Het Wenen van Josef Hoffmann

Tekst: Emely Nobis / Beeld: Frits Roest

Josef Hoffmann (1870-1956) was een van de belangrijkste pioniers van architectuur en design in het Oostenrijk van de 20e eeuw. Veel van zijn ontwerpen worden tot op de dag van vandaag geproduceerd. Bezoek aan Wenen in zijn voetsporen.
Portret van Josef Hoffmann

Portret van Josef Hoffmann Foto:  Yoichi R. Okamoto © MAK

Rond 1900 is Wenen het bruisende centrum van het uitgestrekte Habsburgse Rijk. De periode wordt ook gekenmerkt door een ongelooflijk optimisme in de kunsten. In de salons en koffiehuizen van de stad komen intellectuelen, kunstenaars, architecten, literatoren, artsen, musici en ontwerpers bijeen om te debatteren en ideeën uit te wisselen. Gustav Klimt, Egon Schiele, Koloman Moser, Otto Wagner, Adolf Loos, Arnold Schönberg, Gustav Mahler, Sigmund Freud en Arthur Schnitzlers zijn slechts enkele van de protagonisten die hun stempel drukken op de periode tussen circa 1890 en 1910, het zogeheten Weens modernisme, waarin tal van nieuwe (kunst)stromingen ontstaan.

Dat turbulente klimaat lokt ook Josef Franz Maria Hoffmann, een in 1870 geboren burgemeesterszoon uit Brtnice (Tsjechië), naar de Oostenrijkse hoofdstad. In 1892 schrijft hij zich in bij de Academie voor Schone Kunsten als student van architect Karl von Hasenauer. Als deze vertegenwoordiger van het historisme in 1894 sterft, volgt Jugendstil-architect Otto Wagner hem op. Hoffmann en zijn klasgenoten Joseph Maria Olbrich en Leopold Bauer worden al gauw Wagners beste leerlingen. In zijn ‘Selbstbiografie’ bericht Hoffmann zelfs op hoge leeftijd nog enthousiast over hun nieuwe leermeester. ‘Nu hadden wij eindelijk een sterke persoonlijkheid in ons midden, die vol ideeën zijn eigen weg ging en ons wist te inspireren voor alles wat nieuw en noodzakelijk was.’

Prix de Rome

Oostenrijks Paviljoen op de Biënnale van Venetië, 1934 © MAK

Door Hoffmann ontworpen Oostenrijks Paviljoen op de Biënnale van Venetië, 1934 © MAK

Desondanks begint Hoffmann zijn eigen carrière met een historistisch bouwwerk. Zijn afstudeerproject uit 1895, de utopische stad Forum orbis, insula pacis, leunt nog sterk op “oude” Italiaanse vormen met zuilen en koepels. Het levert hem de Prix de Rome op: Een studiebeurs waarmee hij een jaar lang in Rome kan wonen en door Italië kan reizen. Daar raakt hij vooral onder de indruk van de volksarchitectuur op Capri. Na terugkomst schrijft hij in het tijdschrift voor architectuur – een uitgave van de Wagnerschool – dat deze landelijke architectuur hem zo aanspreekt omdat ze vrij is van nutteloze versieringen en intellectuele kunstgrepen en past bij de manier van leven, het klimaat en de omgeving op Capri. ‘De gebouwen geven uitdrukking aan een gevoel van bescherming tegen de hete mediterrane zomers: witte muren en kleine ramen beschermen tegen het intense licht, terwijl buitentrappen, patio’s en pergola’s met druivenranken de mensen uitnodigen om in de schaduw uit te rusten.’

Hij benadrukt dat de architectuur van Capri niet moet worden gekopieerd, maar veeleer moet worden beschouwd als een stimulans om na te denken over het architectonische idee erachter: Het creëren van een typologie van een modern landhuis “dat past bij onze manier van leven, ons klimaat en onze omgeving”’.

