In het spoor van…

Egon Schiele

Tekst: Emely Nobis

Egon Schiele geldt als een van de belangrijkste expressionistische schilders. Reis in zijn voetsporen door zijn geboorteland Oostenrijk.

Portret Egon Schiele, 1914 © Imagno _ Austrian Archives, Anton Josef Trčka

Wie per trein arriveert in Tulln aan de Donau, belandt bij het uitstappen midden in de wereld waar Egon Schiele werd geboren en de eerste tien jaar van zijn leven woonde. Ga met je rug naar de rails staan, kijk naar boven en stel je voor hoe de kleine Egon in de woning op de eerste verdieping voor het raam zat en naar het gedrang beneden keek. Zijn vader Adolf was stationschef: een functie met aanzien in die begintijd van het spoorverkeer. Boven de stationshal met kantoren bewoonde de familie een voor die tijd ruim appartement. De façade van hal en woning ziet er nog vrijwel zo uit als tijdens de bouw in 1870.

Kijk nu naar beneden, volg de tegeltjes met daarop de rode rails en je bereikt de opgang naar de woning in de stationshal (Bahnhofstraße 69/Stiege 1/Top 3). Werp twee euro in de muntautomaat, treed binnen en loop de trap op. Hier woonde Adolf Schiele met echtgenote Marie en dochters Elvira en Melanie toen Egon op 12 juni 1890 werd geboren. Vier jaar later kwam nog een dochter ter wereld: Gertrude. Het interieur ziet er nog uit als toen, zij het dat er in plaats van de originele meubels nu grijs geverfde replica’s staan.

Egons oudste zus Elvira stierf toen ze tien was; zijn andere zussen leefden nog lang en hebben in interviews precies beschreven hoe de ruimtes waren ingericht. Je komt binnen in de eet- en speelkamer, waar Egon voor het raam zat, met treintjes speelde en technisch nauwkeurige tekeningen maakte van locomotieven, wagons en rails. De tafel is gedekt voor de familie én een gast. Het extra bord staat voor de geestelijke aftakeling van vader Adolf. Hij leed aan syfilis en kreeg steeds meer last van woedeaanvallen en waanvoorstellingen. Er moest van hem altijd gedekt worden voor een gast die alleen in zijn verbeelding bestond.

In de ouderlijke slaapkamer, tevens woonkamer, staat nog steeds de originele tegelkachel. Het is de stille getuige van een familiedrama. In een woedeaanval verbrandde de vader in deze kachel niet alleen een schrift met Egons vroegste tekeningen, hij gooide ook zijn aandelenpapieren van het spoor in het vuur. Daarmee vernietigde hij de ‘oudedagsvoorziening’ van de familie. Toen vader Schiele te gek werd om te kunnen werken, werd hij met vervroegd pensioen gestuurd en moest de familie in de herfst van 1904 de woning verlaten. Kort daarop overleed Adolf. Het kleine weduwenpensioen werd aangevuld met giften van verwanten. De dochters – gewend aan de luxe van een dienstmeisje – moesten nu zelf werken om in hun onderhoud te voorzien.

Egon Schiele-Weg

In Schieles geboortestad voert nu de Egon Schiele-Weg langs 13 plekken die aan de kunstenaar herinneren, zoals de lagere school die hij bezocht, het kerkhof met het familie­graf (de kunstenaar zelf ligt in Wenen begraven) en Konditorei Wagner op de Hauptplatz waar je een Egon Schiele-taart kunt proeven. De wandeling begint bij het geboortehuis in het station, waar een kleine expositie in de voormalige dienstbodenkamer ook ingaat in op het leven in Tulln in Schieles tijd. De Egon-Schiele-Weg voert ook langs het net gerestaureerde Egon Schiele Museum (Donau­lände 28). Hier zijn op de begane grond wisselende exposities van zijn vroege werk. Een permanente expositie op de eerste verdieping gaat in op de verschillende plekken in Neder-Oostenrijk (Krems, Klosterneuburg, Neulengbach) waar de kunstenaar heeft gewoond, met veel beeldmateriaal en gesproken toelichting door familie en vrienden.

Spaanse griep

Graf

Egon Schiele woonde vanaf 1901 niet meer in Tulln. Hij ging naar het gymnasium in Krems en was daar als ‘kostganger’ bij een familie. Pas na de verhuizing van zijn moeder en zussen naar Klosterneuburg (net buiten Wenen) wisselde hij van school en woonde hij weer thuis. Egon was een slechte en rebelse leerling, maar gelukkig zag een tekenleraar zijn talent en wist zijn moeder de gezinsvoogd ervan te overtuigen haar zoon naar de kunstacademie in Wenen te laten gaan. Hij slaagde met vlag en wimpel voor het toelatings­examen, werd gesteund door de juiste mensen (onder wie Gustav Klimt) en maakte al voor z’n twintigste furore, met zowel fans als mensen die geschokt waren door zijn provocerende beeldtaal met nietsontziende portretten en naakten. Dat zijn kinderjaren in Tulln, met de dood van zijn oudste zus en de aftakeling van zijn geliefde vader, bepalend zijn geweest voor dit rauwe kunstenaarschap is evident.

