‘I am from Austria’,

zong Austropop-legende Rainhard Fendrich in 1989. Zijn ballade werd niet voor niets het inofficiële Oostenrijkse volkslied. Oostenrijkers zijn sterk verbonden met hun land – wat gezien de kwaliteit van leven (prachtige, gevarieerde natuur, uitstekend eten, prima voorzieningen) niet verwonderlijk is. Behalve met Oostenrijk voelen ze zich ook sterk verbonden met het Bundesland waar ze vandaan komen. Ze zijn Tiroler, Burgenländer, Kärtner, Steirer… Sterker nog: binnen het Bundesland maakt het echt verschil of ze uit Bregenzerwald, het Kleinwalsertal of het Großwalsertal komen – ook al ligt het allemaal pal naast elkaar in Vorarlberg. Historisch gezien begrijpelijk. Een dal was lange tijd min of meer geografisch geïsoleerd, zodat er zich eigen (eet)tradities, gebruiken en gewoontes ontwikkelden. Dat verandert nu iedereen mobiel en digitaal is, maar de ‘Heimatverbundenheit’ blijft. Het meest honkvast zijn Vorarlberger en Tiroler – blijkt uit een recent onderzoek. Gemiddeld verhuist een Oostenrijker zes keer in het leven. Dat lijkt misschien heel wat, maar veel van die verhuizingen zijn binnen de eigen regio. Van alle EU-burgers hebben Oostenrijkers bovendien de minste ambitie om langere tijd in het buitenland te werken, laat staan te emigreren – blijkt uit onderzoek van de Europese Unie. De belangrijkste redenen: een uitgesproken ‘Heimat’-gevoel, het niet willen verlaten van familie, kinderen, vrienden en/of het eigen huis. In de horeca spreek ik geregeld mensen die tijdens hun opleiding over de hele wereld hebben gereisd, maar zich uiteindelijk weer in hun geboortestreek hebben gevestigd. Zelfs de meest succesvolle topkoks vertonen hun kunsten vaak liever in de voormalige dorpsherberg van hun ouders dan in ‘de grote stad’ – waar ze ongetwijfeld een groter aanzien en meer aanloop zouden hebben. Ze zijn weliswaar ambitieus, maar niet ten koste  van het gevoel geworteld te zijn.

Het weekend begint er al op de vrijdagmiddag.

Die honkvastheid is medeoorzaak van een ander typisch Oostenrijks verschijnsel: het weekend begint er al op de vrijdagmiddag. Als ik iemand niet voor 13.30 uur te pakken heb gekregen, kan ik net zo goed tot maandag wachten. Wie buiten de eigen regio werkt, pendelt vaak heen en weer naar huis of woont tijdens de werkweek in een pied-à-terre. Een lang weekend thuis is dan een vorm van ‘troost’. Dat dit verworven recht ook wordt omarmd door mensen met weinig woon-werkafstand is begrijpelijk. Dat wil niet zeggen dat Oostenrijkers het ervan nemen. Van maandag tot en met donderdag maken ze juist extra lange dagen.  Een kwart van de bevolking staat voor zes uur ’s ochtends op, tegenover vijftien procent gemiddeld in de EU. Toen in de jaren zeventig overal in Europa variabele werktijden gebruikelijk werden, gingen alleen werknemers in Oostenrijk massaal vroeger in plaats van later aan de slag. Lui zijn ze dus zeker niet, ook al lijken ze soms een luizenleven te leiden.