Het Wenen van Sigmund Freud

Tekst: Emely Nobis / Beeld: Frits Roest

Sigmund Freud, grondlegger van de psychoanalyse, bracht het grootste deel van zijn leven door in Wenen. Stadsverkenning in zijn voetsporen.
Sigmund Freud

Sigmund Freud, gefotografeerd door Max Halberstadt © Sigmund Freud Copyrights

Wie het Wenen van Sigmund Freud wil verkennen, komt in elk geval altijd uit bij het Freudmuseum (Berggasse 19), het pand waarin de ‘vader van de psychoanalyse’ het grootste deel van zijn werkzame leven doorbracht. Na een ingrijpende verbouwing in 2020 zijn hier naast de voormalige praktijkruimtes nu ook de privévertrekken van de familie toegankelijk. Ze liggen tegenover elkaar op de mezzanine (tussenverdieping) van het monumentale appartementengebouw.

Freud Museum

Freud Museum in de Berggasse

Voor de ruim 110.000 bezoekers per jaar is het een magische plek. Je loopt door hetzelfde trappenhuis omhoog als indertijd patiënten en huisgasten en je drukt op dezelfde deurbel. Ook al is er van de originele inboedel niet veel over (alles werd in 1938 bij de vlucht voor de nazi’s naar Londen meegenomen), des te meer ontroeren kleine objecten als een dokterstas met zijn initialen, een brillenetui of een reisnecessaire. Dankzij een schenking van dochter Anna staat in de wachtkamer wel weer de bank waarop patiënten plaatsnamen in afwachting van een therapiesessie.

Leopoldstadt

Wenen wijkenNatuurlijk gaan ook wij naar het museum, maar we beginnen onze zoektocht naar sporen van Freud elders, namelijk op de plek waar zijn Weense leven begon toen hij vier was. Sigmund Freud werd in 1856 geboren als kind van Joodse ouders in de Moravische stad Freiberg (tegenwoordig Příbor in Tsjechie), waar zijn vader wolhandelaar was. Nadat diens bedrijf tijdens de economische crisis van 1857 failliet ging, verhuisde het gezin in 1859 eerst naar Leipzig en korte tijd later naar Leopoldstadt (2.), toen een van drie Joodse wijken in Wenen.

De Freuds woonden er na hun aankomst onder andere in de Pfeffergasse 1 en 5 (nu nieuwbouw) en de Glockengasse 30, maar daar herinnert niets meer aan hem. Dit geldt voor wel meer plekken in Wenen die met Freud zijn verbonden. Een gids om een en ander te duiden is dan ook bijna noodzakelijk. Wij gaan op pad met historicus Pablo Rudich, geboren in Uruguay maar sinds 1978 in Wenen wonend. Hij is de kleinzoon van Joden die net als de familie Freud in 1938 op de vlucht voor de nazi’s uit Wenen vertrokken: de Freuds naar London, Pablo grootouders naar Montevideo (Uruguay).

Karmeliterkirche

Karmeliterkirche © Peter Gugerell, Wikimedia Commons

We ontmoeten Pablo bij de katholieke Karmeliterkirche in hartje Leopoldstadt. Nadat de wijk in 1624 door keizer Ferdinand II werd aangewezen als joods getto met eigen bestuur en rechtbank, vestigden zich hier veel joden. Nog geen halve eeuw later, in 1670, werden ze door de antisemitische keizer Leopold I weer uit stad en land verdreven. Dat de wijk, toen Unteren Werd genoemd, later de naam van juist deze keizer kreeg, is des te wranger omdat hier inmiddels opnieuw relatief veel (orthodoxe) Joden wonen. Terwijl we op het plein voor de kerk staan te praten, passeren ons mannen in lange zwarte jassen en met hoge zwarte hoeden en vrouwen met lange rokken en pruiken. Jongetjes met pijpenkrullen en keppeltjes suizen op hun stepjes voorbij. De huidige generatie orthodoxe Joden in Wenen (naar schatting zo’n duizend mensen) is voor een belangrijk deel afkomstig uit Noord- en Oost-Europa, weet Pablo.

Gymnasium

Leopoldstätter Gymnasium

Plaquette bij het voormalige Leopoldstätter Gymnasium, op de tweede en derde verdieping in het achterste huis.

