Het Wenen van Otto Wagner

Tekst: Emely Nobis, Beeld: Frits Roest

Otto Wagner ontwierp tal van belangrijke gebouwen in het fin de siècle-Wenen. Een rondgang langs de pareltjes van zijn Jugendstil-architectuur. ‘Indertijd vond men ze schandalig modern en radicaal.’

Stadtbahnpavillon Karlsplatz

Geen architect die het stadsbeeld van Wenen zo heeft bepaald als Otto Koloman Wagner (1841-1918). Geen toerist die niet een of meerdere keren per dag met zijn werk wordt geconfronteerd. Als ontwerper van de Wiener Stadtbahn (nu metro) is Wagner alom­tegenwoordig. Tussen 1894 en 1901 ontwierp en bouwde hij veertig stations en vijftien bruggen en viaducten waarvan een groot deel nog intact is, al zal lang niet elke toerist weten dat de elegante metalen frames van de stationsbruggen met het typerende groen en de decoratieve lauwerkransen zijn geesteskind zijn.

Absurde engelen

Otto Wagner

Engel op gebouw van Otto Wagner aan de Naschmarkt in Wenen

Otto Wagner is een van de belangrijkste architecten uit het fin de siècle-Wenen en een prominent lid van de Wiener Secession, een mede door Gustav Klimt opgerichte kunstbeweging geïnspireerd op de Duitse Jugendstil. Typerend is het gebruik van materialen als staal en aluminium, het zich afzetten tegen historische bouwvormen en het zoeken naar nieuwe, moderne ornamenten.

Otto Wagner, Wien

Zonnebloemenmotief

Een goed startpunt voor een wandeling door het Wenen van Otto Wagner is het metrostation aan de Karlsplatz. Hier bouwde de architect in 1898 twee identieke, tegenover elkaar gelegen paviljoens, als ingang voor respectievelijk de oost- en westlijn van de Stadtbahn. In één ervan is nu een café gevestigd. Het andere herbergt een kleine, permanente tentoonstelling over Wagners leven en de ontstaansgeschiedenis van zijn belangrijkste ontwerpen. Hier kun je ook een handige plattegrond kopen waarop alle belangrijke bouwwerken van Wagner in Wenen zijn ingetekend. De paviljoens zelf zijn een schoolvoorbeeld van de Secession. In een tot dan toe ongekende mate domineert materiaal het exterieur. De dragende ijzerconstructie is duidelijk zichtbaar. Tussen de verticale en horizontale stutten zijn dunne, witte marmeren platen aangebracht, als bij een vakwerkhuis. De goudkleurige zonnebloemen op de gevel zijn een geliefd motief van Wagner.

Stadtbahnpavillon Karlsplatz – Detail

De sierlijke, historisch belangrijke gebouwen waren in de jaren zeventig bijna afgebroken, vertelt Andreas Nierhaus, curator architectuur van het Weens Museum. ‘Het station was te klein geworden om de groeiende verkeersstroom te verwerken en de stad wilde het complex slopen. Dankzij protesten van een jonge generatie architecten is dat uiteindelijk niet gebeurd. Wel kwam er een nieuwe ingang en werden de twee paviljoens volledig gedemonteerd, gerestaureerd en anderhalve meter hoger herplaatst. Het zijn nu net een soort vogelhuisjes op een platform, al van verre zichtbaar.’

Tegenwoordig zijn ze een belangrijke toeristische trekpleister, maar bij de bouw waren ze omstreden, vertelt Nierhaus. ‘De groen koperen daken van de paviljoens harmoniëren mooi met de groene koepel van de Karlzkirche op het plein. Maar in zijn oorspronkelijke ontwerp had Wagner ook nog eens grote, vergulde engelen op het dak geplaatst. Dat leverde heftige discussies op, omdat men vreesde dat het geheel de kerk zou overschaduwen – terwijl die toch het dominante gebouw zou moeten zijn. Wagner heeft zijn ontwerp uiteindelijk versoberd en die absurde engelen weggehaald.’

