Levende traditie

Wiener Sängerknaben

Tekst: Emely Nobis

Ze zijn Oostenrijks populairste culturele ambassadeurs: de Wiener Sängerknaben. Het in matrozenpakjes gestoken jongenskoor komt voort uit een honderden jaren oude traditie.

Onze eerste ontmoeting met de Wiener Sängerknaben vond plaats in Den Haag. Toen het koor enkele kerstconcerten in Nederland gaf, werden ze ontvangen in de residentie van de Oostenrijkse ambassadeur. Tijdens de lunch viel hun welgemanierdheid op; bijna ongekend voor een groep van ruim twintig jongens tussen de 10 en 14 jaar. Met verlegenheid had het niets te maken. Ze waren vrolijk en kletsen honderduit, maar ze hadden tegelijk een bijna ouderwets aandoende hoffelijke omgang met elkaar en met de aanwezige volwassenen. ‘Ze hebben net zo veel energie als andere jongens en spelen net zo graag voetbal’, verzekerde een van hun begeleiders. ‘Het verschil is dat ze die energie dankzij hun intensieve zangstudie goed kunnen doseren.’

Later bezochten we het internaat en de school van de Wiener Sängerknaben in het barokke Augarten-paleis aan de rand van Wenen, want ja: al zijn de koorleden kinderen van 10 en 14 jaar, ze gaan allemaal naar ‘kostschool’. Zelfs als hun ouders in Wenen om de hoek wonen. Dat heeft alles te maken met het volledig op maat gesneden schoolsysteem dat naast het gewone lesprogramma en een brede muzikale opleiding alle ruimte laat voor concertreizen. De Wiener Sängerknaben bestaan in feite uit vier concert­koren die allemaal onder dezelfde naam optreden. Verdeeld over het jaar is elk koor van circa 24 jongens drie tot vier maanden op tournee; dan hebben de zangers geen les. In de zes maanden dat ze wel naar school gaan, zijn de dagen relatief lang en het programma extra intensief.

Hofsängerknaben

Oostenrijkse kloosters en kerken kennen een lange traditie van zanginternaten voor jongens. Zij namen de sopraan- en altpartijen in missen voor hun rekening in een tijd dat vrouwen niet in de kerk mochten zingen. De Wiener Sängerknaben gaan terug op de Hofsängerknaben die al sinds 1498 aan het Habsburgse hof waren verbonden en samen met de Hofmusikkapelle missen en feesten opluisterden. Na het ineenstorten van het Oostenrijks keizerrijk in 1918 dreigde het instituut verloren te gaan, maar de toenmalige rector van de Hofburgkapelle Josef Schnitt zette zich in voor het voortbestaan van de traditie.

In 1924 werd daarom de Vereniging Wiener Sängerknaben opgericht, inmiddels een professioneel muziekbedrijf dat zichzelf goeddeels bekostigt uit de opbrengsten van concerten, cd-verkoop en sponsoring, naast subsidie voor individuele projecten. Zo’n zeventig pedagogen, leraren en musici dragen zorg voor het onderwijs en het welzijn van de jongens. De kosten (tussen 2000 tot 3000 euro per maand per leerling) worden goeddeels gedragen door de vereniging. Ouders betalen slechts een minieme bijdrage.

Jongenstem scholen

‘Ons uitgangspunt is dat elk kind met interesse een bijna volledige studiebeurs krijgt’, aldus Gerald Wirth, voormalig Sängerknabe en sinds 2013 voorzitter van de Vereniging Wiener Sängerknaben. De essentie van de opleiding, aldus Wirth, is in feite al honderden jaren hetzelfde. ‘We proberen de jongensstem zo goed mogelijk te scholen en als instrument ter beschikking te hebben voor concerten en andere projecten zoals opera. Daarnaast willen we de kinderen die ons worden toevertrouwd een zo rijk mogelijk aanbod aan ervaringen bieden.

Onze kinderen zingen dagelijks andere muziek, vaak met verschillende dirigenten en in de grootste en meest fantastische concertzalen ter wereld. Iedere musicus likt z’n vingers af als hij eens in het leven in de Musikverein in Wenen of in de Carnegie Hall in New York mag optreden, terwijl dat voor onze jonge zangers vanzelfsprekend is. Omdat ik zelf hier ben opgegroeid, heb ik me lange tijd helemaal niet zo gerealiseerd hoe bijzonder dat is. Dat veranderde toen ik een jaar of twintig geleden een tijdlang veel contact had met de legendarische Indiase sitarspeler Ravi Shankar. Hij vertelde me enthousiast dat hij al twee keer in Carnegie Hall had opgetreden én een keer in de Musikverein. Toen besefte ik pas goed wat we voor onze kinderen mogelijk maken.’