In de tijd dat het gezin Freud in Wenen arriveerde, maakte de stad een nieuwe Joodse bloeitijd door. Die was ingeluid door de Tolerantiepatenten van keizer Jozef II, die joden vanaf 1781 weer grotere vrijheden gaven. Rond 1848 was al een derde van de inwoners van Leopoldstadt Joods, mede omdat de nieuwe noordelijke spoorlijn ook Joden uit andere delen van de monarchie naar Wenen bracht. Na aankomst in Leopoldstadt kreeg Freud aanvankelijk thuis les van zijn niet bijzonder gelovige vader, maar die had geen academische opleiding en kon de slimme Sigmund al gauw niet meer bijbenen. Vanaf 1865 ging Freud dan ook naar het Leopoldstädter Kommunal- und Realgymnasium (Taborstraße 24).

Pablo neemt ons mee naar het woningbouwcomplex waarin de school toen was gevestigd. De deur blijkt niet op slot, zodat we door kunnen lopen naar de binnenhof. Hij wijst naar enkele woningen op de tweede en derde verdieping. Daar was het schooltje waar Freud in totaal negenenhalf jaar naartoe ging, als beste van zijn klas. In 1873 haalde hij zijn diploma. Korte tijd later verhuisde het gymnasium vanwege plaatsgebrek en in 1967 werd uiteindelijk de huidige locatie (Wolmutstraße 3) betrokken, in 1989 omgedoopt tot Sigmund Freud Gymnasium.

Universiteit

Universiteit Wenen

Universiteit Wenen © Bwag, Wikimedia Commons

Er voert geen mooi uitgestippelde route door het Wenen van Freud. Van Leopoldstadt gaan we naar het hoofdgebouw van de Universiteit van Wenen (Universitätsring 1). Na het gymnasium schreef Freud zich hier in aan de medische faculteit, vertelt Pablo. ‘Hij promoveerde er in 1881 en streefde eigenlijk een wetenschappelijke carrière na, maar al snel werd duidelijk dat hij als Jood maar lastig voet aan de grond zou krijgen in het tamelijk antisemitisme academische wereldje, al helemaal niet als je niet flink wat geld meebracht. Bovendien had hij in 1882 Martha Bernays leren kennen en wilde hij met haar trouwen. Om een toekomstig gezin te kunnen onderhouden, ging hij aan de slag als arts-assistent in de universiteitskliniek en later ook als privédocent neuropathologie aan de universiteit. In het jaar dat hij met Martha trouwde, 1886, opende hij bovendien zijn eerste private praktijk, die in het begin niet erg succesvol was.’

Universiteit Arkadengang

Arkadengang rond het grote binnenhof van het universiteitsgebouw

In de arkadengang van het hoofdgebouw van de universiteit staat (sinds 1955) een borstbeeld van Freud tussen die van professoren die hier hebben gedoceerd. Want ja, uiteindelijk kreeg Freud alsnog de door hem begeerde academische erkenning. In 1902 werd hij eerst tot titulair (buitengewoon) professor benoemd, nadat één van zijn patiëntes de minister van Onderwijs had ‘omgekocht’ met een door hem begeerd schilderij in ruil voor een titel voor Freud. In 1919 werd hij alsnog ‘gewoon’ professor. De aanduiding 1885-1934 op de buste verwijst naar de jaren van zijn onderwijsactiviteiten hier.

Freud Büste Universiteit

Buste van Freud en gids Pablo Rudichvan het universiteitsgebouw

Nog twee andere monumenten op de universiteit herinneren aan de beroemde student/docent. In 1998 werd op de campus een ‘Poort der herinnering’ vernoemd naar Freud en zijn dochter Anna, het enige van zijn zes kinderen dat in zijn voetsporen trad en zelf een beroemde (kinder)psychoanalytica werd (Freud-Tor, Spitalgasse Mitte).

Freud Beeld Medische Faculteit

Standbeeld Freud bij de medische faculteit

Op 4 juni 2018, precies tachtig jaar nadat de toen 82-jarige Freud op het Westbahnhof in de trein stapte om Wenen voorgoed te verlaten, werd bij de medische faculteit (Spitalgasse 23) bovendien een levensgroot standbeeld van een zittende Freud onthuld. Het was al in 1936 ontworpen door de Kroatische kunstenaar Oscar Nemon (1906-1985), die in 1938 net als Freud Wenen moest ontvluchten. Opdrachtgever indertijd was de Weense psychoanalytische vereniging, maar na de Anschluss werd het beeld niet meer gerealiseerd. Uiteindelijk werd het in 1970 in brons gegoten en in Londen geplaatst nabij het huis waar Freud zijn laatste dagen doorbracht (nu eveneens een Freud-museum). Voor het Weense beeld hebben de erven van de kunstenaar de gietvorm opnieuw ter beschikking gesteld.