Schandalig modern

Wagners bouwwerken waren wel vaker omstreden. Hij startte zijn bouwbedrijf in 1864 in een uiterst gunstige periode. De stadsmuur tussen het oude centrum en de buitenwijken was net gesloopt, om de doorstroom van het verkeer in de snelgroeiende stad te verbeteren. Op de vrijgekomen plek, één grote kale vlakte, werd vanaf 1865 de Wiener Ringstraße gebouwd, de cirkelvormige boulevard rondom het centrum. Voor de vele representatieve gebouwen die hier moesten verrijzen, schreef de stad telkens ontwerp­wedstrijden uit. Wagner nam daar met wisselend succes aan deel. Nierhaus: ‘Hij stond bekend om zijn spectaculaire, opvallende schetsen. Vaak vielen die inderdaad in de smaak bij de jury en won hij de eerste prijs. Toch werden veel ontwerpen niet gerealiseerd omdat de publieke opinie zich ertegen keerde. Men vond ze schandalig modern en radicaal. Dat kunnen wij ons nu bijna niet meer voorstellen, omdat wij zijn gebouwen juist zo esthetisch en harmonisch vinden.’

Otto Wagner kon het zich permitteren opdrachten mis te lopen., Als professor aan de universiteit verdiende hij een uitstekend salaris.

Gelukkig kon Wagner het zich permitteren om opdrachten mis te lopen. Als professor aan de Academie voor Beeldende Kunst had hij een uitstekend salaris. Bovendien was hij een slimme ondernemer. Nierhaus: ‘Hij ontwierp en bouwde in eigen beheer tientallen woonhuizen, verhuurde de appartementen en verkocht ze vervolgens met winst. Om van de opbrengst weer een nieuw project te starten.’

Huizen op de Wienzeile

Twee van Wagners beroemdste woonhuizen liggen ter hoogte van metrostation Kettenbrückengasse: het kleurrijke Majolikahuis aan de Wienzeile 40 en het gouden huis ernaast, beide uit 1898. De façades zie je het beste vanaf de beroemde Naschmarkt, met z’n vele kraampjes en eettentjes. Het ‘Majolikahaus’ dankt zijn naam aan de roze majolicaplaten (geglazuurde keramieken tegeltjes) met bloemmotieven over de hele voorgevel. Het hoekhuis ernaast is versierd met gouden gevelmedaillons. Op het dak troont een roepende dame. Alle decoraties zijn onder Wagners supervisie gemaakt door zijn leerlingen Kolomon Moser en Othmar Schimkowitz. Nierhaus: ‘Dat de huizen zo rijk versierd zijn, is ongetwijfeld te danken aan die leerlingen. Zij zochten naar nieuwe, moderne ornamenten, die niet teruggrepen op barok of renaissance. Wagner heeft waarschijnlijk gedacht: laat maar gebeuren. In wezen past dat puur decoratieve niet bij hem. Voor hem moet versiering in dienst staan van de functie van een gebouw.’

Totaalkunstwerk

Postsparkasse

Vanaf 1900 worden Wagners ontwerpen soberder. Dat komt bijvoorbeeld tot uiting in zijn gebouw voor de Postsparkasse uit 1902. De gevel is bekleed met dunne marmeren platen, die met bouten aan de betonconstructie zijn bevestigd. Die bouten (17.000 in totaal) zijn met aluminium bekleed en zien eruit als kleine rozetten. Een puur functionele versiering dus, in tegenstelling tot de romantische plantenmotieven van voor die tijd. Wel werkte hij nog steeds met zijn leerlingen samen. De beelden op het dak, twee aluminium overwinningsgodinnen, zijn opnieuw van Othmar Schmimkowitz. Tussen hen in hangen zes lauwerkransen: Wagners handelsmerk. In het pand is nog steeds een bank gevestigd, maar je kunt er gerust rondkijken. Al is het maar omdat er ook een museum is ondergebracht over de bouwgeschiedenis van de Postsparkasse en de rol van Wagner hierbij .

