Een algemeen ‘Hoi’ kan echt niet

Tekst: Frits Roest

Geef op feestjes iedereen een hand

Oostenrijkers zijn veel formeler dan Nederlanders (en lijken in dat opzicht dus meer op Vlamingen). Willen ‘Hollanders’ op een feestje met meer dan zes mensen wel eens een algemeen ‘hoi’ en ‘ik ga niet alle handen schudden’ de groep ingooien, in Oostenrijk is dat not done. Je geef alle aanwezigen, ook degenen die je al jaren kent, keurig een hand. Wat je (overigens net als in Duitsland) ook niet doet: iemand die je voor het eerst ontmoet met ‘je’ en ‘jij’ aanspreken. Niet dat een Oostenrijker er iets van zal zeggen: daar is hij veel te beleefd voor. Maar je hebt zonder het te beseffen wel meteen een paar vette minpunten te pakken. Het wordt als aanmatigend ervaren. Natuurlijk: de jongere generatie gaat er mede onder invloed van de internationalisering veel makkelijker mee om. Maar zelf zal ik Oostenrijkers, ook die van half mijn leeftijd, altijd met ‘Sie’ aanspreken. Ik wacht tot de ander mij het ‘Du’ aanbiedt. Ik wil niet onbeleefd overkomen. Bovendien ben ik de duidelijkheid die het in relaties schept gaan waarderen. Het amicale ‘je’ en ‘jij’ kan je ook op het verkeerde been zetten.

Oostenrijkers zien het bij toeristen door de vingers

Omdat Oostenrijkers weten dat Nederlanders niet zo van de formaliteiten zijn, zullen ze hen bijvoorbeeld in toeristische gebieden soms wel degelijk meteen tutoyeren. Dan is het een vorm van inpalmen: een vriendschappelijke band suggereren, bijvoorbeeld in de hoop dat je iets koopt of boekt. Bij het zakendoen is voor Oostenrijkers de persoonlijke band minstens zo belangrijk dan wat ze feitelijk te bieden hebben. Ze vergeten wel eens dat het onder de streep wel degelijk uitmaakt of iets goed is of niet. Iemand kan nog zo amicaal doen, als het hotel of de omgeving niet aantrekkelijk zijn, dan helpt die hele vriendschappelijkheid niet. Terwijl een Oostenrijker kan denken: als we maar een goed contact hebben, dan kijken ze er wel overheen.

Boven de 1000 meter is iedereen per du

Een vermakelijke uitzondering op de aanspreekregel speelt zich af in de bergen. Net als in alle Alpenlanden zijn dit ook in Oostenrijk tutoyeer-enclaves. Sterker nog: Oostenrijkers die elkaar in de stad met ‘u’ aanspreken, zullen elkaar op de berg ‘duzen’, om weer op ‘u’ over te schakelen zodra ze terug in de stad zijn. Vroeger begon het tutoyeren op duizend meter hoogte. Waarom precies is niet bekend: wellicht was het aanbieden van het ‘Du’ een wederzijdse beloning voor de geleverde klimprestatie. Bovendien zou al te veel formaliteit snel ingrijpen in noodsituaties kunnen compliceren. Tegenwoordig stellen mensen de hoogte van de Du-grens min of meer zelf vast. Dat kan tot ongemakkelijke situaties leiden. Zo had ik ooit een wat afstandelijke, stijve leidinggevende. Geen van de medewerkers zou het ooit in zijn hoofd halen hem te tutoyeren. Met als gevolg dat iedereen probeerde te vermijden hem überhaupt aan te spreken tijdens een bedrijfsuitje in de bergen. Sommige mensen staan nu eenmaal overal op eenzame hoogte.