Erotisch Wenen

Freuds ideeën vonden niet meteen breed weerklank. Zijn colleges aan de universiteit werden slecht bezocht en een lezing over ‘mannelijke hysterie’ stuitte op zo veel verzet dat Weense artsenkringen hem min of meer buitensloten. Mede daarom werd hij in 1897 lid van de Joodse B’nai-B’rith-loge – al verhulde hij bepaald niet dat hij niet gelovig was en weinig op had met alle religieuze rituelen.

Dat Freud de seksualiteit als het centrum van veel daden en verlangens zag, verontrustte en ontstemde niet weinig van zijn tijdgenoten. In het Wenen van rond de eeuwwisseling was seksualiteit een taboe, omgeven door angst én nieuwsgierigheid. Tegelijk was de stad – aldus Pablo – extreem geërotiseerd. ‘Vrouwen uit de betere kringen werden uitgehuwelijkt aan een “passende” partij, waren veelal onbevredigd en hielden er minnaars op na. Mannen mochten sowieso alles. Overal in de stad waren er bordelen met Süße Wiener Mädel. Meisjes die geen maagd meer waren, konden zich vanaf hun veertiende als prostituee inschrijven. De schrijver Arthur Schnitzler, die met Freud bevriend was, noteerde al zijn “veroveringen”. In een bepaald jaar waren dat er zeshonderd!’

Arthur Schnitzler © Ferdinand Schmutzer, Wikimedia Commons

Arthur Schnitzler © Ferdinand Schmutzer, Wikimedia Commons

Zelf leidde Freud een uitermate gedisciplineerd leven, mede mogelijk gemaakt omdat Martha en haar inwonende zus Minna het huishouden bestierden en hem alle geregel uit handen namen. Hij stond om 7 uur ’s ochtends op en ontving tussen 8 en 12 uur zijn eerste patiënten. Stipt om één uur zat hij met zijn gezin aan de lunchtafel. Daarna maakte hij een kleine wandeling, vaak naar het nabije Votifpark (nu Sigmund Freud Park), vergezeld van zijn chowchow Jofi of haar voorganger Lün-Yu. Op een stenen tafel in dit park staan nu de Griekse letters Psi en Alpha gegraveerd, die Freud gebruikte als afkorting voor psychoanalyse, en zijn uitspraak ‘Die Stimme des Intellekts ist leise’.

Votifpark Freud Denkmal

Freud-monument in het Sigmund Freud Park (voorheen Votifpark) © Thomas Led, Wikimedia Commons

Na zijn middagwandeling hield Freud vanaf drie weer spreekuur, om daarna in familiekring te dineren en aan artikelen en boeken te werken. Later op de avond ging hij geregeld naar het Kaffeehaus om met vrienden een potje schaak of tarok, zijn favoriete kaartspel, te spelen.

Sigarenwinkel Mohilla

Sigarenwinkel Mohilla op de Kohlmarkt

Freuds grootste ‘ondeugd’ was het roken van sigaren. Zijn woning en behandelkamer waren doorrookt en de sfeer moet er verstikkend zijn geweest. Zodra hij aan de wandel ging, gooide Martha de ramen open om frisse lucht binnen te laten. Pablo neemt ons mee naar sigarenwinkel Mohilla (Kohlmarkt 6), waar Freud vaste klant was. ‘Hoewel hij op latere leeftijd drieëndertig operaties heeft ondergaan vanwege mond-kanker kon hij het roken niet laten. Op z’n verjaardag kon je hem alleen maar blij maken met het beste van het beste van Mohilla.’

Koffiehuizen

De opkomst van de psychoanalyse valt samen met het tijdperk van de ‘Weense moderniteit’. De hoofdstad van het Habsburgse Rijk was rond 1900 het centrum van het Europese intellectuele leven, een bloeiperiode van literatuur, muziek, kunst, architectuur en filosofie en gekenmerkt door grote sociale veranderingen: Een ideaal terrein voor nieuwe ideeën, theorieën en methoden.