Kassahal Postsparkasse

Je gaat het gebouw binnen via een eenvoudig, marmeren trappenhuis dat uitkomt op een gang. Van hieruit bieden verschillende deuren toegang tot de monumentale lokettenzaal. Deze lichte ruimte is opgetrokken uit glas (plafond én een groot deel van de vloer), marmer, linoleum, ijzer en aluminium. Met uitzondering van de houten loketten is het kleurschema wit, grijs, zwart en chroom. Net als alle gebouwen van Wagner is het een totaalkunstwerk. Klokken, lampen, tafels, stoelen, krukjes en banken met aluminium­beslag, tapijten, deurknoppen, ontluchtingssysteem, kledingkasten, kluizen… alles is door hem (of onder zijn supervisie) ontworpen en past bij het concept. Nierhaus: ‘Ik vind dit het meest kloppende van alle openbare gebouwen die Wagner heeft gemaakt. Het is het meest consequent uitgevoerd en het meest bepalend voor de architectuur van de 20ste eeuw.’

Jugendstilkerk

Kirche am Steinhof

Wagners andere meesterwerk is ongetwijfeld de Kirche am Steinhof (1907) in Penzing, het stadsdeel aan de rand van het Weense bos waar de architect werd geboren. De kerk hoort bij een nog steeds bestaande psychiatrische kliniek. Via de hoofdingang van die kliniek voeren trappen naar het hoogste punt. Uiterlijk herinnert de kruiskerk met vergulde koepel aan de basiliek San Marco uit Venetië of de Hagia Sophia in Istanbul. De façade is bekleed met platen van wit Carrera-marmer. Boven de ingang staan vier uiterst elegante, feminiene bronzen engelen. Op de lage klokkentorens tronen sterk gestileerde heiligenbeelden.

Altaar

Net als veel bouwwerken van Wagner is het interieur welhaast nog interessanter. Dankzij de vlekkeloos witte muren en het witte plafond met slechts een ragfijn patroon van gouddraad, is het er vriendelijk licht. Dit zou een positieve uitwerking hebben op de patiënten die de mis bijwoonden, dacht Wagner, die zijn kerk in dienst wilde stellen van die patiënten. En dus liggen er op de vloer en tegen de onderkant van de wanden keramische tegels, goed schoon te houden bij ‘ongelukjes’. Of is de trap naar de preekstoel verborgen achter een deur, zodat patiënten er niet op kunnen klimmen. En zo zijn er meer verborgen snufjes, maar die vallen je als bezoeker niet op. De kerk is vooral een totaalkunstwerk van de Secession: Van het hoogaltaar met zijn mozaïekdecoratie en de gebrandschilderde ramen tot kandelaars, vazen, lampen, wijwaterbakken, monstrans met lazuurstenen en misgewaden… alles past bij elkaar, alles in in harmonie.

Koloman Moser Venster – Detail

Deze unieke kerk kan niet anders dan indruk maken en de Weners zijn er terecht trots op. Dat was ten tijde van de opening nog wel anders. Zo vond men de kleurrijke glas-in-loodramen van Koloman Moser schandalig. De erop afgebeelde engelen waren veel te elegant en leken met hun lange haren en vleugels met pauwenveren wel modellen. En sowieso was het allemaal te modern en frivool. Bij de opening, op 8 oktober 1907, benadrukte aartshertog Franz Ferdinand dat de barokke bouwwerken uit de tijd van keizerin Maria Theresia (1707-1780) toch veel indrukwekkender waren. Na afloop stapte Otto Wagner op hem af om hem te bedanken, maar hij voegde er subtiel aan toe dat de kanonnen in de tijd van Maria Theresia weliswaar veel groter waren dan nu, maar daarom nog niet beter werkten. De architect kreeg daarna nooit meer een openbare opdracht. Nierhaus: ‘Gelukkig was Wagner er de man niet naar om verbitterd te raken. Daarvoor had hij te veel succes én een erg hoge dunk van zichzelf.’