Portret van Wally Neuzil © Google Art Project

Tussen 1911 en 1915 had Schiele een relatie met zijn muze Wally Neuzil. Omdat zij ongehuwd samenwoonden, werden zij in 1911 verjaagd uit hun woonplaats in het Boheemse Krumau (waar Schieles moeder vandaan kwam) en verhuisden zij naar Neulengbach, een voorstad van Wenen. Het stel was er niet erg geliefd, vanwege hun ‘wilde’ relatie en vanwege de vele naakttekeningen die Schiele maakte van de minderjarige kinderen die bij hen in en uit liepen. Een jong meisje, dat haar strenge ouderlijke huis wilde ontvluchtten, haalde het stel over haar naar Wenen te brengen, met als gevolg dat Schiele door de ouders van het meisje prompt werd beschuldigd van ontvoering. Schiele werd gearresteerd en belandde in de cel. Toen duidelijk werd dat het meisje uit eigen wil was weggelopen, werd hij – na drie weken voorarrest – tot ‘slechts’ drie dagen cel veroordeeld.

Portret van Edith Harms

In 1915 beëindigde Schiele de relatie met Wally om in hetzelfde jaar te trouwen met Edith Harms. Kort daarna moest hij in militaire dienst. Hij kreeg echter een kantoorbaan en kon daarom contact houden met Edith.

Egon Schiele stierf op 31 oktober 1918 aan de gevolgen van de Spaanse Griep. Enkele dagen eerder (op 27 oktober) was Edith, toen zes maanden zwanger, aan dezelfde ziekte overleden. Ze liggen samen met Schieles in 1968 overleden schoonzus Adele Harms in een graf op het kerkhof Ober St. Veit, vlakbij Schönbrunn in de Weense wijk Hietzing (groep B, rij 10, nummer 15/16).

Het kerkhof (Gemeindeberggasse 73) is bereikbaar met metro U4 (richting Hüttelsdorf, halte Ober St. Veit) en bus 54A.

Leopold Musuem © Leopold Museum, Julia Spicker

Leopold Museum

In zijn korte leven produceerde Schiele zo’n 350 schilderijen en 2800 aquarellen en tekeningen. Het Leopold Museum in Wenen bezit de grootste Schiele-collectie wereldwijd . De werken zijn sinds de jaren vijftig verzameld door het artsenechtpaar Rudolf en Elisabeth Leopold. Rudolf Leopold (1925-2010) is inmiddels overleden, maar Elisabeth Leopold (1926) leidt ons persoonlijk rond langs hoogtepunten uit Schieles oeuvre en vertelt er met onverminderde passie over. Toen haar man kunst wilde verzamelen, zegt ze, vond hij lange tijd niets dat hem raakte. Tot hij voor het eerst oog in oog stond met een werk van de toen al lang in de vergetelheid geraakte Schiele. ‘Hij vond het meteen fantastisch: de melancholie, het existentialisme, het provocerende. Het raakte mijn man emotioneel. Pas daarna ging hij erover nadenken waarom het zo bijzonder is.’

Drie dingen maken Schiele uniek, vindt ze. ‘Hij was de grootste tekenaar van de vorige eeuw. Zijn lijnen zitten vol uitdrukkingskracht, hij legt precies de juiste accenten en geeft z’n tekeningen enorme expressie mee. Het mooie is: hij tekent anatomisch correct – dat kan ik als arts goed zien – en tegelijk overdrijft hij.’

De tweede kracht van Schiele ligt in zijn composities. ‘Zelfs als een voet op een vreemde manier aan het lichaam bungelt, is het geheel altijd in balans.’

Schieles derde kwaliteit noemt ze zijn voor die tijd provocerende kleurgebruik. Ze blijft staan bij zijn zelfportret Sitzender Männerakt uit 1910 en wijst enthousiast op de gele buik (‘zo’n buik heeft niemand’), de energieke lijnen, het contrast tussen donkere boven- en onderkant en lichtere midden en de rode accenten bij de navel, tepels, geslacht en ogen. ‘Fantastisch hoe deze mens in de ruimte zweeft. Dat is de beroemde Schiele die in 1910 als een komeet omhoog schiet in de burgerlijke maatschappij en natuurlijk niet meteen succesvol is. Het fin de siècle was de tijd van de lieflijke, decoratieve Jugendstil. Schiele is weliswaar in die tijd opgegroeid, maar zijn werk sluit niet aan bij die wonderschone wereld. Hij liep erop vooruit, was een Neukünstler met een geheel eigen stijl die men later expressionistisch is gaan noemen.’