Museum voor Toegepaste Kunst

MAK: Museum voor toegepaste Kunt

MAK: Museum voor Toegepaste Kunst © Leonhard Hilzensauer/MAK

‘Die Capri-reis leidt tot een eerste koerswijziging in zijn ontwikkeling als architect, met “vorm volgt functie” als belangrijk uitgangspunt’, aldus curator Rainald Franz van het MAK (Stubenring 5) in Wenen. Dit in 1863 opgerichte Museum voor Toegepaste Kunst is het onvermijdelijke startpunt van een bezoek aan het Wenen van Josef Hoffmann. Pal ernaast is de Weense Kunstnijverheidsschool gevestigd, waar Hoffmann van 1899 tot aan zijn emeritaat in 1936 als architectuurdocent was aangesteld. Het MAK zelf bezit de wereldwijd grootste collectie meubels, objecten, (stof) ontwerpen en correspondentie van de hand van de geniale architect/ontwerper, en toont delen hiervan zowel in de vaste collectie als in wisselende exposities. Ook werk van met Hoffmann bevriende kunstenaars is er goed vertegenwoordigd, zoals dat van Joseph Maria Olbrich, Gustav Klimt, Koloman Moser – met wie Hoffmann in 1897 de Wiener Secession opricht. De kunstbeweging maakt onderdeel uit van een brede Europese stroming, zoals de Franse art nouveau, het Belgische symbolisme, de Duitse jugendstil, de Glasgow Four in Schotland en de Arts and Craft-beweging in Engeland. Gemeenschappelijk is dat ze zich afzetten tegen historische bouwvormen en zoeken naar nieuwe materialen (zoals staal en aluminium), vormen en ornamenten om uitdrukking te geven aan de moderne tijd. ‘Met name Hoffmann legt voor de Secession-beweging de internationale contacten’, aldus Franz. ‘Hij introduceert elementen ervan in Oostenrijk en geeft er een heel eigen draai aan.’

De ziel helen

Secession

Verenigingsgebouw van de Secession © FREN Media / Frits Roest

Van het MAK is het een kleine twintig minuten lopen naar het verenigingsgebouw van de Secession (Friedrichstraße 12) met z’n opvallende gouden koepel. Het pand, nu tevens museum, is een ontwerp van Joseph Maria Olbrich, maar al in 1902 herontwerpt Hoffmann de entree en samen met Koloman Moser is hij verantwoordelijk voor de presentatie van de tentoonstellingen hier. Hoffmann tekent ook voor de zogenaamde Ver Sacrum kamer in het voorste gedeelte. De zachte, gebogen vormen van de meubelen en de deuromlijstingen zijn nog volledig in lijn met de florale jugendstil-taal.

Volgens de Secession-kunstenaars moeten mooie, functionele gebruiksvoorwerpen het dagelijks leven aangenamer en mooier maken voor bredere sociale klassen. Ze zijn ervan overtuigd dat kunst zelfs de menselijke ziel kan “helen”. Hoffmann wil dit theoretisch uitgangspunt in de praktijk brengen door zulke artistieke voorwerpen voor dagelijks gebruik daadwerkelijk te produceren en op de markt brengen. Daarom richt hij samen met zijn vriend Koloman Moser (en met financiële steun van de industrieel Fritz Waerndorfer) in 1903 de Wiener Werkstätte op, een productiegemeenschap van kunstenaars en ambachtslieden. In directe wisselwerking met hun klanten combineren ze moderne ontwerpen met oude ambachtelijke technieken. Ze willen weg van massaproductie en terug naar kwaliteit, eerlijke duurzame materialen, eenvoudige vormen en elegantie in het dagelijks leven. Hoffmann zelf ontwerpt voor de Wiener Werkstätte talloze gebruiks- en siervoorwerpen die vandaag de dag nog steeds worden geproduceerd door bedrijven als Alessi, Augarten, Wittmann, Lobmeyr en Backhausen (zie Tips & Adressen).

‘Ouadratl-Hoffmann’

Al voor de oprichting van de Wiener Werkstätte begint Hoffmann in zijn werk de ornamentiek en de ronde vormen van de art nouveau meer en meer te vervangen door strenge geometrische vormen. Zijn basisfiguur wordt het vierkant, wat hem onder de Weense bevolking de bijnaam ‘Ouadratl-Hoffmann’ oplevert.

