Oostenrijkse vlag

Het basisontwerp van de rood-wit-rode Oostenrijkse vlag dateert al uit het begin van de 13e eeuw en is daarmee een van de oudste ter wereld.

Drie gelijk brede rood-wit-rode strepen – het ontwerp van de Oostenrijkse nationale vlag is even eenvoudig als krachtig. De kleurcombinatie stamt van het familiewapen van de Babenbergers – het geslacht dat van 976 tot 1248 de marktgraven en hertogen van Oostenrijk leverde, tot de Habsburgers de macht overnamen. De oudste afbeeldingen van het blazoen op het wapenschild van de familie dateren uit 1230. De oorsprong is onbekend. Volgens de meest gangbare (waarschijnlijk a-historische) legende zou de Babenbergse hertog Leopold V van Oostenrijk (1157-1194) het ontwerp hebben bedacht tijdens zijn deelname aan de Derde Kruistocht. Na een bloedige slag tijdens het beleg van Akko in Israël (1189-1191) zou zijn witte gewaad volledig zijn doordrenkt met bloed – op een witte streep na waar zijn zwaardriem had gezeten. Vandaar!

Al vanaf ongeveer 1250 gebruikten de Babenbergers de kleuren van hun familiewapen om hun Oostenrijks territorium af te bakenen en na het uitsterven van het geslacht integreerden hun opvolgers – de Habsburgers – de kleuren in hun familiewapen. Vanaf circa 1270 was de rood-wit-rode vlag hét symbool van de Habsburgse macht, maar vanaf de 14e eeuw moest ze meer en meer wijken voor de zwart-gouden banier van het Heilige Roomse Rijk met daarop een dubbelkoppige adelaar.

Toen de laatste keizer van het Heilige Roomse Rijk – aartshertog Frans van Oostenrijk –in 1804 het keizerrijk Oostenrijk oprichtte, hield hij vast aan geel-zwart als kleuren van de vlag en de dubbel­adelaar als wapen. Pas toen de republiek Oostenrijk na het uiteenvallen van het rijk in 1918 een eigen vlag moest kiezen, greep men terug op het Babenbergse ontwerp. Naast de civiele nationale vlag is er ook een officiële staatsvariant met op de rood-wit-rode strepen het wapen van Oostenrijk: een eenkoppige zwarte adelaar met gele poten en snavel en op de borst een rood-wit-rood wapenschild.