Oostenrijkers vinden praten over eten nooit oppervlakkig of oninteressant.

Eten in Oostenrijk is veel meer dan gewoon ‘de maaltijd nuttigen’. Mijn ouders konden allebei goed koken, dus ik was echt wel wat gewend toen ik eind jaren zeventig met mijn toekomstige vrouw voor het eerst bij haar ouders in Wenen op bezoek ging. Het hele weekend stonden haar moeder en grootmoeder in de keuken om een fantastisch, veelzijdig en vers driegangenmenu op tafel te zetten: soep, een hoofdgerecht met tal van bijgerechten en een dessert… Dat was niet speciaal vanwege mijn bezoek: elk weekend werd er zo uitgebreid gekookt. We aten tussen de middag en zaten dan urenlang aan tafel. ’s Avonds aten we ‘slechts’ een Jause: brood met veel soorten kaas en vleeswaren en vaak nog weer soep, koude schotel en taart.

Ook in ‘katholiek’ Zuid-Nederland en België wordt er Bourgondisch gekookt en is eten veel meer een belevenis dan in het ‘protestante’ noorden, maar in Oostenrijk (en eigenlijk de hele Midden-Europese cultuur) zit eten als belevenis diep in de genen. Niet alleen is het een belangrijk gespreksonderwerp, zodat je met elkaar soms urenlang over recepten, gerechten en producten praat zonder dat iemand dat frivool, oppervlakkig of oninteressant vindt. Eten symboliseert bovenal gastvrijheid en verbondenheid. Je wordt niet snel bij  Oostenrijkers thuis uitgenodigd. Als dit wel gebeurt, ben je echt in de vrienden- of familiekring opgenomen en zal er bij elk bezoek – ook om 10 uur ’s avonds – eten op tafel komen. Mede daarom sta je zelfs bij je beste vrienden niet onaangekondigd op de stoep, want je brengt hen enorm in verlegenheid als ze niets bijzonders in huis hebben (nee: een zak  chips of nootjes telt niet).

Niet voor niets is het woord Mahlzeit in Oostenrijk uitgegroeid tot een nauwelijks te vertalen vorm van begroeting. In bedrijven zeggen collega’s die elkaar tegenkomen vrijwel de hele dag Mahlzeit, ook als ze na de middagpauze van tafel gaan of ’s avonds naar huis vertrekken. Het betekent dus veel meer dan ons ‘smakelijk eten’. Veel Oostenrijkers eten nog steeds warm tussen de middag. Grote bedrijven zijn zelfs verplicht dagelijks een volwaardige maaltijd aan te bieden. Ik denk nog wel eens aan meneer Eisler, de kok van het automatiseringsbedrijf waar ik werkte. Tegen de tijd dat het eten op tafel kwam, had hij steevast twee of drie biertjes op, maar zijn lasagne was onovertroffen. Toen ik later met collega’s in Wenen een eigen bedrijf had, gingen we tussen de middag vaak even de stad in. Voor nog geen tientje at je een prima tweegangenmaaltijd met daarbij – natuurlijk – een bier. Met name op het platteland zie je zelfs politiemensen en douaniers nog steeds halverwege de werkdag in het Gasthaus een Krügl (halve liter) bier drinken bij
het eten. Dat vindt men normaal.

Misschien ligt het dus wel aan die warme middagmaaltijd dat relatief veel mensen in Oostenrijk een alcoholprobleem hebben. Een Schnitzel met Kartoffelsalat spoel je nu eenmaal makkelijker weg met bier dan ons broodje kaas of kroket.