Villa op de Hohe Warte

De villa die Hoffmann ontwierp voor Koloman Moser en Carl Moll-villa op de Hohe Warte 

Die ontwikkeling is ook zichtbaar in de door hem ontworpen gebouwen. Zijn eerste grote opdracht als architect was de bouw van een villa-kolonie voor kunstenaars op de Hohe Warte in het 19e Weense district, waarvan een deel in originele staat bewaard is gebleven. Als eerste bouwde Hoffmann hier in 1902-03 een villa voor zijn vrienden Koloman Moser en Carl Moll (Steinfeldgasse 6-8, hoek Geweygasse 13). Ook de aanpalende villa’s in de Steinfeldgasse 2 (Villa Ast) en 4 zijn van zijn hand. Met hun referenties aan vakwerkhuizen en eenvoudige gevelversieringen zijn ze duidelijk nog speelser en ornamentaler dan zijn latere villa’s van gewapend beton (zoals Kaasgrabengasse 30-32, eveneens in het 19e district), maar de geometrische lijnen zijn wel al aanwezig.

Kwaliteit als mensenrecht

Villa

Villa Botstiber-Hertzka aan de Kaasgrabengasse 30-32 © FREN Media / Frits Roest

Voor Hoffmann is geen opdracht te groot of te klein. Naast villa’s voor collega-kunstenaars en industriëlen ontwerpt hij ook sociale woningbouwcomplexen voor het ‘rode Wenen’ – in opdracht van de sociaaldemocratische bestuurders. ‘Het fascinerende’, aldus MAK-curator Rainald Franz, ‘ is dat hij bij het ontwerpen van huizen en meubels voor arbeiders dezelfde waarde hecht aan schoonheid als bij de villa’s voor de rijken. Zijn ideeën over vormgeving kennen geen sociale klassen. Voor hem is kwaliteit een mensenrecht. Die grote, nooit verminderde aandacht voor kwaliteit maakt zijn ideeën en ontwerpen zo uitzonderlijk.’

Dat komt bijvoorbeeld tot uiting in het eerste sociale woningbouwproject dat Hoffmann realiseert. De Klose-Hof (Philippovichgasse 1) uit 1924-1925 is een woonblok van vijf verdiepingen met centrale woontoren op een bijna vierkante plattegrond. De hoofdingang is neoklassiek met zuilen, een tweede ingang aan de Philippovichgasse naar trappenhuis 2 heeft een statig portaal met daarop de beelden “Früchteträgerinnen” (Vruchtendraagsters), die Anton Hanak volgens plannen van Hofmann uitvoerde. De liefde voor details en schoonheid is terug te vinden in de belettering boven de deurportalen, de sculpturale strooibloemen op de eenvoudige voorgevel en de drie gekoppelde, rode vierkante vensters.

Ingang en portaal van het Klose-Hof

De Klose-Hof.  Links: Portaal met Früchteträgerinnen. Rechts: De neoklassieke hoofdingang met zuilen. © FREN Media / Frits Roest

Het wooncomplex is tevens een voorbeeld van weer een volgende fase in Hoffmanns kunstenaarschap. Franz: ‘De aantrekkingskracht van het geometrische is dan verdwenen en in zijn stijl worden elementen uit de antieke architectuur weer belangrijk. Vandaar die neoklassieke zuilen. Typisch voor Hoffmann is dan wel weer dat hij niet simpelweg kopieert, maar er een eigen draai aan geeft door ze niet als dragend element maar als ornament te gebruiken.’

Paradekunstenaar

Lobmeyr Glasservies en bestek van de Wiener Silbermanufaktur

Links: Hoffmanns glasservies Bronzit voor Lobmeyr. Rechts: Hoffmanns Bestek 135 voor de Wiener Silbermanufaktur

Als de Wiener Werkstätte in 1932 failliet gaat, breekt voor Hoffmann een moeilijke tijd aan, waarin grote opdrachten uitblijven. De ‘Anschluss’ van Oostenrijk aan nazi-Duitsland in 1938 wordt door Hoffmann verwelkomd, omdat hij verwacht dat het nieuwe regime economische voorspoed zal brengen en zijn architectenpraktijk nieuw leven zal inblazen. Inderdaad krijgt hij weer opdrachten voor lucratieve projecten, zoals de verbouwing van de Duitse ambassade tot het Haus der Wehrmacht.

