Met uitzondering van Liechtenstein hebben alle acht buurlanden van Oostenrijk kerncentrales. Dat Oostenrijk er zelf geen heeft, is min of meer te danken aan het feit dat de studentenbeweging er relatief laat – maar toen des te heftiger – op gang kwam. Toen ik eind jaren zeventig in Wenen studeerde, had die stad ons nog weinig te bieden. Studentenkroegen waren er nauwelijks en op de universiteit hadden studenten weinig inspraak. In die tijd werd in Zwentendorf aan de Donau (Neder-Oostenrijk) de bouw van de eerste van drie geplande kerncentrales afgerond. Toen de overheid via voorlichtingscampagnes de angst bij een groeiend deel van de bevolking wilde wegnemen, was het effect averechts. De anti-atoom­beweging kreeg een enorme impuls en voor ons studenten werd Zwentendorf hét symbool van verzet tegen de autoriteiten, als historisch moment vergelijkbaar met de Amsterdamse Maagdenhuisbezetting in 1969. Onder de groeiende druk besloot bondskanselier Bruno Kreisky tot een referendum over het al dan niet in gebruik nemen van de reactor . Hij was ervan overtuigd te zullen winnen, maar de bluf mislukte. Bij de Volksabstimmung op 5 november 1979 stemde 50,47% van de bevolking tegen. Hoewel het verschil met de voorstanders (49,54% ) minder dan 30.000 stemmen was, was dit toch het begin van het einde van kernenergie in Oostenrijk. Atomkraft nein danke! Nog in december van het jaar nam het parlement het Atomsperrgesetz aan, dat bepaalde dat er nooit meer een kerncentrale zou mogen worden gebouwd zonder referendum vooraf. Na het ongeluk met de reactor in Tsjernobyl op 26 april 1986 verdween het draagvlak voor kernenergie volledig. De radioactieve wolk bereikte Oostenrijk op 29 april en door forse regenbuien op 1 mei werd de grond in met name het Salz­burgerland en Opper-Oostenrijk radioactief vervuild. Nog jarenlang konden mensen geen paddenstoelen uit het bos eten en werden er in wild en koeien­melk verhoogde concentraties van het radioactieve Cesium-137 aangetroffen. Het Atomsperrgesetz werd in 1999 aangescherpt, zodat Oostenrijk nu ook wettelijk ‘atoomvrij’ is. In de politiek heerst hierover consensus. Toch zijn er in Oostenrijk weer zorgen over kernenergie, want buurlanden Tsjechië en Slowakije plannen nieuwe centrales en Tsjechië wil vlakbij de grens met Oostenrijk atoomafval opslaan.
‘Zwentendorf’ werd in 1985 stilzwijgend geliquideerd, maar het gebouw zelf is nooit gesloopt. De miljard euro die zijn geïnvesteerd in de bouw en de latere ontmanteling ervan gelden als de kostbaarste zinloze investering uit de Oostenrijkse geschiedenis. In de kerncentrale waar nooit één atoom is gespleten, worden nu technici opgeleid. Er wordt zelfs stroom opgewekt, maar dan met zonnepanelen in plaats van uraniumstaven. De centrale ligt aan de Donauradweg; vlakbij de schoorsteen kun je in de Bärndorferhütte pauzeren.
i zwentendorf.com
baerndorferhuette.at