Het nagerecht is de kroon op elk diner. In Oostenrijk Magazine editie 1/2019 geven we recepten voor heerlijke toetjes. Ze zijn niet alleen lekker, maar zorgen ook voor leuke gespreksstof vanwege hun ‘tolle’ namen.

Salzburger Nockerln, een soufflé, zouden in de 17e eeuw zijn gecreëerd door Salome Alt, de maîtresse van vorstbisschop Wolf Dietrich von Raitenau van Salzburg. De vorm en naam zouden verwijzen naar de drie met sneeuw bedekte Salzburger huisbergen (Mönchsberg, Kapuzinerberg en Gaisberg).

Buchteln (ook wel Wuchteln genoemd) stammen uit de Boheemse keuken en hebben   tijdens de Donaumonarchie hun weg naar de Oostenrijkse keuken gevonden. Het zoete gistgebak wordt in de oven gebakken en al dan niet gevuld. Typisch Weens is het om vijf deegballetjes te schikken rondom een kogel in het midden, zodat het geheel de vorm van een bloem krijgt.  De Kardinalschnitte is een creatie van de Weense banketbakker Ludwig Heiner (indertijd kaiserlicher und königlicher Hoflieferant), ontwikkeld ter gelegenheid van de landelijke Katholieken­dagen in 1933.

Besoffener Kapuziner heten zo omdat de cakejes met veel drank worden besprenkeld (besoffen=dronken) én verwijzen naar de bruine kleur van de pij met puntkap van Kapucijner monniken. Een typisch Weense koffiebereiding –  espresso met een paar toefjes slagroom  – heet Kapuziner

Polsterzipfel (Polster=kussen, Zipfel=hoek) danken hun naam de vorm die doet denken aan een driehoekig kussen voor op een bank. De vulling (jam) is in dat geval dus het dons of de veren waarmee een  kussen is gevuld. Het is een simpel gerecht zonder ei.

Een Scheiterhaufen tenslotte is letterlijk vertaald brandstapel en zo rommelig ziet dit toetje er ook uit. Het ovengerecht, waarin resten brood worden verwerkt, wordt ook wel Ofenschlupfer genoemd.

De recepten voor deze ‘tolle’ toetjes vind je in Oostenrijk Magazine editie 1/2019. Het nummer ligt tot 4 april in de winkel en is te koop in onze webshop.