Er is wel veronderstelt dat Hoffmann lid van de NSDAP is geworden, maar – aldus Franz – uit archiefonderzoek blijkt dat dit absoluut niet het geval is. ‘Wel zijn enkele vroege functionarissen van het Oostenrijks nationaalsocialisme goede bekenden van hem uit het stadsbestuur. De kans die zij hem gaven om verder te kunnen werken, grijpt hij aan.’
Op hun beurt willen de toenmalige machthebbers Hoffmanns bekendheid instrumentaliseren. Toch blijft hun onderlinge relatie ambivalent. Zo schrijft Robert Obsieger, de directeur van de Kunstgewerbeschule na de machtovername, dat de kunstrichting die Hoffmann vertegenwoordigt niet te verenigen is met die van het nationaalsocialisme en op grond daarvan moet worden afgewezen. ‘Hoffmann is dus zeker niet de paradekunstenaar van de nazi’s waar sommigen hem voor willen aanzien’, aldus Franz.

Na de oorlog, in 1948, is Hoffmann medeoprichter van de (nog steeds bestaande) Österreichische Werkstätten, een soort wedergeboorte van de Wiener Werkstätten met dezelfde missie: schoonheid brengen in het dagelijks leven van mensen met functionele vormen, goede materialen en solide vakmanschap. Vanaf dan beschikt hij weer over een organisatiestructuur die hem in staat stelt te blijven werken op de manier die hij gewend is. Ook ontwerpt hij opnieuw woningbouwcomplexen voor de gemeente Wenen.

Oefenterrein

Josef Hoffmann, aldus Rainald Franz, was een alleskunner. Je zou hem ook een zondagskind kunnen noemen. Zijn aanstelling aan de Weense Kunstnijverheidsschool, op voorspraak van zijn leermeester Otto Wagner, leveren hem al vanaf jonge leeftijd een basisinkomen op. Zijn eerste private opdrachten dankt hij aan fabrikant Karl Wittgenstein, de grote beschermheer van de Secession. Voor diens wijdvertakte familie richt Hoffmann tal van huizen in. Wittgenstein introduceert hem bovendien in een netwerk van handel, industrie en cultuur, zodat meer opdrachten van rijke industriëlen volgen.

Woka-reproducties van Hoffmann-lampen. Links: Hanglamp voor de huizen Staekelborg, Knips en Berta Zuckerkandl (1912). Rechts: Tafellamp voor de Villa Spitzer (1902)

Naast zijn werk voor de Wiener Werkstätte heeft Hoffmann ook een zeer succesvol architectenbureau in Wenen, is hij een gevierd tentoonstellingsarchitect én een marketingprofessional. Franz: ‘Hij laat al zijn nieuwe gebouwen en projecten fotograferen en publiceert erover in toonaangevende internationale publicaties – wat hem constante aandacht voor zijn werk oplevert.’

Hoffmann is twee keer getrouwd, vanaf 1903 met Anna Hladik (met wie hij zijn enige kind Wolfgang krijgt) en vanaf 1922 (na zijn scheiding) met Carla Schmatz, eerder model bij de Wiener Werkstätte. Over zijn privéleven is verder weinig bekend. Hij schermde het zorgvuldig af, zelfs voor zijn studenten en assistenten.

Links ontwerp Kubus en rechts de Sitzmachine

Hoffmanns stoelontwerpen Kubus (links) en Sitzmachine (rechts)

Verbazend genoeg heeft de architect nooit een woning voor zichzelf en zijn gezin gebouwd of ontworpen. Dankzij publicaties in tijdschriften voor architectuur is wel een en ander bekend over de inrichting van een aantal appartementen die hij heeft bewoond, zoals zijn vrijgezellenflat in de Magdalenenstraße 12, zijn flat in de Margaretenstraße 5 en die aan de Neulinggasse 24. Franz: ‘Net als is in zijn werk combineert hij in het interieur verschillende patronen, stijlen en perioden tot een nieuw, homogeen geheel. Hij gebruikt zijn woningen als het ware als oefenterrein voor zijn ontwerpideeën. Veel meubels zijn ook afkomstig uit door hem vormgegeven tentoonstellingen.’

