweekoppig dier als symbool van verheven macht. Hij werd tijdens de Habsburgse heerschappij zo vaak gebruikt in kunst en architectuur dat je hem nog steeds overal in Oostenrijk tegenkomt. In Wenen troont hij onder meer boven de ingang van de zuidoost-vleugel van het nu presidentiële paleis Hofburg (gezien vanaf de Heldenplatz, foto boven), boven het Paleis van Justitie en boven diverse regeringsgebouwen. Ook bij winkels die zich in de keizertijd k.u.k. Hoflieferant (keizerlijke en koninklijke hofleverancier) mochten noemen, hangt boven de ingang vaak nog steeds een adelaar met twee koppen: één voor de keizer en één voor de koning.

Oostenrijk Magazine editie 5/2020 is ook te koop in onze webshop.