In 1934 reist de 36-jarige Christiane Ritter (Oostenrijk, 1898-2000) haar man, de onderzoeker Hermann Ritter, achterna naar de Noordpool. Ze is voordien nooit ver van huis geweest. Samen met hem en een Noorse jager woont ze in een primitieve hut op de afgelegen noordelijkste punt van Spitsbergen. Terwijl de maanden durende poolnacht begint en de mannen lange periodes weg zijn voor de jacht, komt zij alleen de hut uit om die na een sneeuwstorm uit te graven. Eenmaal weer thuis beschreef ze haar reis en de overwintering in een boek dat sinds de verschijning in 1938 een klassieke status heeft verworven en nu voor het eerst in het Nederlands is vertaald.

Christiane Ritter, Een vrouw in de poolnacht, Querido, € 20,-