Pinot Noir
Blauer Burgunder / Spätburgunder

Pinot Noir, meestal in verband gebracht ­met de Bourgogne in Frankrijk, staat al sinds de twaalfde eeuw in de Oostenrijkse wijngaarden. De druif is hier beter bekend als Blauer Burgunder of Spätburgunder. Toen het Freigut Thallern bij Gumpoldskirchen in 1141 aan de Cisterciënzers van het klooster Heiligenkreuz werd geschonken, plantten de van oorsprong Franse monniken druiven aan die ze meebrachten uit Bourgondië.  Daaronder was ook Pinot Noir. Nu, negen eeuwen later, is de druif over heel Oostenrijk verspreid en is ze goed voor net iets meer dan 1 procent van de totale druivenaanplant.

De druif stelt veel eisen aan haar omgeving, zoals een koel klimaat en diepe, warme bodems die het water goed vast kunnen houden  . De schillen zijn dun, wat Pinot Noir heel gevoelig maakt voor rot. Het is een druif die zorg en aandacht vraagt in de wijngaard en veel vergt van de kennis en ervaring van de wijnmaker.  Pinot Noir-wijn van goeden huize is echter een waar genot om te drinken. Het zijn nooit krachtpatsers; in de meeste omschrijvingen tref je woorden aan als elegant, soepel, aroma’s van rood fruit, bosgrond en gedroogde pruimen. De wijnen combineren onder andere goed bij gebraden eend of gans, wildpatés en gerechten met paddenstoelen. In herfst en winter dus een uitstekende keuze.

Käferbohnensalat
Bier - Bierketel© Oostenrijk Magazine
© Michael Huber