Hongerdood

Als Otto Wagner vijf jaar oud is, overlijdt zijn vader – een advocaat. Ondanks de financiële nood die hierop volgt, lukt het zijn moeder om hem naar het gymnasium te sturen. Tussen 1857 en 1862 studeert hij bouwkunde en architectuur in Berlijn en Wenen en in 1864 begint hij zijn eigen bouwbedrijf, dat snel uitgroeit tot een groot atelier met veel medewerkers en leerlingen.

Met zijn moeder heeft Wagner een uiterst complexe relatie. Op haar aandringen trouwt hij in 1863 met Josefine Domhart, ook al heeft hij dan al twee zonen bij een jeugdvriendin. Hij en Josefine krijgen twee dochters, maar het huwelijk is niet gelukkig en vrijwel meteen na het overlijden van zijn moeder in 1880 laat Wagner zich scheiden. Andreas Nierhaus: ‘Dat was een schandaal in het toen erg katholieke Oostenrijk. Om het juridisch voor elkaar te krijgen, moest hij zelfs naar Hongarije uitwijken.’ Na de scheiding trouwt Wagner vrijwel meteen met zijn grote liefde, de achttien jaar jongere Louise Stiffel. Ze krijgen drie kinderen, en in 1882 adopteert Wagner bovendien de zonen uit zijn eerste relatie. Louise stierf in 1915 aan keelkanker. Wagners eigen dood, op 11 april 1918, is tragisch. De Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie had de Eerste Wereldoorlog verloren, in Wenen raakten de levensmiddelen op en nieuwe voorraden bereikten de stad door blokkades niet. Er brak een hongersnood uit die vooral veel ouderen het leven kostte. Nierhaus: ‘Hoewel Wagner rijk was, is hij gestorven aan hongeroedeem.’

Hij werd begraven op het kerkhof van Hietzing, zoals hij het zelf in zijn testament had bepaald: met onder zijn kist die van zijn moeder en boven hem de kist van Louise. Het grafmonument had hij al bijna veertig jaar daarvoor, in 1981, zelf ontworpen.

Tips & Adressen

Slapen

Motel One

De budget-hotelketen met veel design heeft in Wenen vier vestigingen. De nieuwste en meest centrale locatie is Wien-Staatsoper, gevestigd in een monumentaal gebouw uit het fin de siècle. In de lounge eikenhouten parket, gestucte zuilen en veel natuursteen. Fraai contrast tussen moderne blauwe ‘egg-chairs’ en een kroonluchter van het traditionele bedrijf Lobmeyr. De moderne hotelkamers hebben boxspringbedden en geen kitsch aan de wanden. Wel een flatscreen-tv en gratis wifi. Metrostation Karlzplatz en het Secession-gebouw liggen op honderd meter afstand.  i motel-one.com

Eten & Drinken

Café Ministerum

Stijlvol Weens koffiehuis uit 1935 aan het plein bij de door Otto Wagner gebouwde Post­sparkasse. Warme roodpluchen bankjes en de originele marmeren tafels uit de begin­periode. Het klassieke interieur is gebruikt voor tv-series als Commissaris Rex en Tatort. Georg Coch-Platz 4, cafeministerium.at

Neni

Restaurant van de Israëlische Haya Molcho op de Naschmarkt, bijna tegenover Wagners beroemde huizen aan de Wienzeile. Moderne mediterrane keuken met veel vegetarische gerechten. Ontspannen en informeel. Je zit buiten op het terras of binnen op een van de twee verdiepingen. Prima plek om te ontbijten of lunchen met bijvoorbeeld Shakshuka: een eiergerecht met tomaten-paprika­ragout, verse kruiden en pitabrood. Naschmarkt, kraam 510 (U4 halte Kettenbrückengasse), neni.at

