Handwerk

Goed gedekt

Een van de laatste rietdekkers in het Oostenrijkse Burgenland is nota bene een Hollander. Arie van Hoorne over de revival van een oud ambacht.

Voordat Arie van Hoorne aan het einde van een werkdag naar huis gaat, neemt hij eerst rustig de tijd om de gedane arbeid te bekijken. Zien hoe het dekken van een dak dankzij zijn handwerk vordert… dat is voor hem het leuke van zijn vak. Hij leerde het rietdekken in Nederland, begon voor zichzelf en kwam in de jaren tachtig voor het eerst naar Burgenland, toen nog samen met twee collega’s. Je zou kunnen zeggen dat ze redders in nood waren. Aan de rand van de Neusiedler See werd namelijk hoteldorp Seepark Weiden gebouwd. Alle vakantiehuizen hier kregen een rieten dak, want dat paste mooi bij de omgeving (de helft van de Neusiedler See – zo’n 150 vierkante kilometer – is bedekt met riet) en bij de regionale traditie. Van Hoorne: ‘Vroeger hadden alle huizen in plaatsjes als Appleton en Illmitz rieten daken, maar veel ervan zijn door brand verwoest en bij de wederopbouw met pannen gedekt. Gaandeweg verdween zo het vak van rietdekker.’

Een aantal daken van vakantiehuizen was al gedekt door Oostenrijkers, maar ze bleken te lekken. Daarom werden ‘de Hollanders’ erbij gehaald. ‘We konden helemaal opnieuw beginnen. Bij het dekken klem je bossen riet vast op latten. Als er tussen die latten te veel ruimte is, kun je de bossen niet goed vastzetten. Wij gaan uit van een afstand van 35 centimeter, terwijl de Oostenrijkers 70 centimeter hadden gehanteerd. Dan zet je het riet dus vast op de dunne uiteinden, die simpelweg niet compact genoeg zijn.’

Pistenbully

Al vanaf zijn eerste klus wilde Arie van Hoorne zich in het Burgenland vestigen. Toen hij steeds grotere opdrachten kreeg, verkocht hij zijn huis in de buurt van Rotterdam en in 1990 vertrok hij met echtgenote Annemieke en hun drie kinderen naar St. Andrä am Zicksee – waar ze met open armen in de dorpsgemeenschap werden opgenomen. Toen al droomde Arie van een eigen huis in het Seepark – het schiereiland waar hij zijn eerste klus vervulde. Inmiddels woont hij er op een groot grondstuk met vanuit de binnentuin directe toegang tot het water. Het riante huis in de stijl van de regio bouwde hij goeddeels zelf, uiteraard met een door hem strak gedekt rieten dak. ‘Voor een vierkante meter dak heb je acht bossen riet nodig. Op dit huis zit ongeveer een vrachtwagen vol.’

De meester-rietdekker laat zijn gereedschap zien. Het belangrijkste zijn misschien wel de grote kromme naald en metalen draad waarmee het riet wordt vastgemaakt aan de horizontale en verticale latten en de spaan waarmee het vervolgens netjes in vorm wordt geklopt. Het riet zelf komt van het grondstuk dat hij pacht aan de rand van de Neusiedler See. Daar mag hij tussen half december (als het blad van het riet is gevallen) en half maart (als het broedseizoen begint) riet snijden. Dat doet hij met hulp van een door hemzelf omgebouwde pistenbully, een ideaal voertuig op het drassige terrein. Eigenlijk snijdt hij alleen als het meer bevroren is en de ‘tractor’ niet kan wegzakken. Het geoogste riet kan niet meteen het dak op, ‘want dan krimpt het nog en komt het los te zitten’. Na het snijden wordt het eerst losjes in bossen gebonden en te drogen gelegd langs de waterkant. Later wordt het gereinigd door zand en vuil er met een riek uit te kammen. Daarna wordt het compact samengebonden tot bossen en naar een grote loods gebracht. In mei van het jaar na de oogst kan het dan eindelijk worden gebruikt. Wat Van Hoorne zelf niet nodig heeft, exporteert hij onder andere naar Nederland.

Riet stoot water af, isoleert en is resistent tegen schimmels. Vandaar dat het al eeuwenlang wordt gebruikt als dakbedekking. Een rieten dak zorgt in warme zomers voor koelte in huis en houdt ’s winters de kou tegen. Het kan bovendien eindeloos worden gerepareerd en daardoor tot zo’n honderd jaar mee. De meeste rietdekkers doen tegenwoordig niets anders dan het dekken van daken. Vroeger waren ze daarnaast rietsnijder, rietbinder en riethandelaar. Omdat Arie van Hoorne in het rietrijke Burgenland woont en werkt, kan hij het ambacht nog op deze ‘ouderwetse’ manier uitvoeren.

Strandrestaurant

In de eerste tijd na zijn emigratie naar Oostenrijk dekte Van Hoorne tijdens vakanties in Nederland nog wel eens een dak. Inmiddels niet meer. ‘Ik heb ook mijn rust nodig.’

Bovendien: in Oostenrijk heeft hij al meer werk dan hij aankan. Naast reparaties ook bijzondere klussen, bijvoorbeeld het vervangen van de rieten- of strodaken van historische gebouwen als molens en boerderijen (deels in openluchtmusea). In zijn woonplaats Weiden mocht hij een deel van de gevel van het moderne strandrestaurant Das Fritz bedekken. Hij neemt ons mee naar het pand, waar het (nu nog) lichte riet niet blijkt te misstaan. Integendeel, het bewijst dat een oud ambacht een eigentijds gebouw een heel eigen flair kan geven. Van Hoorne heeft het al met al ‘verschrikkelijk druk’.

Zo druk dat zoon Koos inmiddels met hem samenwerkt, terwijl die van huis uit helemaal geen rietdekker is! Na zijn studie technische natuurkunde werkte de fysicus zeven jaar in Zwitserland bij CERN, het bedrijf achter de deeltjesversnellers. Van Hoorne: ‘Ik zei altijd al tegen hem: “Dat is toch niks. Jarenlang aan een chip werken en geen resultaat zien. Nu werkt hij met z’n handen en kan hij na elke klus denken: Dat ziet er toch weer mooi uit.’

Lees meer over de regio Neusiedler See-Seewinkel hier en meer over Neusiedler See-Leithagebirge hier. Over de charmante hoofdstad Eisenstadt lees je hier en Rust – de stad van de ooievaars – hier.

Oostenrijk Magazine editie 1/2019 is te koop in onze webshop.

Kijk wat je allemaal in de omgeving kunt doen op onze wegwijzer.

© Stekovics
Oostenrijk Magazine
© Ellert
Volker Preusser
Robert Kalb
© Tourismusburo Jois

Google advertentie