Merlot

Merlot is een van de bekendste rode druivenrassen ter wereld. Natuurlijk vind je de druif ook in Oostenrijk.

De wijnen zijn hier vaak warm én fris tegelijk! Als druif voor kwaliteitswijn  is Merlot pas sinds 1986 officieel toegestaan in Oostenrijk. Bovendien staat er vrij weinig van aangeplant: de officiële cijfers spreken van 724 hectare: 1,6 procent van het totaal. De laatste tijd zit de druif echter in de lift. Meer Oostenrijkse wijnboeren experimenteren ermee en steeds vaker komen er zeer goede wijnen op de markt. Merlot is zelfs bezig de populariteit van Cabernet Sauvignon in te halen. De meeste Merlot vind je in Burgenland. Daarnaast groeit merlot verspreid over alle wijngebieden van Neder-Oostenrijk.

De oorsprong van Merlot ligt in de Gironde, in Frankrijk. In dit gebied brengt merlot ook haar beroemdste wijnen voort: de krachtige en gewilde Bordeaux, vooral die van de rechteroever van de Gironde uit Saint-Émilion en Pomerol. Om in Oostenrijk te komen, zijn Merlot-wijnstokken dus in het verleden de Alpen overgestoken en hebben ze de kusten van de Atlantische Oceaan verruild voor de vlakten en valleien van Midden-Europa. Aan bodem en locatie stelt de druif, die wat later dan gemiddeld rijpt, weinig eisen. Wel houdt ze erg van droge voeten en is ze dol op warmte en op een mild klimaat. Van vorst in de winter is ze dan ook geen fan.

In de beroemde Bordeaux-wijnen is Merlot meestal de partner van Cabernet Sauvignon en voegt hij rondheid, fris fruit en vriendelijkheid toe. Om diezelfde reden belandt Merlot ook in Oostenrijk vaker in een blend in de fles dan solo. Toch zijn de pure Merlots zeker te moeite waard, vooral om de genoemde karakteristieken: rondheid en fris fruit. Pure Merlot wordt verder over het algemeen gekenmerkt door milde tannines en weinig zuur. Het zijn wijnen om lekker van te genieten zonder groots en meeslepend te zijn. Oostenrijkse Merlot is bij ons geen alledaagse vondst, maar is via webshops goed direct bij de wijnboer te bestellen.

Käferbohnensalat
Bier - Bierketel© Oostenrijk Magazine
© Michael Huber