Intrinsieke motivatie

Wirth constateert dat de verwachtingen zijn veranderd. ‘In mijn tijd moesten we doen wat de volwassenen van ons verwachten en kreeg je straf als je niet leverde. Dat gebeurt nu uiteraard niet meer en dat is positief, maar voor de jongens zelf is het niet per se eenvoudiger. Onze verwachtingen wat betreft muzikale intensiteit en kwaliteit zijn gelijk gebleven, maar de kinderen moet nu een intrinsieke motivatie en discipline ontwikkelen en in die zin volwassener zijn. Als pedagogen kunnen we dat proberen te stimuleren, maar dat lukt niet bij ieder kind. Daarom is de selectieprocedure ook gewijzigd.

Vroeger mocht je voor komen zingen en daarna werd besloten over je toelating. Nu organiseren we elke zomer een Schnupperwoche voor geïnteresseerde kinderen en hun families zodat zowel zij als wij een goede indruk krijgen van de muzikale en sociale aspecten . Degenen die na die week voor ons kiezen, krijgen een proeftijd en pas daarna beslissen we of ze Sängerknabe mogen worden.’

Tina Breckwoldt, archivaris en docente dramaturgie vult aan: ‘Als het niet lukt, vinden we het belangrijk dat het kind niet vertrekt met het gevoel gefaald te hebben. We leggen uit dat het hier om wat voor reden dan ook niet op de juiste plek is, maar dat het moedig was om het te proberen. We merken het bijvoorbeeld heel snel als ouders een kind hebben gepusht. Hoe lastig het voor de ouders ook is om te accepteren, dan is het kind niet intrinsiek gemotiveerd en gaat het per definitie mis.’

Uit de hele wereld

Omdat de Wiener Sängerknaben op hun 14e (of eerder bij een vroege stembreuk) met ‘pen­sioen’ gaan, komen er per jaar twintig tot vijfentwintig plaatsen (vijf à zes per koor) vrij voor nieuwe aanwas. Een groeiend deel van de nieuwkomers komt uit het buitenland. Wirth: ‘Weense en Oostenrijkse families – vooral de moeders – vinden het lastiger dan vroeger om hun kind naar een internaat te sturen. Voor de kinderen zelf geldt dat ze tegenwoordig uit oneindig veel opleidingsmogelijkheden kunnen kiezen . Zeker bij jongens is zingen lang niet zo populair als bij meisjes. Als ze al zingen, hebben ze vaak vooral interesse in wedstrijden als Idols of The Voice, zeker als ze niet opgroeien met klassieke muziek.’

Wirth is dan ook blij met de toenemende interesse uit de rest van de wereld. Actief werven is niet nodig. Vaak melden zich kinderen die op YouTube een promotiefilm van de Wiener Sängerknaben hebben gezien of hen live hebben zien optreden. Zoals de zingende tweeling uit Singapore die een door hun zus gemaakt filmpje op YouTube had gezet en de link als sollicitatie opstuurde. ‘Hun ouders wisten van niets’, aldus Breckwoldt. De twee jongens kwamen naar Wenen; een van hen is uiteindelijk gebleven en afgelopen jaar ‘afgestudeerd’.

Soms is de toenemende internationalisering lastig, al is het maar omdat kinderen van verschillende nationaliteiten tijdens tournees onder diverse visabepalingen kunnen vallen, die bovendien voortdurend wijzigen. Wirth: ‘Daardoor heeft een begeleider weleens uren met een kind in niemandsland op het vliegveld doorgebracht. Gelukkig zijn ambassades door onze bekendheid altijd wel bereid te helpen.’

Toch is de balans voor Wirth uiteindelijk positief. ‘Omdat onze Oostenrijkse kinderen in contact komen met kinderen uit Japan of China en andersom krijgen ze een andere band met die culturen dan als ze er alleen maar in de aardrijkskundeles over horen. Wat ook leuk is: als we optreden in landen waar de kinderen vandaan komen, zijn de mensen daar natuurlijk trots – zeker als ‘hun’ kind ook nog een solo zingt.’