Vanaf het eind van de jaren dertig woont Hoffmann in een appartement aan de Salesianergasse 33, waar hij op 7 mei 1956 overlijdt. Hij is bijgezet in een eregraf van de gemeente Wenen op de Zentralfriedhof (groep 14 C, nummer 20). De grafsteen is een ontwerp van kunstenaar en architect Fritz Wotruba.

Het kerkhof is dagelijks tot 18.00 uur geopend en bereikbaar met de U3 (halte Simmering) en vervolgens overstappen op tram 71 (Zentralfriedhof, halte Tor 2)friedhoefewien.at

Meer over Josef Hoffmann en een overzicht van alle door hem ontworpen bouwwerken: architektenlexikon.at

In het MAK is nog t/m 19 juni de expositie Josef Hoffmann. Fortschritt durch Schönheit te zien, de meest omvangrijke overzichtstentoonstelling van Hoffmanns oeuvre ooit. Lees er hier meer over.

Nog meer Hoffmann

Werkbundsiedlung Wenen
Werkbundsiedlung - Links: Hoffmann, rechts Loos

Werkbundsiedlung. Links: Josef Hoffmann, rechts Adolf Loos

Toen Hoffmann de zestig al was gepasseerd, bouwde hij een aantal arbeiderswoningen voor de in 1932 geopende  Werkbundsiedlung aan de rand van de stad, vlak bij het park Lainzer Tiergarten. De socialistische gemeenteraad wilde hier een voorbeeldproject realiseren met huizen die anders en beter waren dan de typische arbeiderswoningen en -flats uit die tijd. Alle panden werden ontworpen door beroemde architecten uit binnen- en buitenland, onder wie ook Gerrit Rietveld. Hoffmann tekende voor de huizen in de Veitingergasse 79, 81, 83 en 85.

Sanatorium Westend Purkersdorf
Sanatorium Purkersdorf

Façade sanatorium Westend in Purkersdorf © Wolfgang Woessner/MAK

Sanatorium Westend in Purkersdorf (1904) ligt aan de rand van Wenen in een publiek toegankelijk park. Het was de eerste moderne constructie van gewapend beton in Oostenrijk en het eerste gebouw dat Hoffmann samen met de Wiener Werkstätte ontwierp. Alles in het pand – van de deurknop tot de meubels en lampen – stamt van zijn hand en is gemaakt door ambachtslieden die onder zijn leiding opereren. Bij restauraties in 1995 (exterieur) en 2003 (interieur) kon de oorspronkelijke staat grotendeels worden hersteld. Het voormalige sanatorium voor de elite is nu een naar de architect vernoemd verzorgingstehuis voor bejaarden: Het Seniorenheim Hoffmannpark.

Stocletpaleis Brussel
Palais Stocklet

Palais Stocklet © Alan John Ainsworth

Het Stocletpaleis in Brussel (Tervurenlaan 279–281) was het eerste woonproject van de Wiener Werkstätte en bezorgde Hoffmann internationale roem. Het gebouw voor Adolphe Stoclet, telg uit een Belgisch bankiersgeslacht, zou eigenlijk in Wenen worden gerealiseerd, waar Stoclet in het begin van de 20ste eeuw woonde. Hij had Hoffmanns villa’s op de Hohe Warte gezien en wilde iets vergelijkbaars. Toen Stoclets vader in 1904 overleed, moest hij terug naar Brussel om de leiding van het familie-imperium over te nemen. Hij nam de architecten en ambachtslieden van de Wiener Werkstätte mee om daar alsnog zijn stadsresidentie te realiseren. Met medewerking van kunstenaars van de Wiener Secession als Gustav Klimt, Koloman Moser en Karl Otto Czeschka – en met een onbeperkt budget – ontstond het ultieme Gesamtkuntswerk. Het exterieur, helemaal bekleed met wit marmer, doet bijna spartaans aan. Het interieur is versierd met marmeren lambriseringen en kunstwerken. Klimts schetsen voor de eetzaal bevinden zich in de permanente collectie van het MAK. De villa, in 1911 opgeleverd en in 2009 door UNESCO op de werelderfgoedlijst geplaatst, is tot op heden in privébezit en daarom niet te bezichtigen.

