De Oostenrijkse schrijver Arno Geiger vertelt in zijn nieuwste roman Onder de Drachenwand over de waanzin van oorlog en het verlangen naar een normaal leven. Het verhaal begint in Rusland in 1944. Soldaat Veit Kolbe raakt zwaargewond en wordt overgebracht naar een militair ziekenhuis het Duitse Saarland en later naar het huis van zijn ouders in Wenen. Op de vlucht voor de oorlog – die hij steeds meer gaat haten terwijl zijn vader de noodzaak ervan blijft benadrukken – vertrekt hij naar het bergdorp Mondsee, onder de steile Drachenwand aan het gelijknamige meer in Opper-Oostenrijk. Daar krijgt hij een relatie met Margot en ervaart hij soms weer enige momenten van normaliteit. Geiger roept in zijn roman een levendig, indringend  beeld op van het alledaagse leven in een Oostenrijks dorp tijdens de oorlog, het tergend lange wachten op het einde ervan en de verschillende manieren waarop de hoofdfiguren hiermee omgaan.

Arno Geiger, Onder de Drachtenwand, uitgeverij De Bezige Bij, € 24,99.