Cafe Central

Café Central © Alphons Steenmeijer

Kunstenaars, schrijvers en intellectuelen ontmoeten elkaar in de Weense koffiehuizen. Alles wat rang en naam had, kwam hier samen om te zien en gezien te worden en met elkaar te discussiëren. Zo kwam Freud met enige regelmaat in Café Korb (Brandstätte 7/9), waar meestal de wekelijke bijeenkomsten plaatsvonden van de door hem in 1902 opgerichte beroemde “Mittwochsgesellschaft” (de latere Wiener Psychoanalytische Gesellschaft).

Hij was ook te vinden in het nu erg toeristische Café Central (Herrengasse 14) in de eerste wijk van Wenen, maar zijn favoriet was het in 1873 geopende Café Landtmann (Universitätsring 4). Hier ontmoette hij zijn belangrijkste patiënt, Anna Todesco, die onder ‘hysterische symptomen’ leed. Ze is onder de naam Cäcilie M. de medische geschiedenis ingegaan als een van zijn eerste patiënten. ‘Hij heeft haar zeven jaar behandeld en op haar de techniek van de vrije associatie uitgeprobeerd, omdat hij steeds minder geloofde in hypnose – door hem eerder als therapeutisch middel ingezet. ‘Hij noemde haar later zijn leermeesterin’, aldus Pablo.

Beroemde couch

Freud Gedenksteen

Freud gedenksteen in Grinzing © Wikimedia Commons / Genderforschung

In 1895 bracht Freud de zomer door bij de familie Ritter von Schlag in hun kasteel Bellevue, gelegen op een heuvel boven Grinzing (nu in de Weense wijk Döbling). In de nacht van 23 op 24 juli had hij hier een droom die hij voor het eerst als een wensvervulling interpreteerde en die in zijn epos Die Traumdeutung is opgenomen. Het kasteel werd gesloopt. Op de huidige Bellevuewiese (Himmelstraße 115) staat nu een klein monument met een citaat uit een brief van Freud aan zijn Berlijnse vriend en collega Wilhelm Fliess: “Glaubst Du eigentlich, daß dereinst auf einer Marmortafel zu lesen sein wird: “Hier enthüllte sich am 24. Juli 1895 dem Dr. Sigmund Freud das Geheimnis des Traums?“‘

Die Traumdeutung, over de relatie tussen het onbewuste en de inhoud van dromen, verscheen in 1899. Freud woonde toen al (sinds 1891) in de Berggasse en had in hetzelfde pand (sinds 1896) een praktijk op de Hochparterre. Zijn latere praktijk tegenover de privéwoning huurde hij pas vanaf 1908. Al met al woonden de Freuds 47 jaar in de Berggasse. Sinds de verbouwing laat het huidige museum bewust sporen zien van hun verblijf hier. In de behandelkamer de gaten in de muur die aangeven waar het tapijt was vastgespijkerd dat op de beroemde couch lag… In de garderobe gaten waar vroeger kledinghaken zaten, door Freud weggehaald omdat het raam anders niet goed open kon… De nepwanden die Freud aan weerskanten van een kastwand liet aanbrengen om de diepte van die kast te camoufleren… Blootgelegde lagen behang uit bijna vier decennia bewoning… De achtergebleven kabels van de huistelefoon die Anna Freuds kamer verbond met die (een paar verdiepingen hoger) van de Amerikaanse kinderpsychoanalytica Dorothy Burlingham, haar vriendin, collega en levenspartner.

Verhoor Anna

Freud Museum Wachtkamer en Telefoonkabel

Freud Museum: Wachtkamer © Hertha Hurnaus/Sigmund Freud Privatstiftung) en telefoonkabels (© Stephanie Letofsky/Sigmund Freud Privatstiftung)

Die telefoon speelde nog een belangrijke rol in de vlucht van de Freuds uit Wenen, vertelt Pablo. ‘Ten tijde van de Anschluss van Oostenrijk aan nazi-Duitsland op 12 maart 1938 was Freud 82. Hij liet zich er maar moeilijk van overtuigen dat hij weg moest. Op 15 maart verschafte een zevenkoppige SA-ploeg zich toegang tot zijn woning met het doel kunst en antiek in beslag te nemen, maar Martha haalde hen over te vertrekken door haar portemonnee af te geven. Op 22 maart kwam de Gestapo langs om Freud mee te nemen voor ondervraging. Anna wees op haar vaders zwakte, bood zichzelf aan in plaats van hem en werd weggevoerd. Ze had van huisarts Max Schur het giftige barbituraat Veronal gekregen voor het geval ze gedeporteerd zou worden.’