Geboortehuis Brtnice
Geboortehuis van Josef Hoffmann

Geboortehuis van Josef Hoffmann © Wikimedia Commons / Jiří Sedláček – Frettie

Een inkijkje in het privéleven van Hoffmann biedt diens geboortehuis in Brtnice, nu een museum gewijd aan diens leven en werk. Na de dood van zijn ouders in 1907 bouwde Hoffmann het barokke herenhuis aan het stadsplein om tot zomerverblijf voor hemzelf en zijn zussen. Hoffmanns herinrichting was een herschikking van de bestaande late Biedermeier woninginrichting van zijn ouders, gecombineerd met wanddecoraties in sjabloontechniek en houtdecor en meubels gebaseerd op zijn eigen ontwerpen voor de Wiener Werkstätte. Sinds 2006 wordt het geboortehuis/museum gezamenlijk beheerd door de Moravische Galerie in Brno en het MAK in Wenen. Josef Hoffmann Museum, náměstí Svobody 263 in Brtnice, Tsjechië, mak.at/josefhoffmannmuseum




Overige tips & Adressen

Eten & Drinken

Schwarzenberg
Café Schwarzenberg

Café Schwarzenberg

In café Schwarzenberg – op loopafstand van Hoffmanns werkplek aan de Weense Kunstnijverheidsschool – vertoef je nog steeds in de ambiance waarin hij veel van zijn schetsen maakte: donker hout op de muren, wandspiegels die de hele ruimte bedekken, een gewelfd plafond bedekt met kleine tegeltjes, Art Deco kroonluchters, halfronde houten leren fauteuils en een stenen vloer. Kärntner Ring 17, cafe-schwarzenberg.at

Café Imperial

Ook in het café van het in 1873 geopende Hotel Impérial was Hoffmann stamgast. Het interieur dat hij in 1936/37 samen met Oswald Haerdtl voor dit café ontwierp, is helaas niet bewaard gebleven. De stoelen in het hotelrestaurant Opus zijn wel Hoffmann-originelen. De bekleding is bij een restauratie in 2014 vernieuwd. Kärntner Ring 16marriott.de

Winkelen

Hoffmann creëerde voor de Wiener Werkstätte glazen, bestek, stoffen en tal van andere gebruiks- en siervoorwerpen. Een deel daarvan wordt vandaag de dag nog steeds geproduceerd. Waar kun je het zien en kopen?

Rundes Model

Rundes Model (1906)

MAK en Alessi

Hoffmanns zilveren Besteck Rundes Modell uit 1906 werd in 2000 opnieuw uitgebracht door Alessi, nu gemaakt van 18/10 roestvrij staal. In 2015 werd hiervan een verkleinde versie uitgebracht, die nu te koop is via de designshop van het Museum voor Toegepaste Kunst. Stubenring 5 in Wenen, makdesignshop.at

Wiener Silbermanufaktur

Besteck No.135 (1902)

Wiener Silbermanufaktur

De Wiener Silbermanufactur, in 1882 opgericht door goud- en zilversmid Alexander Sturm, werkte veelvuldig samen met kunstenaars van de Wiener Werkstätte. Sinds 2009 is het bedrijf eigendom van ondernemer en projectontwikkelaar Georg Stradiot. Die opende een winkel in hartje Wenen en nam klassieke ontwerpen opnieuw in productie, zoals het Besteck 135 van Hoffmann uit 1902. Silberboutique, Spiegelgasse 14 in Wenen, wienersilbermanufactur.com


