In Oostenrijk is het de normaalste zaak van de wereld om ‘op kuur’ te gaan. Je verblijft dan drie weken in een kuurhotel om lichamelijk en geestelijk bij te komen. Dit alles op kosten van de verzekeraar. Weliswaar betaal je een inkomensafhankelijke eigen bijdrage, maar zelfs voor de hoogste inkomens is dat nog geen twintig euro per dag!

Iedereen heeft recht op twee kuurverblijven per vijf jaar.

Toch ben ik zelf nooit op kuur geweest in de jaren dat ik in Wenen woonde. Met enkele vrienden was ik er een bedrijf gestart dat software ontwikkelde. Wij hadden weliswaar recht op een kuurverblijf (ook als ondernemer ben je in Oostenrijk verplicht verzekerd), maar we konden het ons simpelweg nooit permitteren drie weken de deur achter ons dicht te trekken. Dan hebben Oostenrijkers in loondienst het beter getroffen. Zij gaan gewoon met ziekteverlof en kuren dus in de tijd van de baas. Theoretisch mag een leidinggevende zeggen dat het (nu) niet uitkomt, maar z’n argumenten moeten wel ijzersterk zijn. De huisarts heeft die kuur immers niet voor niets voorgeschreven. Zeker met hulp van de kuurder in spe is er altijd wel een dwingende reden te vinden: partner overleden, te hard gewerkt, gestresst, te dik of last van je rug… Natuurlijk maken collega’s grappen over je ‘betaalde vakantie’, maar niet al te zeer. Hun tijd komt immers nog.

Er zijn in Oostenrijk zo’n vierhonderd kuurinstellingen

Van tamelijk klinische hotels tot luxe locaties die nauwelijks te onderscheiden zijn van wellnessresorts (en daar vaak ook faciliteiten mee delen). Waar je terecht komt, hangt vooral af van de contracten die je verzekeraar heeft afgesloten. Het verloop van een kuur is overal min of meer hetzelfde. Je krijgt een bewegingsregime en een dieet voorgeschreven (daar wordt uiteraard vaak stevig op gemopperd) en afhankelijk van je klachten staan er dagelijks behandelingen gepland: van massage en heilbaden tot gesprekken met een psycholoog. Het grootste deel van de dag ben je niettemin vrij en kun je wandelen, een boekje lezen bij het zwembad of naar de sauna gaan. En natuurlijk breng je vooral veel tijd door met je ‘Kurschatten’, zoals een kuurgeliefde wordt genoemd. Want tja: als je drie weken zonder partner en kinderen in een kuuroord zit met tal van andere mensen zonder partner en kinderen… dan ontstaan er intieme relaties. Soms zijn die platonisch, maar vaker niet. Voor veel Oostenrijkers hoort dat er gewoon bij. Ze doen er (behalve natuurlijk tegenover hun partner) niet geheimzinnig over. Sterker nog: tegenwoordig zijn er al datingsites waar mensen voor de duur van hun kuur (en eventueel daarna) een ‘Kurschatten’ zoeken. Dat was al zo in de 19e eeuw, toen kuren nog een privilege was van adel en gegoede burgerij. In mondaine kuurstadjes als Bad Ischl, Bad Gastein of Bad Ems kwam men om medische redenen, maar zeker ook om te zien en gezien te worden en potentiële huwelijkskandidaten op informele wijze te ontmoeten. Uiteraard bloeiden er tijdens lange kuurzomers de nodige liaisons op. De democratisering van het kuurwezen, vanaf eind jaren vijftig van de vorige eeuw, heeft daar niets aan veranderd.