Anna en Sigmund Freud

Anna en Sigmund Freud © Sigmund Freud Copyrights

Nadat de Freuds via de huistelefoon Dorothy Burlingham hadden gewaarschuwd, schakelde zij haar contacten op de Amerikaanse ambassade in en werd Anna ’s avonds door tussenkomst van de Amerikaanse ambassadesecretaris vrijgelaten en naar huis teruggebracht. ‘Voor Freud was dat een ongelooflijk emotioneel moment. Toen pas besefte hij dat ze weg moesten.’

Achter de schermen was dat vertrek al lang voorbereid door de psychoanalytici Marie Bonaparte en Ernest Jones. Dankzij diplomatieke druk uit Groot-Brittannië en de Verenigde Staten (en na betaling van een forse ‘vluchtbelasting’ door Marie Bonaparte) mochten de Freuds bij hun vertrek zelfs al hun bezittingen meenemen. Op 4 juni vertrokken Freud, Martha, hun enige nog inwonende kind Anna en huishoudster Paula Fichtl per Oriënt Express via Parijs naar Londen.

Vier zusters van Freud bleven in Wenen achter, werden in 1942 gedeporteerd naar de concentratiekampen Treblinka en Theresienstadt en zijn daar gestorven. Freud zelf beroofde zich nog geen jaar later, met de hulp van zijn huisarts, van het leven door een overdosis morfine te nemen vanwege zijn voortschrijdende, ongeneeslijke kanker.

Verzamelgebouw

Gestapomonument

Monument op de plaats van het voormalige Gestapo-hoofdkwartier

Het gebouw waar de Gestapo Anna naartoe bracht, het toenmalige luxehotel Métropole (Morzinplatz 4), werd in 1945 bij bombardementen zwaar beschadigd en de ruïne werd uiteindelijk gesloopt. Nu staat er een holocaust-monument. Berggasse 19 werd tussen 1939 en 1942 door de nazi’s gebruikt als Sammelwohnung om Weense joden die hun huis waren uitgezet onder te brengen: Per kamer één familie. Toen het deportatieprogramma van de nazi’s in 1942 was voltooid, verhuurde de SS de woningen aan burgers. Een deel van de mensen die er toen kwamen wonen, hebben er nog lange tijd geleefd. Van Freuds voormalige buren is na 1945 niemand meer teruggekomen.

Toen bij de verbouwing van het huidige museum een tweede trappenhuis met lift en vluchtweg moest worden gemaakt, zijn op de wanden van dat trappenhuis naam, geboortedatum, datum van deportatie en laatst bekende verblijfplaats aangebracht van de 76 mensen die gedwongen naar de Sammelwohnung hadden moeten verhuizen. Bij slechts een enkeling staat ‘survived’ en Verenigde Staten als laatste verblijfsplaats.

Museum

Kassaruimte en museumshop

Nieuwe kassaruimte en museumshop van het Freud-museum

De aanzet tot het Freud-museum kwam van Amerikaanse kant. Toen de conservatieve Oostenrijkse bondskanselier Josef Klaus in 1986 op staatsbezoek was in de Verenigde Staten, kreeg hij tijdens een bezoek in het Witte Huis de vraag waarom Oostenrijk zich niet inspande om Freud te eren. Hij voelde zich aangesproken en bij zijn terugkomst richtte hij de Sigmund Freud Gesellschaft op, met als doel om in Freuds voormalige woning en praktijk een Gedenkstätte op te richten.

Eerste uitgaven

Eerste uitgaven van Freuds boeken in verschillende talen

In 1971 werd hier het museum geopend, met steun van Anna Freud. Zij stelde als voorwaarde dat er ook een bibliotheek zou komen, zodat het naast een symbool van het verleden ook een plek van het heden zou zijn. Haar collega’s van de psychoanalytische vereniging reageerden massaal op een oproep om boeken te doneren. Met 40.000 boeken (veel eerste uitgaven, vertalingen en boeken met opdracht), tijdschriften en andere media is hier nu naast het museum ook Europa’s grootste psychoanalytische bibliotheek ondergebracht.

Op bezoek in het Sigmund Freud Museum? Lees hier meer over de expositie en de faciliteiten.




Sigmund FreudWikimedia Commons
Leopold & Wolfgang Mozart
Thomas Bernhard
© Hans Schmid Privatstiftung
© Susanna von Canon RV
© österreich Werbung / trumler
© BMovB / foto tina haller
SOS Kinderdorpen