Elisabeth Leopold © Oostenrijk Magazine

Erotisch werk

Elisabeth Leopold neemt ons mee naar een zaal vol erotische kunst. Nog steeds worden Schieles vele expliciete tekeningen en schilderijen vaak als pornografie gezien. Telkens weer moesten Rudolf en Elisabeth Leopold het verschil tussen pornografie en erotische kunst uitleggen. ‘En dat is nog niet zo simpel. Je zou kunnen zeggen dat een pornograaf aan zijn publiek denkt. Hij wil iets zo in beeld brengen dat het anderen opwindt. Erotische kunst werkt heel anders. Die is geschapen uit zichzelf, uit de erotische droom van de kunstenaar.’

Ze blijft staan bij het schilderij Liegende Frau, een naakt uit 1917. ‘Het gezicht alleen al is een kunstwerk. Het drukt zo veel verlangen uit. En dan het zwarte haar, het geslacht dat duidelijk opgewonden is en de omhooggeslagen rok… het is zo levendig. Dat je het geslacht ziet terwijl we eeuwenlang gewend waren om dat met een vijgenblad te bedekken, maakt van dit werk geen pornografie. Schiele wilde als kunstenaar absoluut authentiek en waarachtig zijn en zag niet in waarom je iets dat er is niet zou tonen.’
Dat zo’n groot deel van Schieles kunst erotisch is, wijdt ze aan zijn ‘getroebleerde geest’. ‘Hij heeft zijn vader zien sterven en dat laat hem zijn leven lang niet meer los. Hij kwam niet gemakkelijk tot rust.’

Egon Schiele: Liegende Frau (1917) © Leopold Museum

Schiele hield intens van zijn vader; met zijn moeder had hij juist een moeizame relatie. ‘Hij vond dat ze hem niet begreep. Zij verweet hem dat hij schilderde wat niemand wilde kopen, terwijl zij als arme weduwe zijn financiële steun goed kon gebruiken.’

Tote Mutter (1910) © Leopold Museum, Wien

Toch laat de voortdurende strijd met zijn moeder hem niet onverschillig, denkt Elisabeth Leopold. Ze neemt ons mee naar het schilderij Tote Mutter uit 1910, ontstaan tijdens een treinreis die Schiele maakte na de zoveelste ruzie met zijn moeder. ‘Dit is toch een beeld van pure moederliefde. De oneindig liefdevolle hoek waarin haar hoofd naar haar kind buigt en de manier waarop ze hem vasthoudt… het drukt uit: Jij bent mijn kind. Ik sterf, maar jij zult leven.’

Het beeld is ook interessant, aldus Leopold, omdat het bijna een visioen is van een latere catastrofe in Schieles eigen leven. Zijn echtgenote Edith is hoogzwanger als ze in 2018 aan de Spaanse griep overlijdt, drie dagen voordat Schiele zelf aan de ziekte bezwijkt. ‘Ik denk dat kunstenaars deels in een andere wereld leven en zoiets voorvoelen. Ze creëren immers vanuit hun onbewuste en zelden vanuit hun verstand. Als ze dat laatste wel zouden doen, zijn het geen goede kunstenaars.’

Stedelijk museum

Rudolf Leopold zag de betekenis van Schiele al in toen nog niemand geïnteresseerd was. De doorbraak bij het grote publiek is mede te danken aan oud-directeur Willem van Sandberg van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Toen die in 1955 een expositie rondom een moderne Weense kunstenaar wilde organiseren, werd hij verwezen naar Rudolf Leopold en raakte ook hij in de ban van Schiele. De Amsterdamse expositie reisde later naar Bern en werd daar door veel Duitse journalisten bezocht. ‘Een belangrijke Duitse kunstcriticus schreef dat de onbekende Schiele dankzij deze expositie meteen tot de voorste rijen van moderne Europese kunstenaars toetrad. Dat was een keerpunt in de waardering, al heeft het nog wel veertig jaar geduurd voordat hij echt bekend werd.’

De Leopolds hebben voor hun kunstverzameling bijna 250 werken van Schiele gekocht, vooral uit de periode 1910-1914. ‘Toen schiep hij z’n belangrijkste werk. Wat erna komt, is niet onbetekenend, maar het heeft niet meer die Sturm und Drang, die opwinding en provocatie’, zegt Elisabeth Leopold resoluut. ‘Het wordt eleganter en aangepaster – simpelweg omdat hijzelf ouder en aangepaster werd. Zo gaat dat in een mensenleven.’

Naast werk van Schiele omvat de 5400 stukken omvattende collectie van het Leopold Museum ook dat van andere fin de siècle kunstenaars (zoals Klimt) en een uniek overzicht van de belangrijkste vertegenwoordigers van het Oostenrijks Expressionisme. Museumsplatz 1 in Wenen, leopoldmuseum.org

Kijk wat je allemaal in de omgeving kunt doen op onze wegwijzer.




Maria Anna Mozart
Leopold & Wolfgang Mozart
Thomas Bernhard
© Susanna von Canon RV
SOS Kinderdorpen