Winkelen

Naschmarkt

Veel Weners vinden de Naschmarkt geen echte markt meer, omdat de traditionele kramen steeds vaker plaatsmaken voor eettentjes. Toch is het nog steeds een feestje om hier rond te lopen en je te vergapen aan typisch Oostenrijkse producten én kleurrijke mediterrane kraampjes die de wereld aan kruiden, olijven, gedroogde vruchten verkopen. Een leuk eetbaar souvenir vind je in het winkeltje van azijnmaker Gegenbauer, met een groot en kwalitatief geweldig assortiment azijn, olie en vruchtensappen (kraam 110). De Schoko Company (kraam 326-331) is een paradijs voor chocoladeliefhebbers dankzij het grote assortiment Zotter-chocolade (bio, fair-trade én overheerlijk). Op zaterdag is er ook een vlooienmarkt. Zondags zijn de marktkramen en de meeste eettentjes gesloten. Tussen U 4-metrohaltes Karlsplatz en Kettenbrückengasse, wienernaschmarkt.eu

Flo-Vintage

Flo-Vintage verkoopt kleding met een verleden. Je vindt hier vintage mode en accessoires vanaf de tijd van Otto Wagner tot in de jaren 80 van de vorige eeuw. Geen retro, maar uitsluitend unieke, originele stukken, verzameld door eigenaresse en mode-journaliste Ingrid Raab. Schleifmühlgasse 15a, maandag t/m vrijdag van 10–18.30 uur, zaterdag van 10-15.50 uur, flovintage.com

Doen

Palais Dorotheum

Hoofdvestiging van het grootste veilinghuis in Centraal-Europa en het Duitse taalgebied. Urenlang snuffelen in de toonzalen van het paleis, langs meubels, sieraden, sculpturen, schilderijen, tapijten, zilverwerk en nog veel meer. Uiteraard veel fraais uit de tijd van Otto Wagner. Ook leuk als je je geen tekening van Klimt of Schiele of bijvoorbeeld een fraaie Art Deco-vaas kunt veroorloven. Dorotheergasse 17, maandag t/m vrijdag 10-18 uur, zaterdag 9-17 uur, dorotheum.com

Keizerlijke wachtkamer

Het meest representatieve gebouw van de Stadtbahn is het Otto Wagner Hofpavillon Hietzing bij Schönbrunn. Dit witte gebouw met groen metalen entree bouwde Wagner op eigen initiatief als privé-station voor de keizerlijke familie. De ‘barokke’ koepel lijkt niet helemaal te passen bij het moderne pand, maar zorgt wel voor een goede aansluiting bij de architectuur van het nabijgelegen paleis Schönbrunn.

Het interieur is na een grondige renovatie sinds medio 2014 weer toegankelijk voor publiek. Pronkstuk is de achthoekige keizerlijke wachtkamer (foto boven). De wanden zijn bekleed met geborduurde zijde, op de vloer ligt een decoratief tapijt en in de koepel zijn gestileerde philodendronbladeren verwerkt. Een wandschildering toont de stad met het nieuwe spoornet vanuit adelaarsperspectief, opdat keizer Franz Joseph een goed beeld zou krijgen van ‘zijn’ verkeersplan.

Dat die keizer het station slechts twee keer gebruikte, deerde Wagner niet. Hij had zijn doel bereikt. Het Hofpavillon trok na de voltooiing in 1899 sterk de aandacht, markeerde Wagners doorbraak als architect én baande de weg voor een brede acceptatie van zijn moderne architectuur. Die kreeg als het ware een imperiaal gezicht en gewicht. Schönbrunner Schloßstraße, zaterdag en zondag, 10-18 uur, wienmuseum.at

KHM Museumsverband
© österreich Werbung / trumler
© BMovB / foto tina haller
SOS Kinderdorpen