Weners zijn niet óf grantig óf vrolijk. Ze zijn allebei tegelijk.

Het karakter van de Weners lijkt niet op dat van andere Oostenrijkers. Weners staan bekend als grantig, een woord dat moeilijk te vertalen valt maar zoiets betekent als mopperig, klagerig, onvriendelijk en arrogant tegelijk. Weense obers zijn er berucht om. Het ligt echt niet aan jou als ze je nauwelijks een blik waardig keuren bij het brengen van je bestelling en je fooi zonder een bedankje aannemen. Niet alleen de kelners zijn grantig; ze delen die eigenschap met iedereen die in Wenen is geboren en getogen. ‘Die Wiener granteln sich gegenseitig gerne an’, zegt men wel. Niets heerlijkers dan tegen elkaar opbieden over alles wat niet deugt. De hele winter klagen ze over de kou, maar zodra de zon schijnt, is het te benauwd en drukkend warm. Het eten is heerlijk, maar eigenlijk hadden ze iets willen bestellen dat niet op de kaart staat.

Ook toeristen zijn een permanente bron van irritatie. Ze blijven links op de roltrap staan terwijl iedereen weet dat je door moet lopen. Ze doen eeuwig over hun bestelling bij een Würstelstand (en houden de Wener te lang weg van zijn Käsekrainer met bier). Door hun schuld worden Weners in het centrum door mannen in Mozartpakjes in het Engels aangesproken met de vraag of ze een ticket voor een of ander  concert willen. ‘Schau I aus wia a Tourist?’, is dan het enige juiste bitse antwoord.

Het bijzondere is dat Weners hun granteln vaak allercharmants verpakken. Je merkt er dan niets van. Als je in een drukke metro bij de deur staat en de man achter je beleefd vraagt: ‘Steigen Sie auch aus?’ betekent dat in het Weens zoveel als ‘Ga uit de weg; ik wil eruit’. ‘Der Wiener sticht dir ein Messer in den Rücken aber er lächelt dabei freundlich’, zei een niet-Weense Oostenrijkse vriendin daarover een keer treffend. In de jaren dat ik in Wenen woonde heb ik tal van vriendelijke en behulpzame mensen ontmoet, maar dat het cliché wel degelijk opgaat blijkt opnieuw uit een recent onderzoek van de Weense stadspsychologe Cornelia Ehmayer. Na diepte-interviews met 113 mensen over de Weense ziel kwam ze tot de conclusie dat die ‘permanent grantig, melancholiek en angstig’ is. En dat terwijl Weners niets te klagen hebben. Wenen voert volgens onderzoek van Mercer al negen jaar de wereldranglijst aan van steden met de hoogste levenskwaliteit. Gevraagd naar die schijnbare tegenstelling zegt de onlangs gepensioneerde Weense burgemeester Michael Häupl in het Duitse blad Spiegel: ‘Granteln is juist een deel van die levenskwaliteit. Het fascinerende is dat wij niet grantig óf vrolijk zijn; we kunnen het allebei tegelijk zijn.’ In hetzelfde interview waarschuwt hij: ‘Alleen Weners mogen granteln. Als iemand van buiten hetzelfde doet of – erger nog – kritiek op Wenen durft te hebben, dan heeft hij een reusachtig probleem.’

U begrijpt: deze column is geen kritiek. In het begin ergerde ik me aan de Weense humeurigheid; later zag ik er de humor van in. Nog steeds ben ik bij elk bezoek aan Wenen opgelucht als ik in een koffiehuis het gevoel krijg dankbaar te moeten zijn dat ik überhaupt word bediend… Er is gelukkig niets veranderd!