Ik heb pas leren skiën op mijn negentiende, toen ik met mijn toenmalige Oostenrijkse vriendin in Wenen woonde. Zij was skilerares, dus tijdens ons eerste wintersportweekend gingen we meteen de piste op en kreeg ik van haar privéles. Ik vond de natuur in het begin leuker dat het skiën zelf. Het is gewoon adembenemend mooi als je zo hoog in de bergen bent en alles wit is. Al vrij snel ging ik niettemin ook van de zwarte pistes af, altijd met die ene belangrijke les van mijn ‘juf’ in het hoofd: dat het beter is om gecontroleerd te vallen dan ongecontroleerd een ongeluk te krijgen. Met andere woorden: zodra je niet meer echt de controle hebt, kun je beter meteen gaan zitten dan met dubbele snelheid meters lager ongelukkig te vallen.

Oostenrijkers koken niet zelf op wintersport

Wat skiën in de tijd dat ik in Oostenrijk woonde zo aantrekkelijk maakte, was dat je het niet hoefde te plannen. Als de sneeuwcondities optimaal waren, nam je een dag vrij en ging je een lang weekend weg. Omdat we niet aan het hoogseizoen waren gebonden, was er altijd wel een kamer of appartement te vinden. Vaak spraken we met vrienden af om elkaar op dezelfde plek te treffen. De dagen verliepen volgens een vast patroon. Iedereen stond tot een uur of drie op de piste, daarna gingen we naar onze hotelkamer of appartement voor een douche en een middagdutje: zo deden echt alle Oostenrijkers het die ik kende. Om een uur
of zes troffen we elkaar weer om te drinken, te kletsen en later ergens te gaan eten (zelf koken Oostenrijkers op wintersport niet) en daarna verder te drinken. Soms gingen we een hele week skiën, soms een
middag. Vanuit Wenen was het een dik uur rijden naar de Semmering. Als je vroeg vertrok, kon je na een paar uur op de latten op je gemak terug naar huis. Een beetje zoals je in Nederland een middag naar het
strand gaat.

Na de tweede dag slaat de vermoeidheid toe

Sinds ik weer definitief in Nederland woon, vanaf 2000, ben ik niet meer gaan skiën. Nu boeken steeds meer mensen last minute en hebben vrijwel alle skigebieden bovendien sneeuwkanonnen. Toen was het nog gebruikelijk maanden van tevoren je skivakantie te plannen en dan negenhonderd kilometer te rijden in de hoop dat er op de plek van bestemming sneeuw lag. Ik kon daar niet aan wennen. Wat me ook tegenhoudt, is het feit dat ik hier de routine ben verloren. Zelfs als je elk jaar op wintersport gaat, krijg je nooit de souplesse die je kunt opbouwen als je in Oostenrijk zelf woont. De meeste ongelukken krijgen toeristen die te weinig getraind zijn in het hurken en heen en weer bewegen op de ski’s. Na dag twee van de vakantie slaat meestal de vermoeidheid toe en kunnen de eerste gipsvluchten worden geregeld. Zelf heb ik nooit iets gebroken. Wel ben ik ooit op weg naar een skigebied uitgegleden op de trap van een Raststätte. Er leek niets aan de hand, maar nadat ik bij het skiën nog twee keer op diezelfde plek viel, werd mijn ene bil
twee keer zo groot dan de andere en was het skiweekend voorbij.