Zelf heb ik nog leren skiën op ouderwetse rechte ski’s die ook veel langer waren dan nu gebruikelijk is. Ik ben 1.90 meter en de regel indertijd was: je lengte plus 10 procent. Dat kwam neer op 2.10 meter. Mijn eerste ski’s waren bovendien afgesleten afdankertjes met niet meer al te veel grip op de sneeuw. Op de vlijmscherpe, getailleerde carve ski’s van nu draai je zelfs als beginner vrijwel automatisch je bochten; mijn traditionele ski’s wilden alleen maar rechtdoor en dus moest ik meedogenloos lang oefenen tot ik de techniek enigszins onder de knie had. Het kostte veel energie en moeite. Daar kwam bij dat de meeste pistes nog niet of nauwelijks waren geprepareerd. Technische sneeuw bestond niet; pistenbully’s waren dun gezaaid. Zeker aan het einde van het seizoen konden stukken piste waar al heel veel mensen overheen waren gegleden in gevaarlijke ijsplaten veranderen. Ik waakte er dus wel voor om te racen. Ik heb geleerd dat je beheersing niet blijkt uit het feit dat je elke helling kunt afdalen, maar uit je vaardigheid op elk moment optimaal te kunnen remmen. Wat dat betreft had ik weinig gêne. Als ik het gevoel had dat het weleens mis zou kunnen gaan, ging ik bij wijze van spreken gewoon zitten. Je zou het ook gecontroleerd vallen kunnen noemen.
Carve ski’s en goed geprepareerde pistes maken het skiën tegenwoordig in principe veiliger, maar uit de cijfers blijkt dat niet. Opmerkelijk is dat juist het aantal zware ongelukken toeneemt. Op veel pistes is het drukker dan vroeger, maar dat is slechts een deel van de verklaring. Experts wijzen erop dat mensen nu weliswaar makkelijker leren skiën, maar niet per se beter. Juist omdat het ogenschijnlijk bijna vanzelf gaat, overschatten skiërs zichzelf vaak. Ook de opmars van technische sneeuw heeft het risico in potentie vergroot. Deze ‘kunstsneeuw’ is harder dan natuurlijke sneeuw en maakt de goed geprepareerde moderne pistes als het ware van beton. Je kunt er flink snelheid op bereiken, wat in combinatie met onervarenheid en/of slechte techniek tot brokken kan leiden. Wat dat betreft was mijn harde leerschool achteraf een voordeel en bieden de prima ski’s en uitrusting van nu schijnzekerheid. Het aantal skiongelukken is statistisch gelukkig nog steeds laag en als er toch iets gebeurt, zijn medewerkers van de bergliften of vrijwilligers van de bergredding vaak snel ter plekke voor eerste hulp. Van een gids hoorde ik onlangs een sterk staaltje. Na een ongeluk moest een bergredder de broekspijp van een skigast openknippen om de ernst van de wond te kunnen beoordelen. Hij deed dat nota bene netjes op de naad, zodat de broek daarna gerepareerd kon worden. Enkele weken later kreeg het toerismebureau van het betreffende skigebied de rekening voor een nieuwe skibroek gepresenteerd. De vorige – aldus de geredde gast – was immers door de lokale bergredding beschadigd. U begrijpt: die nota verdween in de prullenbak. Het moet toch niet gekker worden!