Duits leren

Voordat de kinderen aan solo-optredens toekomen, hebben ze al een lange weg afgelegd. Aan het begin van de opleiding zingen ze vaak een terts of zelfs een kwint dieper dan hun stem van nature is. Soms hebben ze hun stem geforceerd door mee te zingen met popmuziek. De opleiding omvat dan ook naast de gewone lessen als rekenen en geschiedenis onder meer stem-, spraak- en gehoortraining, solo- en koorzang, muziektheorie en notenlezen. Ook leren ze allemaal een muziekinstrument spelen en krijgen ze les in expressie en presentatie. Buitenlandse kinderen komen bovendien vaak al een jaar eerder naar het internaat om Duits te leren, de voertaal tijdens alle lessen en koorrepetities. Breckwoldt: ‘Iemand uit een Aziatisch land begint hier min of meer als analfabeet. Hij moet een ander schrift leren en als hij al noten kan lezen, kan hij de tekst onder de noten niet lezen.’

Haydn en Schubert

Beroemde voormalige Hofsängerknaben zijn de componisten Joseph en Michael Haydn en Franz Schubert. Ook van de huidige Wiener Sängerknaben kiest een kwart later in het leven voor een kunstzinnig beroep als componist, dirigent, zanger of instrumentalist. Om te stimuleren dat ze na hun ‘pensioen’ blijven zingen, is er in 2010 op de campus een gymnasium geopend voor oudere kinderen (vanaf 14) met als zwaartepunt vocale muziek. Ongeveer de helft van de leerlingen bestaat uit voormalige Sängerknaben; de andere helft zijn jongens én meisjes van buiten met interesse in muziek.

De klankkleur van de Wiener Sängerknaben lijkt niet op die van veel Engelse jongenskoren met hun engelachtige, bijna iele kopstemmen. Wirth. ‘Dat is een gevolg van onze repertoirekeuze. Hoewel we in principe alles zingen, dus ook eigentijdse composities, filmmuziek, spirituals, wereldmuziek en zelfs composities van de jongens zelf, ligt het zwaartepunt toch bij Midden-Europese componisten als Schubert, Mozart, Haydn en Beethoven. Daarom hebben we een volle, lichamelijke klank nodig. Als we de Mis in d Mol van Anton Bruckner zingen, moeten die 24 jongens wel boven het orkest uit te horen zijn en een kerk of concertzaal kunnen vullen.’

Mijlpalen Wiener Sängerknaben:

• In 1498 verplaatste de latere keizer Maximilian I van Oostenrijk zijn hof vanuit verschillende residenties naar Wenen. Hij verordonneerde dat er zes jongens moesten worden opgenomen in het hofkoor dat in kerkdiensten zong. Daarmee legde hij de grondsteen voor de Wiener Sängerknaben.
• Tot 1918 zongen de (toen nog) ‘Hofsängerknaben’ uitsluitend in opdracht van het keizerhuis.
• In 1924 werden de traditie voortgezet door de oprichting van de vereniging Wiener Sängerknaben, toen nog één koor.
• Sinds 1926 hebben ruim 2500 Sängerknaben aan circa duizend tournees in 97 landen deelgenomen.
• Sinds 1935 zijn er vier koren van circa 24 jongens met elk een eigen kapelmeester. De koren zijn genoemd naar de componisten Bruckner, Haydn, Mozart en Schubert. Een ervan is altijd te horen in de gezongen mis op zondagen in de Wiener Burgkapelle. Programma en tickets i hofmusikkapelle.gv.at
• In 1952 werd het Chorus Viennensis opgericht – een mannenkoor dat tot op heden bestaat uit uitsluitend voormalige Wiener Sängerknaben. Inmiddels zijn er nog twee koren van voormalige Sängerknaben: de Choralschola van de Weense Hofburgkapel en het a-capella-ensemble: VieVox.
• Sinds 2010 is er op de campus van de Wiener Sängerknaben ook een middelbare school (gymnasium) gevestigd met als zwaartepunt zang. Het gymnasium heeft meerdere jongenskoren, een gemengd koor en een meisjeskoor.
• Vanaf 2012 hebben de Wiener Sängerknaben een eigen concertzaal naast de campus: het MuTh. Hier presenteren ze hun nieuwste koorprogramma’s en zingen ze missen, oratoria, wereldmuziek en vooral kinderopera’s. i muth.at
• In 2017 werden de Wiener Sängerknaben opgenomen in de UNESCO-lijst van Immaterieel cultureel erfgoed.

Oostenrijk Magazine editie 4/2018 is te koop in onze webshop.

Kijk wat je allemaal in de omgeving kunt doen op onze wegwijzer.

© Tirol Werbung
Oostenrijk Magazine
Tirol Werbung
FREN Media, Frits Roest
© Tourismusburo Jois
Spaanse Rijschool Wenen © SRS© SRS

Google advertentie