Meloenservies

Meloenservies (1929) © MAK/Katrin Wißkirchen

Augarten

Hoffmann ontwierp in 1929 verschillende thee- en koffieserviezen voor de Augarten porseleinfabriek, die deels nog steeds in productie zijn. Het meest iconische ontwerp is het koffieservies Melone (meloen), met exotische fruitvormen, vrolijke strepen, een parmantige greepknop, steelvormige handvatten en geschulpte schotels. Het is nog steeds te koop in allerlei kleurencombinaties, van rood en wit gestreept tot zwart en goud. Obere Augartenstraße 1 in Wenen, augarten.com

Bronzit Serien

Bronzit-glasservies (1914)

 Lobmeyr

Ludwig Lobmeyr van het Weense familiebedrijf Lobmeyr (glaswerk en lampen) was bevriend met Josef Hoffmann. Die liet er dan ook geregeld ontwerpen op het gebied van verlichting uitvoeren. Nog steeds produceert het bedrijf meerdere ontwerpen van Hoffmann, zoals het iconische glasservies Bronzit uit 1914, gemaakt van matglas met zwart gebrand bronziet decor. Kärtner Straße 26 in Wenen, lobmeyr.at


Plafondlamp Palais Stocklet (1907)

Woka Lamps Vienna

Nadat Wolfgang Karolinsky de auteursrechten verwierf van tal van originele ontwerpen van kunstenaars en ontwerpers die waren aangesloten bij de Secession en de Wiener Werkstätte begon hij, in samenwerking met ambachtslieden die nog traditionele technieken beheersen, reproducties te maken van design lampen en meubels uit het begin van de 20ste eeuw, zoals de plafondlamp die Hoffmann in 1907 ontwierp voor de grote zaal van het Stoclet Paleis in Brussel. Palais Breuner, Singerstraße 16 in Wenen, woka.com

Wittmann

Palais Stoclet Fauteuil (1905)

Wittmann

Familiebedrijf Wittmann Möbelwerkstätten uit Neder-Oostenrijk produceert al sinds 1896 hoogwaardige gestoffeerde meubelen die zich onderscheiden door tijdloos design en vakmanschap. Daaronder ook reproducties van designklassiekers van Hoffmann, zoals diens Palais Stoclet Fauteuil uit 1905, ontworpen voor het Palais Stocklet in Brussel. Informatie en overzicht handelaren: wittmann.at


Backhausen

Stofontwerp  © Backhausen GmbH

Backhausen

Stoffenfabrikant Backhausen uit het Waldviertel (Neder-Oostenrijk) maakt al 170 jaar hoogwaardig textiel en werkte al die jaren samen met eigentijdse kunstenaars. In het archief zitten nu zo’n 3500 originele stofontwerpen uit de periode 1880-1950 van beroemde ontwerpers, architecten en kunstenaars – onder wie ook Josef Hoffmann. In de collectie HOFFMANN II  zijn diens stofontwerpen terug te vinden in onder andere kussenslopen en meubel- en gordijnenstoffen. Backhausen Design Shop, Kolonie Backhausen 136 in Hoheneich, backhausen.com

Whiskyglas

Whiskyglas Josef © 2018 Maximilian Lottmann

Österreichische Werkstätten

Het door Hoffmann opgerichte merk Österreichische Werkstätten vervaardigt vandaag de dag naast producten geïnspireerd door de Wiener Werkstätte ook nieuw design uit Oostenrijk. De kristallen glazen uit de “Josef”-glaslijn met hun elegante vierkante design zijn een eerbetoon aan Josef Hoffmann. Kärntner Straße 6 in Wenen, oew.at


Dorotheum

Dorotheum

Palais Dorotheum

Op zoek naar een originele Hoffmann? In de hoofdvestiging van het grootste veilinghuis van Centraal-Europa komt nog geregeld antiquair werk van de architect onder de hamer. Sowieso kun je heerlijk rondsnuffelen in de toonzalen, langs meubels, sieraden, sculpturen, schilderijen, tapijten, zilverwerk en nog veel meer. Dorotheergasse 17 in Wenen, dorotheum.com

 




Maria Anna Mozart
Leopold & Wolfgang Mozart
Thomas Bernhard
© Susanna von Canon RV
SOS Kinderdorpen